vrijdag 3 augustus 2018

Zeg het met drabbles

— 2016 — Flor Vandekerckhove leest zijn vissersverhalen voor in De Grote Post Oostende. (Foto: ofwel Jo Clauwaert, ofwel Benny Blasé't Is te lang geleden, ik weet het niet meer.)   

In 2015-16 toerde ik ’t land rond. Op podia, groot en klein, declameerde ik mijn vissersverhalen. Bij zo’n tour hoort normaliter een boekje dat te koop aangeboden wordt. Dat is er niet van gekomen.
Daar prijs ik me nu gelukkig om. Op het podium bekken die vissersverhalen wel lekker, maar in de beslotenheid zijner woning laten ze de schrijver onbevredigd achter. Te uitleggerig, te expliciet, te lang, te anekdotisch… Dat wil je niet op papier vereeuwigd zien.
Al lang probeer ik die cyclus naar een hoger niveau te tillen. En nu heb ik een vorm gevonden die eindelijk bevredigende, zelfs merkwaardige resultaten oplevert: de drabble.
Drabble is een Engels woord dat Google vertaalt als krabbel, maar als literaire term (nog) geen Nederlands equivalent heeft. Ook in Duitsland, Frankrijk en Spanje, leert Wikipedia, zegt men trouwens drabble.
Het is de bende achter Monty Python die het woord voor ’t eerst een literaire betekenis geeft. In Monty Python’s Big Red Book (1971) is drabble een gezelschapsspel waar je als winnaar uitkomt als je er als eerste in slaagt een roman te schrijven. Het reglement bepaalt dat honderd woorden volstaan, oftewel: Monty Python in zijn goeie doen. De Birmingham University SF Society gaat vervolgens met de term aan de haal en ordonneert dat een drabble altijd honderd woorden lang is, niet 99, niet 101, exact honderd, titel niet inbegrepen. Een drabble is bijgevolg een extreem kort handpalmverhaal dat aan die strenge honderd woorden regel voldoet.
Ik begin met de vorm te experimenteren en constateer dat het niet voor de hand ligt om een verhaal in exact honderd woorden verteld te krijgen. Je wikt en weegt, alle anekdotiek gaat richting papiermand, schoonschrijverij is contraproductief, hele paragrafen maken plaats voor de korte suggestie van één woord. Waardoor… de onbevredigende vissersverhalen uit 2015-16 onverwachts een vorm krijgen die er waarlijk mooie verhalen van maakt. Is dat niet wonderlijk?
Ik schaaf er nog een beetje aan en als ze klaar zijn laat ik ze op Rome en de wereld los, zodat ook u kunt nagenieten van de verbeelding die de visserij destijds in mij opgeroepen heeft. U zult zien dat ’t wreed kan waaien op die kaaien.

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten