vrijdag 30 december 2011

Ret Marut - Ben Traven (1890-1969) — De man die verdween en toch bleef

Ik kreeg Het dodenschip verleden jaar cadeau van Peter Holvoet-Hanssen, een mooi exemplaar uit 1931, uitgegeven door De wilde roos uit Brussel. Peter had er niet alleen een opdracht in geschreven, hij had ook de kaft versierd met een schelpje. 
Het dodenschip (1926) was de eerste roman van een toen volslagen onbekende schrijver.  Hij liet de Duitse uitgever alleen maar weten dat hij Ben Traven heette.  Voor de rest moesten ze het in Duitsland doen met een postbusadres in... Mexico.
Na Het dodenschip volgde er meer.  De productie van de geheimzinnige auteur deinde almaar uit tot ze uiteindelijk 21 dikke boekdelen zou vormen.  Er gingen miljoenen boeken van de ontraceerbare Traven over de toonbank. Er kwamen tientallen vertalingen, sommige werden verfilmd (o.a. De schat van de Sierra Madre). 
Wie was deze auteur die het ene succes op het andere stapelde, en er tegelijk in slaagde uit de schijnwerpers te blijven?  Dat wilde ook de anarchistische dichter Erich Müchsam weten, nadat hij in 1927 Het dodenschip in een ruk uitgelezen had.  En dat valt licht te begrijpen, want het werk leest als een anarchistisch citatenboek.  Müchsam sprak erover met zijn vriend Rudolf Rocker en samen meenden ze haast met zekerheid de hand van de verdwenen individualistische activist Ret Marut te herkennen.  Müchsam plaatste daarop een oproep in zijn blad Final: 'Ret Marut, kameraad, vriend, strijdmakker, mens, laat van je horen, geef een teken dat je leeft (…) we hebben je nodig.'  Er volgde een oorverdovende stilte.
Ret Marut (ook al een pseudoniem) was eerder in beperkte kring bekend geworden als uitgever van het literair-politieke eenmanstijdschrift Der Ziegelbrenner.  Als actief revolutionair nam hij deel aan de linkse Radenrepubliek van München.  Deze werd in 1919 met geweld neergeslagen door voorlopers van Hitler & de zijnen. 
Müchsam ging de gevangenis in en werd er pas in 1924 weer uit ontslagen.  Hij mocht al blij zijn dat hij het er levend van af bracht want de repressie was moordend geweest.  De anarchist Gustav Landauer werd na zijn arrestatie letterlijk doodgetrapt, de linkse socialist Kurt Eisler was al eerder vermoord.  Ret Marut die eveneens ter dood veroordeeld werd, had echter weten te ontkomen.   Na zijn ontsnapping verschenen er nog enkele nummers van zijn tijdschrift en dan verdween het, samen met zijn uitgever, in de anonimiteit.
Vandaag weten we dat Marut en Traven inderdaad een en dezelfde persoon waren, maar het heeft wel tot aan zijn dood (1969) geduurd vooraleer daarover absolute zekerheid bestond.
Het dodenschip ademt op elke bladzijde het anarchistische individualisme uit.  Een man zonder papieren komt er terecht op de Yorikke, een doorroest schip dat door zijn eigenaars nog een keer de zee opgestuurd wordt om het er te laten zinken (en zodoende de verzekeringspremie binnen te rijven. Het is een thema dat ook Jan de Hartog in zijn boeken meesterlijk bespeelt).  Wie aan boord komt, moet alle hoop laten varen.  Meteen ontdekken we de dubbele laag in het boek.  Wellicht lezen we het persoonlijke verhaal van de vlucht van Marut/Traven. Tegelijk leert de auteur ons hoe het individu in de kapitalistische maatschappij vernietigd wordt.
Marut was een volgeling van de filosoof Stirner.  Die heeft een individualistisch wereldbeeld geventileerd dat achteraf bakken kritiek over zich heen gekregen heeft.  Het dodenschip deelt in de brokken en ook degenen die in 1919 mee op de barricaden stonden, zijn hard in hun kritiek.  Anarchisten die de stirniaanse variante niet zo goed zien zitten, ontwaren in de latere werken van Traven dan ook graag een evolutie naar het sociale anarchisme (in de zogenaamde Caobacyclus die de sfeer van de revolutionaire Mexicaanse bewegingen uitademt).  De ommezwaai zou er gekomen zijn wanneer hij in Mexico als dagloner zijn brood verdient en de onmacht van de enkeling ervaart. Marxisten zien dan weer in de hopeloze situatie van de stoker op de Yorikke het bewijs dat het anarchisme naar de impasse leidt. Het individu wordt altijd gevormd door zijn samenleving, zo onderwijst het geleerde koppel Marx-Engels ons terecht (zij het dat ze daar veel te veel woorden voor nodig hebben).  Daarnaast lezen we in de Duitse ideologie van datzelfde koppel echter ook: 'In de revolutionair-proletarische gemeenschap daarentegen, die zelf haar eigen bestaansvoorwaarden en die van alle andere klassen beheerst, is precies het omgekeerde het geval: hiervan maken de eenlingen deel uit als individuen.'  Ik weet niet goed wat daar staat, maar het lijkt me wel iets te zijn om over na te denken.
Op het einde van Het dodenschip drijft de verteller weg, vastgeketend op een stuk hout. En dan niets meer. Traven zegt zelf over het einde van dat boek: 'Wat er nu gebeurt met degene die vertelt, of hij omkomt of op een of andere manier in leven blijft, heeft met het dodenschip niets meer te maken. (...)  De volgende regel zou het begin van een nieuwe roman moeten zijn.'
In die volgende romans blijft Traven zijn anarchistische uitgangspunten trouw.  Hij blijft aan de kant staan van de laagste klassen, degenen die nog minder zijn dan de arbeiders: 'Wij konden zeggen wat we wilden, zij deden alsof ze niets hoorden, dronken hun wijn op of hun borrel en gingen onverstoorbaar weer weg.  Zij waren de enige echte arbeidersklasse, de vierde stand; wij waren de vijfde en nog lang niet aan de beurt zolang niet de vierde eerst eens goed aan de bak is.  Misschien waren wij zelfs wel de zesde en moesten we nog een paar eeuwen wachten.'
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen