vrijdag 17 juli 2015

Een kerkbezoek


Wanneer er, in 1926, in Bredene-Duinen voor ’t eerst een kerkje geopend wordt, zegt men ervan dat het een ‘noodkerk’ is, een voorlopig bedehuis, een tijdelijke oplossing in afwachting van het echte ding. Het gebouw van die noodkerk bestaat ook nu nog, het staat ten zuiden van de hoofdingang van de huidige kerk en heet Cruysduyne. Op de plaats waar de kerk nu staat ligt er in 1926 een parkje, met grot; een miniversie, zo veronderstel ik, van de grot van Lourdes. Mag ik ook veronderstellen dat de hierboven afgedrukte zwart-witfoto uit 1946-47 stamt? Wellicht wel. De bouw van de kerk wordt in 1939 aangevat, maar op 10 mei 1940 alweer onderbroken, omdat de oorlog voorrang heeft. In september 1945 wordt het werk weer op gang getrokken. De kerk kan op 14 april 1946 geopend worden en hij wordt ingewijd op 30 september 1947; twee goeie redenen om er een foto van te maken en die op postkaart af te drukken.
Ik heb mijn best gedaan om het gebouw onder dezelfde hoek te fotograferen. Gemakkelijk is dat niet, want op die plek belemmert een nieuw hoekhuis me het uitzicht. Ik moet de camera dichter opstellen, waardoor ik een nochtans veelzeggend stukje van de Prins Karellaan mis. Toch is het contrast tussen de twee foto’s ook zo al groot genoeg om er enige cultuurhistorische beschouwingen aan te koppelen. De zwart-witfoto herinnert me eraan dat Bredene-Duinen, anders dan ‘t Dorp of ’t Sas, in oorsprong een moderne verkaveling is, een plan dat uit de koker van enkele grootgrondbezitters komt en kunstmatig uitgetekend wordt in een desolaat gebied. In afwachting dat er gebouwd wordt is het een hoop naakte grond waarop alleen de noordenwind het voor het zeggen heeft. De foto straalt dat uit. Je ziet wel enkele gebouwen, maar je ziet vooral leegte, veel grond om er, in het kader van het oprukkende toerisme, geld van te maken. En waar zijn de Bredenaars op die zwart-witfoto eigenlijk naartoe? Het lijkt wel alsof de fotograaf er — met medewerking van de veldwachter? — in geslaagd is elke menselijke aanwezigheid uit het beeld te weren. Dat zou vandaag moeilijker te realiseren zijn, want op die hoek heb ik zes foto’s geschoten en op al die beelden staan mensen. En auto’s. En fietsen. Maar het grootste verschil tussen de twee foto’s zit toch in de richtlijnen die daar nu opgesteld staan en die tot doel hebben onze handel & wandel te stroomlijnen. Hoeveel gebods- en verbodstekens staan daar eigenlijk? Opgelet: men verlaat een voetgangerszone! Opgelet: daar moet je de straat oversteken! Opgelet: je dient parkeerkaarten te gebruiken! Opgelet: je mag met de auto niet in deze en evenmin in gene richting rijden! Er staan rode lichten, twee boven elkaar zelfs, daar moet je dus dubbel voor oppassen; op die hoek staat ook veel om tegenaan te lopen: plastic paaltjes, palen in recyclagemateriaal, een betonnen blok, een metalen paal… En van die wijk zegt men vandaag dat het een rustige, residentiële plek is. 
Ik ga de laatste zijn om te zeggen dat het vroeger beter was, maar het verschil tussen de twee foto’s maakt ons wel duidelijk dat er onderweg iets verloren gegaan is: rust, ruimte, stilte. Vooral dat laatste, vind ik, want ik leef al een week in het alles doordringende lawaai van een drilboor die ergens muren in een appartement aan 't afkappen is. Zou er nog veel gips op die muren zitten? Ik hoop van niet, want mijn goede humeur is al helemaal weggedrild

flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen