maandag 20 juli 2015

Epifanie


Tekening Liesbeth Lambrecht (http://www.botervlieg.be)
De schipper is vandaag in ’t zothuis opgenomen.’ Het was de waard die het me zei: ‘Ze hebben hem moeten wegvoeren, want hij was met een geweer aan ‘t zwaaien.’ Met dat geweer werd hij opgepakt in een winkelwandelstraat waar hij had staan roepen: ‘Het is de hand, het komt door de hand, het is de hand!’ Daar moesten ze in 't café hard om lachen, maar voor mij was het een buitenkansje. Hier lag een verhaal klaar om geschreven te worden. Ik dronk mijn glas leeg en vertrok.
De psychiatrische afdeling van het ziekenhuis was me niet onbekend en ik leidde mezelf vlot naar zijn kamer. Hij leek blij me te zien — ‘Ha, daar is onze gazettenschrijver!’ —  en ik vroeg hem onomwonden wat er gebeurd was. Hij omklemde mijn pols en zei: ‘Ik heb de hand aan ’t werk gezien. De hand. We moeten… Ze moeten weten dat… dat het de hand… Je moet het schrijven… Je moet hen verwittigen… Het komt door de hand.’ Ik haalde mijn notitieboekje boven en vroeg of ik hem enkele vragen over die hand mocht stellen. ‘Ja’, zei hij, ‘je bent van de gazet. Je moet schrijven… zeg… zeg dat het door de hand komt.’ Ik verplichtte mezelf om ernstig te blijven en vroeg: ‘Heb je die hand vroeger al opgemerkt of is ’t iets dat er pas onlangs gekomen is?’ Daar had hij vroeger geen oog voor: ‘Omdat ik geen tijd had… maar toen ze ’t schip aan de ketting legden… toen zag ik het meteen… dat het de hand was… Dat was de hand.’ Wellicht door de medicatie die men hem gegeven had was de schipper alweer moe aan ’t worden. ‘Hij vernietigt ons’, zei hij nog, ‘hij brengt ons naar de kloten.’ Ik had nog een vraag: waarom doet die hand dat? ‘Omdat het de hand is,’ zei de schipper, ‘da’s de aard van het beestje.’ Op dat moment kwam de psychiater de kamer binnen. Ik maakte er dankbaar gebruik van om mijn notitieboekje dicht te klappen. Omdat het me na dat gesprek geen goed idee leek om de schipper een hand te geven, nam ik haastig afscheid.
In de auto, op de terugweg naar het café, begon ik te begrijpen wat de schipper me had willen zeggen. Hij had een openbaring gekregen, een epifanie. Hij was plotsklaps tot het inzicht gekomen dat we slachtoffers van de markt waren: de onzichtbare hand van de markt!  Ik opende de deur, keek naar de vragende gezichten aan de tapkast en zei: ‘De schipper is nog nooit zo normaal geweest als nu.’  Daar moest de waard om lachten. ‘O ja,’ zei hij, ‘Als de schipper zo normaal is, waarom zit hij dan in ’t zothuis?’ Ik schraapte mijn keel en zei: ‘Dat komt door de hand.’
Flor Vandekerckhove


[Ook dit is een verhaal dat in het kader past van mijn ‘Verhalenproject 2015-16’. Het is de bewerking van een langer verhaal dat ik eerder geschreven heb. Onder de titel Epifanie heb ik nu het herwerkt en vooral fel ingekort. Wie meer wil weten over het verhalenproject, krijgt daar meer uitleg over door hier te drukken, of daar en ook hier.]
Een reactie posten