donderdag 2 juli 2015

Framasson

De pikzwarte lucht was niet te splijten, hoezeer de bliksem dat ook probeerde. Ik zag hoe ‘t onweer mijn kant uit kwam. Dit was mijn kans. Ik liet de boel de boel en fietste naar het centrum van de stad, waar ik het experiment zou uitvoeren. Daar, op dat kruispunt, zo leerden me de teksten, zou de duivel me tegemoet treden om van mij een framasson te maken.
Het riool kon de stortvloed niet slikken, auto’s bleven aan de kant staan, de bliksem sloeg in op een elektriciteitscentrale. En toen het onweer uitgeraasd was kon ik alleen maar constateren dat ik tot op mijn blote lijf doordrenkt was. 
Traag hernam de stad zijn ritme, terwijl brandweerlui zich door ondergelopen straten naar weggewaaide daken spoedden. Zelf vroeg ik me af of ik in al die plassen wel naar huis zou kunnen fietsen.
Een auto claxonneerde, een vrouw die ik meteen als Marie-Paule Janssens herkende, wenkte me. ‘Stap maar in’, zei ze. Ik ging op het aanbod in, dat ik anders zeker afgewezen had, want Marie-Paule was de vrouw die alle touwtjes van de Vlaamse visserij in handen hield. En ik had, als redacteur van Het Visserijblad, niet zo’n goeie verhouding met Janssens en haar entourage. 
‘Jongen,’ zei ze, ‘je bent helemaal doorweekt. Je gaat daar ziek van worden.’  Ondernemend als ze was, reed ze de parking van een hotel op en leidde me daarna kordaat naar een suite waar ik een verkwikkend bad mocht nemen. Mijn kleren gingen naar de kelder waar ze in een droogtrommel terechtkwamen. Toen ik, gekleed in een chique badmantel, weer in die suite kwam, wachtte Janssens me op. Op het tafeltje stond een kopje koffie. Daarna volgde een uur waarvan ik me niets herinner. 
Ik kwam wakker op het grote bed, op de badmantel zat een spatje bloed, op een stoel lagen mijn droge kleren en Marie-Paule Janssens was nergens meer te zien.
Na die dag werd alles anders. Mensen die me nooit een blik gegund hadden, groetten me nu met de glimlach. Mijn tijdschrift, dat altijd een kwakkelend bestaan geleid had, kreeg een toevloed van abonnees. Nieuwe medewerkers boden zich aan: een dichter uit Antwerpen, een vormgever uit het Gentse, een activist uit het diepe Vlaanderen en een verteller uit het nog diepere Wallonië… De uitgeverij begon winst te maken en ik dacht eraan een assistent in dienst te nemen.
Veel later, toen ik Marie-Paule Janssens op een persconferentie tegen ’t lijf liep, wilde ik haar danken voor de hulp die ze me na dat onweer geboden had. ‘Ah, zei ze, ‘een woord is een woord, we hebben een contract getekend en ik zal me daaraan houden. En jij, prutsschrijvertje…’ en ze grijnsde op zo’n venijnige manier dat ik die grijns alleen als des duivels kan omschrijven, ‘jij zult dat ook moeten doen.’
Flor Vandekerckhove

Wees voorzichtig! Bekijk deze film 
vooraleer u uw ziel verkoopt.

Een reactie posten