donderdag 16 juli 2015

Molly de waternekker


Op de Visserskaai rangschikt Molly Malone zorgvuldig de pladijs en de garnaal in de vakjes van haar steekkar. Alhoewel ze jong en mooi is merkt niemand haar op. Terwijl ze haar kar op gang duwt, kijkt ze meewarig naar de andere viswijven, want Molly mag jong zijn, ze heeft de wijsheid van een oude vrouw. Ze heeft alles al meegemaakt en weet daardoor wat het leven voor haar soort in petto heeft: ellende & narigheid, kommer & kwel. Ongehinderd stuurt ze haar viskar door de nauwe straatjes en brede lanen van de stad naar de brug die het stadscentrum scheidt van de buitenwijk, die Hazegras heet en waar haar trouwe klanten wonen: ‘Vasche platjes zie, vasche gernoas zie.’
In een café van die wijk werkt de oude folklorist aan zijn tekst over de waternekker, een geest die, zo zegt de volksmond, de onoplettende in ’t water trekt. Omdat het pijpenstelen regent heeft hij daar vandaag een beetje langer aan gewerkt, de tekst is nu helemaal klaar voor publicatie. Daarvoor moet hij naar de stad. Onder zijn paraplu staat hij voor de brug die de wijk scheidt van het centrum. Die brug werd zojuist weer neergelaten nadat hij eerder opgetrokken was om een jacht van ’t ene dok naar laten varen. In de regen wacht de folklorist geduldig, zoals het folkloristen past, tot hij groen licht krijgt om de brug over te steken. Zijn gedachten zijn nog bij de waternekker die vele gedaanten kan aannemen: een kind, een hond, een vrouw, een witte man… Een auto die vlak naast hem het rode licht negeert, haalt hem bruusk uit zijn mijmeringen. Hij ziet hoe die auto recht op een viskar afstevent die vanuit de andere kant de stad komt uitgereden. De chauffeur merkt de kar niet op, maar hij hoort wel de snerpende stem van Molly Malone die haar waar aanprijst: ‘Vasche platjes zie, vasche gernoas zie.’ Daardoor beseft de chauffeur, weze het op ’t allerlaatste nippertje, dat hij een fout maakt. Hij drukt hard op het rempedaal, de wagen slipt en botst onzacht tegen de viskar aan, die schudt, beeft en kraakt, maar toch standhoudt. Een enkele pladijs wordt hoog in de lucht geslingerd en komt op ’t wegdek van de brug terecht. Nergens valt enige schade op te merken, maar het had erger kunnen zijn, veel erger. De chauffeur komt er met de schrik vanaf en vervolgt zijn weg, net zoals Molly Malone dat met haar viskar in de tegenovergestelde richting doet. Intussen is het licht op groen gesprongen en trekt ook de folklorist opgelucht de brug over, waar hij helaas uitglijdt op die ene pladijs die daar blijven liggen is. Hij slaakt een gil, slaat de armen in de lucht, verliest het evenwicht en komt in ’t water van het dok terecht waar hij meteen verdrinkt. In het Hazegras, de wijk achter de brug, waar de verdronken folklorist enkele minuten eerder zijn tekst over de waternekker geschreven heeft, verkoopt Molly Malone al haar waar. En zeggen dat er niemand is die haar daar die dag gezien heeft.
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen