vrijdag 4 december 2015

Gemeubeld appartement te huur

Zo staat het niet in de geschiedenisboeken, maar het is wel waar: aan de kust leefden de Belgen van de visvangst of van het toerisme. Mijn ouders verhuurden, net zoals haast iedereen in de wijk die daar de plaats voor had, zomerappartementen. Dat gebeurde niet in flatgebouwen of in chalets, maar in gewone rijhuizen. Aan het raam hing een wervend plakkaat: Gemeubeld appartement te huur. (Ik heb een exemplaar bewaard, dat blijkbaar vele jaren dienst gedaan heeft.) Zo’n appartement bestond uit een keuken die tegelijk leefkamer was en uit een slaapkamer die overvol bedden stond. Die slaapkamer was soms ook de badkamer, maar soms ook niet, dan viel de badkamer samen met de keuken, want daar was een gootsteen. Soms bleek zo’n appartement een studio te zijn en dan werd de toerist welwillend uitgelegd hoe hij overdag de bedden tegen de muur kon klappen. In ’t ouderlijk huis, waar we in de winter met ons drieën leefden, woonden in de zomer daardoor vijf gezinnen. Dat vroeg enige organisatie: de ouderlijke slaapkamer verhuisde naar de zolder, naar ’t wc ging je als de toeristen naar ’t strand waren… Een enkele keer was er een overboeking en die nacht sliepen we in de gang. Er zijn ook verhalen bekend waarin Bredenaars naar de garage verhuisden of de nacht in het duivenhok doorbrachten.
U begrijpt dat al die gezinnen in zo'n huis dicht op elkaar leefden. Wanneer de gasten moesten telefoneren dan deden ze dat in onze keuken. We luisterden zonder gêne mee. Soms werd hun een koffie aangeboden. Er ontstonden vriendschappen. Toen we eindelijk televisie hadden kwamen ze bij ons naar ’t nieuws kijken. Na afloop namen ze hun stoel weer mee naar ‘t appartement.
Ik herinner me die mensen. Mijn herinneringen gaan terug tot in de vroege jaren vijftig. Ik herinner me de Lacans, Antwerpenaars die op de Meir een tabakswinkel uitbaatten. We zijn daar op bezoek geweest. Toen die Lacans na enige jaren niet meer naar het appartement kwamen, voelde dat een beetje aan als verraad. Ik herinner me de Mauers, Franstalige Leuvenaars die daar in de Ridderstraat woonden. Zelf ben ik bij die mensen op vakantie geweest. Dat was in 1961, want ik herinner me de stem van Joeri Gagarin, de eerste mens in de ruimte, die ik daar op de radio gehoord heb.
Die bezoeken waren erg verrijkend. Ik werd er geconfronteerd met het stadsleven. De drukte van de Antwerpse Meir, het piepkleine, maar overvolle en drukbezochte winkeltje van Lacan, dat hem als ’t ware de tijd niet gunde om een zin af te maken. Ik leerde die Lacan daar in Antwerpen kennen als de zenuwpees die hij in Bredene niet was. Ik leerde ook de bourgeoisgewoonten van de Mauers kennen, die Pourquoi Pas? lazen, en van hun oudste zoon leerde ik dat ik een Vlaams boertje was. Al die mensen leefden vooral op een ritme dat ik niet gewoon was, ook niet van hen trouwens, want ja, in Bredene waren ze met vakantie en dus ontspannen.
De vakantie die ik in Leuven doorbracht was overigens niet mijn eerste uithuizigheid. Ik was eerder al op vakantie geweest, bij Jean & Yvonne, een Nederlandstalig koppel uit Brussel. In Bredene waren die mensen een en al lieflijkheid, maar in Brussel was dat anders. Jean was pompier en hij stond daardoor bij mij op een voetstuk. Daar donderde hij van af toen Yvonne en ik zijns inziens iets te laat naar huis kwamen en hij het nodig vond daarover een scène te maken. Ik was acht en kende het woord nog niet, maar dit is wat hij was: een macho!
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen