zondag 13 december 2015

Washandjes

Op het plein stond maar één auto, een kleine bestelwagen. De deuren van de laadruimte waren wijd open blijven staan, de sleutel zat nog in het contactslot. De chauffeur was nergens te bespeuren. Godver, dacht ik, dit is de enige plek waar het veiligheidsgevoel onaangetast gebleven is. Over dit oord wil ik schrijven, hier wil ik leven & sneven.
In Bredene had ik de voortekenen gezien en ik had ze niet genegeerd. Daardoor was ik uit het land kunnen wegvluchten nog voor de grenzen compleet dichtgegooid werden. Ik was twaalf uur blijven rijden en nu stond ik op het plein van een piepklein Pyreneeëndorp te wachten tot de winkeldeuren na de siësta weer zouden opengaan.
De zon stond in het zenit, de hitte maakte me loom, de lange rit eiste zijn tol, ik kon maar met moeite mijn ogen openhouden. Ik moest me hoognodig verfrissen. Terwijl mijn oogleden al te zwaar werden dwaalden mijn gedachten af naar mijn in Bredene gecensureerde pennenvruchten, naar het gedicht Kerst op Pasen, waarin ik de bende van De Wever over de hekel, alsmede door de mangel haal en naar mijn kort verhaal Veiligheidsniveau 4, dat ‘gezien de gevoeligheid’ niet vermeld mocht worden. En ik dacht vooral aan de druppel die mijn emmer had doen overlopen, het verhaal Gemeubeld appartement te huur Daarin beschrijf ik mijn herinneringen aan de tijd waarin Bredenaars de nacht in hun duivenkot doorbrachten omdat ze hun slaapkamer aan toeristen verhuurd hadden. Toen ook de publicatie van die memoires te gevoelig bleek te liggen, wist ik dat het tijd werd om ervandoor te gaan. En dat had ik gedaan.
Toen de siësta eindelijk voorbij was en de winkeldeur openzwaaide stapte ik stram uit de auto, nam een winkelmandje en vulde die met enig fruit en met de hoogstnodige toiletartikelen. Wat ik in die winkel niet had kunnen vinden waren washandjes. Aan de kassa probeerde ik ernaar te vragen. Ik slaagde er niet in om de Franse vertaling uit mijn geheugen op te halen, begon het met handen en voeten uit te leggen en zei uiteindelijk: ‘Chez nous en Flandre on appelle ça washandjes.’ En geloof me of geloof me niet, dit is wat dat mens van die Pyreneeënwinkel daarop antwoordde: ‘Moh hebruk je gie ook nog wazandjes?’

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten