woensdag 2 december 2015

Kerst op Pasen

Elk jaar, rond deze tijd, wanneer de sparren gehakt zijn en de tierelantijnen opgehangen worden, wanneer kerstmuzakjes niet meer te ontwijken vallen en de chocola niet langer te vermijden is, plaats ik in deze blog een stukje antikerst. Dat kan een verhaal zijn, zoals Kerst op de Oostendse Oosteroever, een lied, zoals Kerstmis kan de boom inof een gedicht, zoals onderstaande proeve van light verse, waarin ik enige gedachten ventileer betreffende De kracht van de verandering, een slogan ter grootte van een kerstbol, die ons door de strot geduwd werd. In dit gedicht neem ik u mee naar de dag dat de beoogde Vlaams-nationale veranderingen ei zo na uitgevoerd zijn en de kers(t) op de taart gezet wordt.

Kerst op Pasen
(De klucht van de verandering)

Toen de voorman zijn einde voelde naderen
Riep hij zijn getrouwen bij elkaar
En herinnerde hen eraan
Dat hij het was die ‘t land
Gered had van de sossen.

Hij zei, en zijn stem verzwakte niet,
Er rest me nog één weg te gaan,
Eén daad te stellen, één wet te schrijven
Waarmee ik ‘t land voorgoed
Ga sparen van de sossen.

De getrouwen krabden in hun baard,
Zowel de mannen als de vrouwen
En probeerden te bedenken wat er
In dit land nog resten kon
Dat bijgod herinnerde aan sossen.

Hij sprak en zei: Ik ben wel oud inmiddels
maar nog sterk genoeg om op mijn werk
Een kroon te zetten, waardoor
Ze nimmer kunnen wederkeren en
Vlaand’ren voor altijd vrij blijft van de sossen.

De Vlaamse voorman keek in ’t rond
En zag de vragende gezichten die
Naar hem opkeken, zoals ze dat
Al deden in lang verleden dagen
Toen hij korte metten maakte met de sossen.

Zo herinnerde de achterban zich
De tijd die ze vergeten waren
Toen stad en land geknecht werden,
Gekneveld en misleid, gesjarend en
Mismeesterd door de sossen.

Hoe die met wetten en bezwaren,
Met voordelen en achterpoorten,
Met tramabonnementen en met goedkope
Elektriciteit het land verkocht hadden
Aan godbetert Waalse sossen.

Gratis bestaat niet meer, zei de man,
En wat ook al lang niet meer bestaat
is eendracht en solidariteit,
Open grenzen, gelijkheid en sociale rechten,
Dat is allemaal verleden tijd
Net zoals de meeste bossen.

Dat kerst in ’t midden van de winter valt,
Zei hij, een feest in volle wintertijd,
Nog slechts dat ene feit, zei hij,
Herinnert de natie aan die tijd.
‘t Is ’t laatste wat herinnert aan de sossen.

Afschaffen kunt gij dat niet doen, dat feest,
Zei hij, maar verplaatsen wel, naar
Een tijd waar ’t beter is gelegen,
Naar de lente toe, naar Pasen.
Dan herinnert niets ons nog aan sossen.

’s Mans getrouwen keken naar elkaar
En ook wel naar de tippen van hun schoenen
Begrijpen deed niet een, maar knikken deed elkeen
Omdat niemand de voorman vragen durfde
Wat kerst te maken had met sossen.

En zo komt het dat de Vlamen vanaf die tijd,
Kerst op Pasen vieren en dat al d’ anderen,
Op Pasen Pasen blijven vieren
Je kunt denken: da’s een feest van de kaloten
Maar echt schuldig zijn alleen de sossen.


Flor Vandekerckhove
Een reactie posten