woensdag 30 december 2015

Muur

— (Eigen foto) —
In die tijd kon je in de Pyreneeën voor weinig geld een heel dorp kopen. De Fransen trokken er uit weg, op zoek naar werk, en Nederlanders kwamen zich in de goedkope huizen nestelen.
Lucien Ducon wist dat het zijn dorp niet anders zou vergaan en hij bedacht een plan. Op de rots achter zijn woning begon hij stenen te stapelen. De buren begrepen zijn bedoeling niet, maar ze hielpen waar ze konden. De steenhoop werd een muurtje, dan een muur en uiteindelijk een hele hoge muur die ver boven het dorp uittorende. Aan gene zijde gaapte niets dan het ravijn, maar aan de dorpskant brachten Lucien en de zijnen een marmeren plaat aan, waarop, zo zei hij bezwerend, de namen zullen staan.  Zijn kompanen knikten, niet omdat ze het begrepen, maar omdat ze opgehouden waren de dingen te bevragen.
De grote muur van Ducon werd een kleine bezienswaardigheid. Terwijl passanten de zinloosheid van de onderneming aanschouwden, werkte Lucien aan een trap die tot bovenaan de muur liep. Toen die klaar was, waste hij het steenstof uit zijn poriën, trok zijn zondagse pak aan, nam de trap tot boven op de muur en sprong in de afgrond, een zekere dood tegemoet. 
Luciens lijk lag nu in ‘t ravijn, maar zijn muur, die in het dorp al lang le mur du con heette, bleef staan. Ter herinnering beitelde de steenkapper ’s mans naam in de marmeren plaat waarvan Ducon gezegd had dat daarop de namen moesten staan. 
De bijtel was nog niet weggeborgen of er was al een inwijkeling, van het daarnaast gelegen dorp, die op zijn beurt naar boven trok om van de mur du con in het ravijn te springen. De steenkapper zag ’t gebeuren, keerde op zijn schreden terug en zette een Nederlandse naam onder die van de Franse Ducon.
Uit al de opgekochte dorpen kwamen inwijkelingen hun gestorven landgenoot herdenken. Bij de plaatselijke kruidenier kochten ze plastic bloemen — les fleurs du con — die ze van boven op de muur in ‘t ravijn gooiden. Iemand maakte er een foto van, iemand anders schreef een krantenstukje. De televisie toonde een reportage die Le mur du con heette. Waarna zelfmoordkandidaten uit de vier windstreken naar het dorp ijlden om er hun laatste ding te doen.
Maar dood doet leven. In afwachting dat hun uur zou slaan, overnachtten zij voor ’t laatst in de plaatselijke B&B. Bij de slager haalden ze hun laatste boudain noir, in de bistro dronken ze hun laatste rode wijn, bij de bakker kochten ze hun laatste croissant, in de bar-tabac rolden ze een laatste sigaret en met hun laatste geld betaalden ze een ticket voor de muur. In het ravijn ademden ze hun laatste adem uit, waarna de steenkapper hun naam vakkundig in het marmer sloeg. Vervolgens kwamen nabestaanden de plastic bloemen kopen die andere nabestaanden al eens eerder in ’t ravijn gegooid hadden en die de kruidenier daar ‘s avonds weer had weggeplukt.

Flor Vandekerckhove

Een reactie plaatsen