vrijdag 19 augustus 2016

Heremiet

’s Avonds, wanneer ik mijn fiets in de stalling gezet heb en ik me in de armen van mijn geliefde vlei, vraagt ze me al eens of ik die dag iemand gesproken heb. Het is een vraag waar ik dan een wijle over nadenk. Is de koerier gepasseerd? Ben ik zelf om boodschappen gereden? Heeft de buurman iets over het weer gezegd? (Dat is het zowat.) Neen, antwoord ik vervolgens naar waarheid, neen, ik heb met niemand gesproken.
Daarna moet ik weer een wijle peinzen, want ja, ik vind dat zelf wel eigenaardig, zo’n mens ais ik. Ik heb daar toch vragen bij, zoals deze: heb ik daar dan geen nood aan? Mis ik dat niet?
Eigenlijk niet, neen, en ik heb Sartre aan mijn kant, waar die zegt: als je je eenzaam voelt als je alleen bent, bevind je je in slecht gezelschap.
Ik probeer me het meest aangename gesprek met een derde te herinneren. En ik kom uit bij… een vogel. Over dat gesprek heb ik hier al iets geschreven. Ik ben een seculiere versie van Sint Franciscus van Assisi.
Ik woon alleen en verlaat mijn huis alleen wanneer dat echt nodig is. Om te joggen bijvoorbeeld, of wanneer ik iemand moet omleggen, of omdat ik ergens een verhaal moet voorlezen. Na afloop keer ik onmiddellijk weer naar huis. Na het joggen en na het mollen van een mens is dat evident, want dan sta ik helemaal in schuim & zweet. Na een optreden is dat al minder evident, want daar hangen sociale verplichtingen aan vast. Die ontvlied ik, ik ben erom bekend. Men zegt me dat ik op een sociale versie van Houdini lijk, de ontsnappingskunstenaar.
Een keer heb ik present getekend op de Boekenbeurs van Antwerpen. Een lezer — een lezeres nog wel! — heeft me daar een boek laten signeren. Ze zei: ‘Ooo, maar u bestaat ook echt!’ Waarna ik de signeertafel verlaten heb om de trein naar huis te nemen.
Nu word ik voor die beurs niet meer gevraagd. Ik schrijf thans in het ijle. De Laatste Vuurtorenwachter is mijn orgaan, het internet mijn medium, Google mijn uitgever, u bent mijn lezer. Via het wereldwijde web dringen mijn verhalen als vanzelf door tot in de diepste poriën van het Dietse volk, echt overal, tot hier zelfs, in de KVAMC.
Ik ga bij niemand op bezoek en ik ga naar geen enkel evenement, zelfs niet als dat ingericht wordt door de KVAMC. Ik ben een heremiet.
Heb ik dan geen vrienden? Jawel, maar ik zoek hen niet op. Ben ik een misantroop? Geenszins. Ik hou van de mensheid in het algemeen en van mensen in ’t bijzonder. Alleen vind ik dat geen reden om ernaar op zoek te gaan. Behalve als ik iemand koud moet maken natuurlijk.
Blaise Pascal zegt dat alle ellende op de wereld veroorzaakt wordt doordat mensen niet gewoon thuis kunnen blijven. Mij zal hij het niet kunnen aanwrijven.
Flor Vandekerckhove
Een reactie posten