dinsdag 27 februari 2018

Filosofie voor de gewone man


— Van links naar rechts: een Duits, een Frans en een Angelsaksisch toilet. Leert het verschil ons iets over de filosofische tradities? —

 De filosoof Slavoj Žižek is een intellectueel waarover zoveel te vertellen valt dat ik er niet eens aan begin. Laat het volstaan dat ik hier zijn bijnaam vermeld: de Elvis van de culturele theorie.
In onderstaand fragment, uit The Plague of Fantasies, draait hij voortdurend rond de pot. Ik ben zo vrij geweest om het stukje te vertalen, zodat je weet waarmee ik me tijdens deze vriesdagen onledig houd.

— Slavoj Žižek denkt na over toiletpotten. —
 ‘In een traditioneel Duits toilet bevindt het gat, waarin de stront na het doorspoelen verdwijnt, zich vooraan, zodat de stront eerst voor ons ligt om er aan te ruiken en hem op ziektesporen te onderzoeken. In het typische Franse toilet daarentegen bevindt het gat zich achteraan, d.w.z. dat de stront verondersteld wordt zo rap mogelijk te verdwijnen. Het Amerikaanse (Angelsaksische) toilet tenslotte vertegenwoordigt een synthese, een bemiddeling tussen die tegengestelden: de toiletkom staat vol water, zodat de stront erin drijft, zichtbaar, maar niet om onderzocht te worden. […] Het is duidelijk dat geen van die versies in louter utilitaire termen uitgelegd kan worden: elk houdt een bepaalde ideologische perceptie in van hoe het subject zich tot zijn stoelgang verhoudt. Hegel behoorde tot de eersten om in de geografische triade van Duitsland, Frankrijk en Engeland een uitdrukking van drie verschillende existentiële gedragingen te zien: reflectieve doordachtheid (Duits), revolutionaire gehaastheid (Frans), utilitair pragmatisme (Engels). In politieke termen kan deze triade gelezen worden als Duits conservatisme, Frans revolutionair radicalisme en Engels liberalisme. […] Het toilet heeft het voordeel dat we deze triade niet alleen in haar meest intieme gebied kunnen waarnemen, maar ook het onderliggende mechanisme kunnen benoemen van de verschillende houdingen tegenover overtolligheid: een tweeslachtige contemplatieve fascinatie; een wens om er zo vlug mogelijk vanaf te geraken; een pragmatische beslissing om het als iets gangbaars te beschouwen en het op een passende manier te verwijderen. Het is gemakkelijk voor een academicus om aan een ronde tafel te stellen dat we in een postideologisch universum leven, maar wanneer hij, na de verhitte discussie, het toilet bezoekt, bevindt hij zich weer kniehoog in ideologie.’
Daar valt echt niets aan toe te voegen, behalve misschien dit citaat van drs. P., uit De gezusters Karamazov. Ik wil het al lang gebruiken, maar kon er geen plaats voor vinden, tot nu: En de kanarie sprak: Tjiep tjiep tjiep tjiep.’

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten