woensdag 7 februari 2018

Zijn redactionele visie


Naar aanleiding van het 80-jarig bestaan van Het Visserijblad werd Flor Vandekerckhove in 2013 uitgenodigd in de studio van de regionale televisie. Aan reporter Caroline Verstraete ontblootte hij zijn redactionele visie. Volgens onbevestigde geruchten zou Verstraete die visie achteraf als volgt in haar intiem dagboek samengevat hebben.

Men zegt hoofdredacteur, een woord waarbij je ook aan andere redacteuren denkt, aan onderredacteuren of mederedacteuren, maar die zijn er niet. Hij zit daar helemaal alleen. Hoofdredacteur? Ik denk dat ze dat zeggen om met hem te lachen.
Hij is geen hoofdredacteur, hij is zelfs nauwelijks een redacteur. Alles wat op zijn bureau belandt steekt hij in een mapje en als ’t vol zit fietst hij ermee naar de drukker; hij doet niet eens de moeite om het allemaal te lezen. Iets wat hij trouwens met zijn abonnees gemeen heeft.
In de jaren tachtig was dat anders. Toen moest hij alles overtypen, waardoor hij al die binnenvallende stukken wel moest lezen. Zijn redactionele tussenkomst bestond er toen vooral in om al dat materiaal ferm in te korten, wat hem veel tikwerk uitspaarde. Sommige medewerkers waren daar kwaad om: ze mochten gáán, terwijl hij hen nariep: De persvrijheid is beperkt tot de mensen die zelf een pers bezitten!
Gelukkig waren daar al gauw de computer en het internet, de mailbox en de toetsencombinaties copy en paste, wat lezing van de ingezonden stukken overbodig maakte. Een vooruitgang die hij hard had toegejuicht.
Zelf gebruikt hij dat blad alleenlijk om ongebreideld tegen kerk, staat & kapitaal tekeer te gaan — een mens moet toch iets doen, zegt hij. Al de rest is bladvulling.
U kunt de wenkbrauwen optrekken alsmede het voorhoofd fronsen, maar het is een visie die wel meer voorkomt. Al zult u hen dat niet luidop horen zeggen: de meeste redacteurs vinden bijdragen van derden alleen maar goed om hun eigen ding te omkaderen.
Zijn systeem heeft ook nadelen. Hij heeft eens twee keer dezelfde boekbespreking geplaatst en ook eens drie edities na elkaar dezelfde column. De auteur van die column is de enige die het opgevallen is en in ’t geval van die boekbesprekingen heeft zelfs de recensent het niet gezien.
Soms gebeurt het dat iemand hem aanspreekt omwille van iets wat hij schrijft. Als hij er al op ingaat dan blijkt al gauw dat zo’n lezer er gewoon zijn eigen ding van maakt, iets heel anders dan wat er te lezen staat. Dat heb je goed geschreven, zegt zo’n mens hem dan. En om van 't gezaag van die mens af te zijn trakteert hij hem vervolgens op een pint.

Flor Vandekerckhove
Een reactie posten