vrijdag 27 februari 2026

De vechtersclub in drie zinnen

In 1996 publiceerde Chuck Palahniuk zijn ‘Fight Club’, een scherp verhaal over mannelijke vervreemding. Regisseur David Fincher bewerkte het verhaal voor het witte doek. De film ging in september 1999 in première. Mij inspireerde het vandaag tot een driezinnenverhaal.


Vechten — De ene zei dat hij al voor minder gevochten had. De andere zei uitdagend dat die ene dan ook al voor minder zo’n gevecht verloren had. Ik daarentegen zag er meteen dit driezinnenverhaal in. (Flor Vandekerckhove)

Vechten is een driezinnenverhaal. Zo’n verhalen zijn experimenten om het zo kort mogelijk te houden, uitgaand van 't vermoeden dat internetlezers scrollen, surfen & swipen en dat ik bijgevolg maar korte tijd heb om hen mijn literair werk te tonen. In plaats van daar meewarig over te doen, neem ik die realiteit ter harte. 
In het e-boekje 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS verzamel ik er zo 200. Het boekje heeft als bijkomende plus dat je elke titel kunt aanklikken, de hyperlink leidt je dan naar een video waarin het verhaal geïllustreerd wordt en te horen/zien valt, 200 YouTube-producties in totaal. EN DAT ALLES IN 1 BOEKJE ! Zoals alle digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch is ook 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS gratis. Mail erom en je bestelling wordt meteen ingepakt door de juffrouwen van De Weggeefwinkel. (en vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.): liefkemores@telenet.be.



donderdag 26 februari 2026

Herinneringen aan scheepswerf Seghers

Johnny Verplancke fotografeert al dan niet geklasseerd erfgoed in de staat waarin het zich bevindt. Zijn indrukwekkende collectie (bijna 4000 foto’s) staat hier op flickr. In 2019 maakte hij een reeks over de restanten van scheepswerf Seghers in Oostende. Al die gebouwen werden inmiddels afgebroken. De Slipwaykaai wordt nu volledig bezet door het VLIZ. De scheepshelling werd behouden en als monument mooi geïntegreerd in de nieuwbouwsite.
 
In 1992 MELDDE Het Visserijblad: ‘De twee overgebleven Oostendse visserijscheepswerven zitten met een leeg orderboek. IdP (19 werknemers) kan het nog redden met herstellingswerken. Scheepswerf Seghers (32 werknemers) zoekt heil in industriële constructies.’ 
IdP bestaat vandaag nog steeds, maar visserijschepen worden daar niet meer gebouwd. Seghers is alleen nog een herinnering. Ik heb Jacques Seghers destijds geïnterviewd. Ik herinner me zijn bureau en daarin vooral de wand waartegen een rij scherven prijkte, halzen van tegen de romp stukgeslagen champagneflessen, een herinnering aan elke scheepsdoop die daar had plaatsgevonden. Ik was erbij toen dat voor het laatst gebeurde en de O.154 Wilmar van de helling gleed, het laatste vissersvaartuig dat er gebouwd werd. Niet lang daarna legde Seghers de boeken neer. Er was in Oostende, zei hij, geen toekomst meer voor een visserij-scheepswerf. 
Dat werd tegengesproken door Blankenbergenaar Jean-Pierre Ponjaert. Hij verwierf de werf met zijn vennootschap APS: ‘In Afrika ligt op dat vlak wel een toekomst.’ Er was sprake van de bouw van vijf vissersvaartuigen, bestemd voor de Kaapverdische Eilanden. Meteen riep hij een aantal arbeiders van Seghers terug. Uiteindelijk bleek Ponjaert een avonturier te zijn. De bestelling bleef uit, lonen werden niet uitbetaald, de negen arbeiders gingen in staking, ze bezetten het bedrijf. Bijna driehonderd (!) dagen later werd die bezetting opgeheven: No future! Ik schreef er een boek over. (°) 
Nog was de rol van de werf niet uitgespeeld. Tegen alle verwachtingen in haalde die zelfs de eenentwintigste eeuw. ‘Maritieme Site Oostende werd een plek waar langdurig werklozen herschoold werden. Onder de praktische leiding van Georges Verleene bouwden cursisten er een replica van een historische Oostendse tweemastsloep. Het zijn er uiteindelijk twee geworden. Het eerste schip, Nele (2005), werd ingeschakeld in het toerisme. De tweede sloep werd in opdracht van Marnix Verleene gebouwd. Financiële problemen beletten de afwerking.
Flor Vandekerckhove

(°) Flor Vandekerckhove. Kleine scheepswerf, grote staking. Dagboek rond een staking op de Oostendse APS-scheepswerf. 1993. Uitgeverij De Lachende Visch. 103 p. Verlucht met foto's van Arent Lievens, Guido Walters (†), Els Verhaeghe, Peter Ampe, Peter Maenhoudt, Ine Lievens en metaalarbeider Michel Degryse (†). (De titel is uitgeput.)


woensdag 25 februari 2026

Richard Brautigan en de beatgeneration

Dichter-boekhandelaar Lawrence Ferlinghetti wil de beat van 1965 in San Francisco vereeuwigen. Larry Keenan noemt zijn foto van de bijeenkomst: City Lights Bookstore, last gathering of poets/artists of the Beat generation’. We zien dichters en kunstenaars die zich voor de gevel van City Lights hebben verzameld. Op de voorste rij (L-R): Robert LaVigne, Shig Murao, Larry Fagin, Leland Meyezove (neerliggend), Lew Welch en Peter Orlovsky. Tweede rij (L-R) toont ondermeer David Meltzer, Michael McClure, Allen Ginsberg, Daniel Langton, Steve (vriend van Ginsberg), Richard Brautigan (met hoed), Gary Goodrow, en Nemi Frost. Achterste rij (L-R): Stella Levy en Lawrence Ferlinghetti. Elders lees ik erover: “Ik bekeek die geweldige oude foto’s van de Parijse surrealisten uit de jaren 20,” zo meldt de Chronicle dat Lawrence Ferlinghetti die dag zei: “Ik dacht dat het goed zou zijn om er eentje zoals die (van de lokale dichters) te maken (…)” Het artikel meldt dat “een half dozijn fotografen en ongeveer 50 omstanders aanwezig waren toen zo'n dertig dichters zich verzamelden. Folksinger Bob Dylan zorgde voor enige opschudding toen hij door de menigte op de stoep liep, op weg naar Vesuvio’s bar ernaast.” Dylan verbleef een eindje verderop in de straat. (…)'. Zes fotografen dus. De commentaar leert me dat ik niet echt weet wie bovenstaande foto gemaakt heeft, de site van Larry Keenan toont alleen een verticale variant.


RICHARD BRAUTIGAN WORDT bijna tien jaar na Allen Ginsberg geboren, aan de andere kant van Amerika. Ginsberg ziet Brautigan voor het eerst ​​in de herfst van 1956. Allen is dan al een lokale beroemdheid, Brautigan is nieuwkomer. Ginsberg kijkt in San Francisco toe, samen met Peter Orlovsky en Gregory Corso, hoe Brautigan gedichten declameert. Ze zijn niet onder de indruk. Ginsberg noemt Brautigan er ‘een neurotische griezel’. 
Ginsberg wordt almaar bekender en Brautigan blijft klein tot Trout Fishing in America ook hem groot maakt. Hoewel ook beatdichter en boekhandelaar Lawrence Ferlinghetti aanvankelijk een afkeer van Brautigan lijkt te hebben, is hij toch onder de indruk van diens meesterwerk. Hij neemt drie hoofdstukken ervan op in de eerste editie van City Lights Journal (1963). In dat tijdschrift verschijnt voor het eerst werk van Brautigan naast dat van Ginsberg. Ook beat-schrijvers Kerouac, Michael McClure, Snyder en William S. Burroughs tekenen in het tijdschrift present. Toch identificeert Brautigan zich niet als beat: ‘Hun waarden en doelen zijn natuurlijk geldig, maar het zijn niet de mijne.’ Wat niet belet dat hij met die stroming gefotografeerd wordt voor de vitrines van beat-boekenwinkel City Lights. 
Op het hoogtepunt van zijn roem, in 1969, verkoopt Brautigan volgens Ferlinghetti meer boeken dan al de beats. Maar terwijl de beat uiteindelijk beschouwd wordt als een van de belangrijke literaire stromingen van de 20ste eeuw, geraakt Brautigan in de vergetelheid. Hij wordt gezien als een 'hippie-schrijver' en wanneer die beweging ten einde komt, wordt hij vergeten. Ferlinghetti spot later met Brautigan en zijn lezers: ‘Hij kon nooit een belangrijk schrijver worden zoals Hemingway, met die kinderlijke kijk op de wereld. De hippiecultuur was zelf een kinderlijke beweging. Ik denk dat Richard de enige romanschrijver was die de hippies nodig hadden. Het was een ongeletterd tijdperk.’
Flor Vandekerckhove

In ’t najaar van 2022 publiceerde uitgeverij De Lachende Visch een essay van 11 pagina’s over beatdichter Allen Ginsberg, Als de muziekwijze verandert, wankelen de stadsmuren. In de beste traditie van De Weggeefwinkel is ook dat e-essay gratis. U hoeft er alleen om te vragen. Mocht u interesse hebben, mail naar liefkemores@telenet.be.(Vermeld Ginsberg en zeg of je pdf verkiest of epub.)

dinsdag 24 februari 2026

Guur weer op de Col de Puymorens

Links: oktober 2023. Midden: februari 2026. Rechts: maart 1970.

ENKELE DAGEN GELEDEN rijdt iemand in Frankrijk over de Col de Puymorens en filmt met zijn telefoon het landschap. Rijdend mag dat niet, maar hij doet het toch. Daarna plaatst hij de beelden op de FB-groep Météo Pyrénées. We zien sneeuwduinen.
Tania trok te voet over die col en ik wachtte haar daar op, dat was op 14 oktober 2023. ’s Morgens had ik beneden nog, in zacht weer, van een deugddoend openbaar voetbad genoten en ’s middags stond ik op de top uit te kijken over die indrukwekkende hoogte. Gure wind. Ik haalde mijn jas uit het valies, de zonnehoed ruilde ik in voor mijn baret. 
Langs de kant van de weg zag ik ruïnes van een groot hotel, relict van een tijd waarin toerisme over de bergtop had geheerst. Die tijd was voorbij, wat restte was een vuile boel. Had het weer ermee te maken? Kwam het door de tunnel die in 1994 onder dat gebergte gegraven werd? Ik vraag het aan chatgpt: 
Het Hotel du Puymorens was een ambitieus berghotel uit het begin van de twintigste eeuw. Toen het rond 1920–1930 werd gebouwd, was de pas zelf een belangrijke halte op de route tussen Frankrijk en Spanje. Reizigers bleven er overnachten. Maar met de opening van de tunnel veranderde dat drastisch. Het doorgaand verkeer rijdt sindsdien onder de pas door in plaats van eroverheen. De top verloor zijn functie als verplichte tussenstop. Vroeger was het ook modieus om op grote hoogte in berglucht te “kureren”. Intussen ontwikkelden zich lager gelegen, beter bereikbare skigebieden. Ze boden meer infrastructuur, beschutting en dorpsvoorzieningen. Een geïsoleerd hotel op een winderige pas kon daar economisch niet tegenop. Ook het weer speelde mee: de col staat bekend voor zijn zeer harde wind, zware sneeuwval en lange periodes van afsluiting in de winter. Het uitbaten van een groot hotel op bijna 2.000 meter hoogte was structureel te duur.
Links: Hotel du Puymorens in betere tijden. Rechts: elders zie ik dat het gebouw in 2019 door een brand verwoest werd, het was toen al lang in onbruik.

maandag 23 februari 2026

Droom 38 (’t Molenhof)

Johnny Verplancke fotografeert al dan niet geklasseerd erfgoed in de staat waarin het zich bevindt. Zijn indrukwekkende collectie (bijna 4000 foto’s) staat hier op flickr. In 2021 maakte hij twee reeksen over ‘t Molenhof in Bredene. Die reeks leidt hij daar zelf in met een geschiedenis van dat erf. In een nachtelijke droom kom ik er terecht. Ik weet niet hoe of waarom. En wat erger is: ik geraak er niet meer weg.


Droom 38 — IK GA NIET zeggen dat ’t nachtmerries zijn, maar leuk zijn die dromen evenmin. Ik wil naar huis. Soms lukt het me, meestal lukt het niet. Zoals ook nu weer. Ik bevind me met anderen in ’t Molenhof. We toeven er opeengepakt in een kleine ruimte, vochtige muren, losliggende vloertegels. We verschuilen ons voor grote groepen die in stoet naar de hoogmis trekken. Dan schrik ik van de rekening die me gepresenteerd wordt, 9000 frank, ja, ik droom nog in Belgische franken. Ik besef dat ik belazerd word, maar betaal toch, want ik wil weg. Helaas vind ik mijn schoenen niet meer. Ik begrijp dat ik eens te meer in een gevangenisdroom terechtgekomen ben. Om weg te geraken is er maar een oplossing: ik moet een verhaal bedenken. (Flor Vandekerckhove)

GAUW! is het eerste boekje dat ik schreef nadat ik eind 2013 besloot alleen nog digitaal te publiceren. Het verhaal, waarin ik over mijn kindertijd vertel, verscheen als e-boekje in 2014. Gaandeweg leerde ik meer over elektronisch schrijven. Het verhaal werd daardoor in opeenvolgende edities korter, ik voegde er links aan toe, waardoor lezers nu ook naar liedjes uit die tijd kunnen luisteren en herschreef het verhaal helemaal in 'provoverzen', een door mijzelf bepaalde vorm, met strenge regels die ervoor zorgen dat het tegemoet komt aan de verwachtingen van internetlezers: kort, eenvoudig, erg geschikt voor wie, zoals ik, een korte spanningsboog heeft… Zoals alle e-boeken van Uitgeverij De Lachende Visch is ook deze vijfde editie van GAUW! gratis voor wie erom vraagt. Doe het via liefkemores@telenet.be en de meiden van De Weggeefwinkel zorgen ervoor dat het boekje meteen in je mailbox valt (Vermeld GAUW en erg of je epub of pdf wilt.)

zondag 22 februari 2026

Niet toevallig op Aswoensdag: over de noodzaak van protest

De members van U2. Ik haal de foto uit de fanzine Propaganda, waarvan ik de kaft rechts afbeeld.


DOORDAT IK EEN mens met weinig cultuur ben, beperkt mijn parate kennis van U2 zich tot één songtitel, Sunday Bloody Sunday (1983). Die komt tot mij via de historische zondag in 1972 die eraan ten grondslag ligt, dag die mijn politieke visie mee gevormd heeft, dag waarop Britse soldaten in Derry vijftien vreedzame betogers neerschieten, bloedbad dat in 2002 in een indrukwekkende film vereeuwigd wordt. In die film is ook de song van U2 te horen.
Hoe zo’n dramatische gebeurtenis van volks verzet kunstenaars kan inspireren, boeit me al sinds ik als kind in cafés prenten zag waarop de Oostendse Vissersopstand (1887) verbeeld werd. In Hoe ik de Oostendse visserij ook elders weerspiegeld zag, som ik soortgelijke evenementen op die me later wisten te raken, telkens gelardeerd met sympathiserende kunstuitingen. Ik kan de reeks vandaag uitbreiden met Bruce Springsteen die On the Streets of Minneapolis zingt. Springsteen vertelt in de song over ‘een gewelddadige winter’, waarin ‘bloederige voetsporen’ de plekken markeren waar ‘genade had moeten zijn’. De song vernoemt de twee mensen die in die stad onlangs gedood werden: Renée Good en Alex Pretti. Springsteens voorbeeld werd inmiddels gevolgd door Billy Bragg met City of Heroes en nu ook door U2 met American Obituari.
Dat de U2-song op woensdag 18 februari uitkwam, heeft betekenis. Dat was Aswoensdag, dag van boetedoening voor gedane zonden. Waardoor Aswoensdag een profane, hedendaagse invulling krijgt. Sterker: het lied maakt deel uit van Days of Ash — waarin ‘ash’ weer naar Aswoensdag verwijst een EP met songs (plus 'Wildpeace', een gedicht) over noodzaak van protest: Minneapolis, Gaza, Oekraïne, Iran, Soedan… En ’t sterkst van al, vind ik, is de daarbij horende editie van het fanzine Propaganda: zesenvijftig pagina’s bedenkingen, songteksten, uitleg en interviews met artiesten die aan de EP meewerkten. Met links naar de songs. Ge moet eens kijken hoe mooi dat gedaan is: Six postcards from the Present.
Flor Vandekerckhove⇲ 

De papieren versie van de roman (2012) is al lang uitverkocht, maar uitgeverij De Lachende Visch stelt u ter vervanging de digitale AMANDINE voor, ‘de paint it black-editie’, zo genoemd omdat de illustraties uit de oorspronkelijke publicatie ontbreken en ook omdat de song met die naam een rol in het boek speelt. 33 hoofdstukken, 231 bladzijden, meer dan 63.000 woorden. AMANDINE vertelt het epos van de Oostendse visserij en hoe die geschiedenis het leven van de ik-figuur tot vandaag tekent. Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook AMANDINE gratis. Schrijf naar liefkemores@telenet.be (vermeld de titel, zeg of je epub of pdf wenst) en De Weggeefwinkel stuurt het boek meteen naar uw mailbox.

zaterdag 21 februari 2026

Varianten op de Jailhouse Rock

Links: Flor Vandekerckhove en de Gentse kunstenaar Frank Van den Berghe als oudere mannen, older, wiser, sadder (maart 2025). Rechts: onderstaande anekdote heeft me later geïnspireerd tot ‘Een West-Vlaming als sterkste man van Gent'.

IN JUBILEE HITCHHIKER (°) lees ik dat de jonge Richard Brautigan een politiebureau binnenstormt en eist dat de flik hem opsluit. ’t Is een tragisch incident, de schrijver in spe is ten einde raad, vreest dat hij kwaad zal aanrichten en schreeuwt op die manier om hulp. Waarna hij in de psychiatrie terechtkomt.
Ik ken een soortgelijk gebeuren, een minder kwalijke variant. In de jaren zeventig zijn Frank Van den Berghe en ik vaak samen op pad, jonge mannen, wilde nachten. Tijdens zo’n nacht stappen we in Gent het politiebureau op de Poeljemarkt binnen en vragen er om een gunst. We willen ervaren hoe het is om opgesloten te worden. Of we niet even mogen ‘zitten’. ‘Ah’, zegt de flik, ‘moesten we iedereen opsluiten die erom vraagt, we zouden goed te doen hebben.’
Flor Vandekerckhove

(°) As Hjortsberg. Jubilee Hitchhiker: The Life and Times of Richard Brautigan. 2013. Uitg. Counterpoint. 880 p.

vrijdag 20 februari 2026

Schone occasies

Links: de kop van de Duinenstraat Bredene, ik veronderstel eind jaren vijftig, begin zestig. Rechts: Ford Customline (1956).

Occasies — HIJ VRAAGT ER vijfendertigduizend voor. Onze Marcel wil maar dertig geven. Beiden spelen het hard en de verkoop gaat niet door. Tot Onze Marcel de man telefoneert: ‘Allee, ’t is goed. Vijfendertig.’ De Ford Customline is de mooiste occasie die hij ooit gekocht heeft. Ik herinner me de verkoper, caféuitbater-autohandelaar zonder tanden, Brylcreem, vetkuif, permanent alcoholgeurtje. Hij brengt enig avontuur in huis. Later koopt Onze Marcel via die mens een brommer voor me, een oude Superia, geen duizend frank denk ik. Van beide voertuigen herinner ik me de charmes en ook dat ze helaas nog kort te leven hadden. 
Occasies is een ‘drabble’, een verhaal van exact honderd woorden. In 2019 verzamelde ik er zo negenennegentig in een boekje. Delphine Lecompte schreef het voorwoord. In de beste tradities van uitgeverij De Lachende Visch is ook dat e-boekje (pdf) gratis verkrijgbaar voor wie erom vraagt. Doe het via liefkemores@telenet.be, vermeld 99, en het valt vandaag nog in je mailbox.

donderdag 19 februari 2026

We moeten het eens over Ivan Toergenjev hebben

Links Ivan Toergenjev. Rechts de zangers van de kortfilm.


SINDS 13 FEBRUARI kan je op Netflix The Singers (°) bekijken, korte film (18 minuten) die meedingt voor de Oscars. We zien een doorleefde kroeg waarin nog meer doorleefde tooghangers bier uit flesjes drinken. Working poor, zoveel is duidelijk. De waard wil zijn kroegtijgers aan ’t zingen krijgen, honderd dollar voor wie wint. Iemand opent met Early Morning Rain, hij wordt gevolgd door een ouwe met House of the Rising Sun, volgt een derde met It Hurts me too en de waard brengt Unchained Melody. De mannen overtreffen zichzelf, volgt een tedere verbroedering. De film sluit toepasselijk af met Leonard Cohen die Closing Time zingt. Maar eerst gebeurt nog iets anders. Ook de goedmoedige sul van het gezelschap, personage dat zich ’t liefst afzijdig houdt, overtreft zichzelf en heft tot verwondering van iedereen een Italiaanse aria aan. Die had niemand zien aankomen. De aftiteling vermeldt die aria niet, ik weet niet waarom. Met als gevolg dat ik nu per se wil weten welk lied die kerel aanheft. 
Het filmverhaal wordt voorafgegaan door een mededeling: ‘Geïnspireerd op een kort verhaal van Ivan Toergenjev uit 1850’. Heeft de film die aria meegenomen uit Toergenjevs verhaal? Dat zou kras zijn, ik ben benieuwd. Er bestaat een Nederlandse vertaling van Toerganjevs verhalen, zelfs een recente van 2024, maar in de plaatselijke bib is die — evenmin als de oudere vertaling trouwens, de bib heeft hier zelden wat ik zoek — niet te vinden. Engels dan maar. The Singers staat in het tweede deel van A sportman’s sketches. Dat boek (°°) haal je hier gratis van het net.
Ik ga erin op zoek naar de aria, maar vinden doe ik niet. Wel word ik ondergedompeld in een ferme brok Russische literatuur uit de negentiende eeuw. De auteur is een rijke landeigenaar, hij schrijft het verhaal in Parijs, terwijl lijfeigenen thuis zijn land omwroeten. Zijn eerste lezers zijn wellicht andere rijkaards, want ja, wie beschikt in die dagen over voldoende tijd en leesvaardigheid om met literatuur bezig te zijn? En wat doet zo’n rijke, belezen mens ter ontspanning op lange, koude Russische winteravonden? Met zijn verwanten zit hij rond de haard en leest voor uit dikke boeken waarin, naar onze eenentwintigste-eeuwse smaak, veel te veel woorden staan. De zangers is dan wel een kortverhaal, maar tegen de tijd dat Toergenjevs negentiende-eeuwse verteller in ’t café binnenkomt, hebben we al enkele natuurbeschrijvingen achter de kiezen. In de film daarentegen val je ’t café meteen binnen. Toergenjev beschrijft elk van de aanwezige mannen, weer goed voor vele honderden woorden. De film heeft aan een blik genoeg. Tegen de tijd dat iemand een zang aanheft heb je bij Toergenjev al achtentwintig bladzijden gelezen. De film doet het al na enkele minuten. Wat me toelaat te zeggen dat het lezen van Toergenjevs verhalen ook vandaag alleen weggelegd is voor mensen met veel tijd, zeer veel tijd. Ik, als collaborateur van de barbaren, kies enthousiast voor de filmversie. De film is overigens een geslaagd voorbeeld van mijn stelling die zegt dat Literatuur moet vreemdgaan.
En welke aria zingt die lamme goedzak dan op ’t einde van de film? De film zegt het niet en Ivan Toergenjev zegt het me evenmin. Ik vraag het aan Chatgpt: ‘De aria is vrijwel zeker ‘Vesti la giubba uit de opera Pagliacci van Ruggero Leoncavallo. Met zijn dramatische melodie en diepe droefheid brengt de aria de angst over van het personage, dat, hoewel emotioneel gebroken, een masker van vreugde moet opzetten en zijn optreden moet voortzetten, terwijl hij zijn pijn voor het publiek verborgen houdt.’  Wie wil kan het Pavarotti horen zingen.
Flor Vandekerckhove

(°) The Singers. Regisseur Sam Davis. 18 minuten. Distributie Netflix. USA. Verhaal van Ivan Sergeevich Toergenjev. 
(°°) The Singers in 'A Sportsman's Sketches, Volume 2’ Works of Ivan Turgenev, Volume 2'. Apple Books. Translator: Constance Garnett. Release date: August 1, 2005 [eBook #8744] Most recently updated: October 12, 2014’. Language: English.

dinsdag 17 februari 2026

Het meisje uit de Duinenstraat

Kruispunt Duinenstraat en Kapellestraat-Driftweg in Bredene. Het straatdeel achter het geschilderde stopteken bestaat niet meer. Die ruimte maakt nu deel uit van het Duinenplein.

IN DE STRAAT was zij het meest nabij wonende meisje. En voor haar was ik de meest nabije jongen. We waren veertien. Zij stond aan een open winkelraam waar fruit geëtaleerd werd. Ik stond honderd meter verder, in het deurgat van de kiekenwinkel. We keken naar elkaar. Dat deden we niet één keer, niet soms, we deden ‘t heel de tijd. Op een dag kwam ze haastig mijn richting uit, wat de afstand plotsklaps inkortte. Ze sloeg de zijstraat in, waar een brievenbus was. Ik maakte me van ’t deurgat los. Op de hoek zag ik haar al terugkomen. We kruisten elkaar, zij aan de ene straatkant en ik aan de andere. Gegeneerd trok ze een opklimmende plooi in haar rok omlaag. Ik zag een witte knie. Ze lachte. Nooit had ik gedacht dat een knie zo’n effect kon hebben: de hemel klaarde open, mensen kwamen buiten, alom wapperden vlaggen, een politieagent regelde het verkeer, de dingen kwamen in beweging. Een witte knie!


'De e-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, ik heb u nodig om het af te maken. De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, hopend dat er zodoende goud van komt.’ (Flor Vandekerckhove)
Doe het via liefkemores@telenet.be en het boek valt vandaag nog in uw e-box.