HET GROOT KOOR van KleinVerhaal viert in juni de release van een plaat met zelfgeschreven en zelf gecomponeerde vissers-liederen. Ze zoeken iemand die het publiek die avond vooraf opzweept — zo staat het er letterlijk — en komen daarvoor bij mij terecht. ’t Is waar dat ik dat kan, een publiek opzwepen, ik heb het vroeger menig keer gedaan. Dat er terzake nog een zweem van reputatie aan mij kleefde, wist ik echter niet.
Omdat het gebeuren in Oostduinkerke doorgaat, plek die ik vooral omwille van Jan Loones genegen ben, neigde ik op hun bede in te gaan, maar Tania raadt het me af. Ze weet hoe ik ineen zit en daardoor moet ik haar gelijk geven, dus beslis ik om het toch niet te doen. (Zo heeft ze me ook afgeraden nog langer daken te beklimmen, waardoor ik inmiddels mijn huisje in Frankrijk verkocht heb.)
Daarbij komt dat ik een solitaire vorm van schrijverschap nastreef. Een schrijver als ik blijft in zijn kot. Ik ga nergens heen, al wat ik moet doen is goed (leren) schrijven. Ik sta daar niet alleen in. (°) Ook dichter Michel Bartosik (°1948 - 2008†) nochtans intens participerend aan het jolige genootschap Pink Poets, is die mening toegedaan: ‘Bartosik is de enige van de Pink Poets die zijn lidmaatschap achteraf betreurde: “Ik beschouw mijn behoord hebben tot de Pink Poets als een fundamentele vergissing”, zei hij in 1987 tegen Katelijne van der Pas. Literatuur werkt volgens hem niet in groep: “Een schrijver moet begrijpen dat hij alleen is”.’ (°°) Ook de Amerikaan Russell Edson is 'onze' mening toegedaan: ‘Omdat ik een beetje een kluizenaar ben, heb ik mezelf nooit als marginaal of mainstream beschouwd, ik ben gewoon blij dat ik schrijf. (…) In plaats van te socialiseren kweek ik liever paddenstoelen in de grot van mijn gedachten en communiceer met vleermuizen die in mijn gepersonaliseerde klokkentoren wonen.’ (°°°) Hebben we gelijk, Edson, Bartosik en ik? Ja en neen, want ook dit zegt Russell Edson: ‘Helaas is poëzie nu een sociale club. Je moet niet alleen schrijven, je moet ook een sociaal wezen zijn. Het sociale deel is waarschijnlijk het belangrijkste. Wie een prettig persoon is, hoeft zelfs niet echt goed te schrijven om een schrijfcarrière te hebben.’ Maar goed, een prettig persoon ben ik niet en ik moet, onprettig als ik ben, me niet prettig willen voordoen. Dat levert alleen maar stress op. Dat heeft Tania goed gezien.
Flor Vandekerckhove⇲
Flor Vandekerckhove⇲
(°) ’t Is bijvoorbeeld ook onderwerp van debat tussen Henry Miller en George Orwell.
(°°) Geciteerd in de biografie van Patrick Conrad, op p. 234. (Uit een interview met Bartosik in Van de Plas. ‘Een Antwerps artistiek genootschap: schijn en werkelijkheid’, p.95-102.)
(°°°) Mark Tursi in An Interview with Russell Edson.
Velerlei maquis is een essay waarin een periode uit het het werk van Charles Baudelare, Paul van Ostaijen en Bob Dylan belicht wordt, meer bepaald de tijd waarin ze hun werk in het verborgene (het maquis uit de titel) produceerden. Zoals al de e-boeken van uitgeverij De Lachende Visch is ook dit essay gratis voor wie erom vraagt. Er is een PDF-versie en het is ook beschikbaar in EPUB. Je kunt bestellen via liefkemores@telenet.be⇲. De Weggeefwinkel zorgt ervoor dat het in je mailbox valt. (Vermeld titel en zeg welke versie je verkiest, pdf of epub.)