zondag 18 januari 2026

Sciencefiction op de Oosteroever, in tijden van artificiële intelligentie


VOOR EEN SCHRIJVER is het vandaag weinig zinvol om nog een sciencefictionverhaal te schrijven. Artificiële intelligentiesystemen doen dat nu in minder dan geen tijd. Ik weet waarover ik spreek, want ik stelde de vraag aan ChatGPT: ‘Schrijf een sciencefictionverhaal met twee protagonisten, De Laatste Vuurtorenwachter en de escort. Plaats van het gebeuren: de Oostendse Oosteroever. Honderd woorden.’ Ik zie het systeem even twijfelen, niet lang hoor, minder dan een seconde. Dan volgt meteen het verhaal, exact honderd woorden:
In de futuristische Oostendse Oosteroever bewaakte de Laatste Vuurtorenwachter de schemering van een vervallen wereld. De escort, a.k.a. de kaaihoer, was op zoek naar een veilige haven, maar werd achtervolgd door schaduwen uit de technologische duisternis. De vuurtoren, ooit een baken voor schepen, straalde nu een mysterieus signaal uit dat de schaduwen verzwakte. De escort en de vuurtorenwachter werkten samen, hij stuurde haar door het licht, zij hackte digitale duisternis. Met een laatste krachtinspanning verbraken ze de controle van de schaduwen, waardoor de Oosteroever weer een lichtpunt werd in een verder verduisterde wereld. Hoop herrees uit de duisternis. 
Nogal cliché, vind ik. Mijn verhaal is dan toch spitser. Ook exact honderd woorden: 
Reuzenkreeft 
dit is wat er gebeurt als vuurtorenlicht
in het jaar twenty five twenty five
stopt met draaien
en de kaaihoer de Oosteroever ontvliedt
omdat ze terecht vreest
dat stilstaand vuurtorenlicht
een teken van naderend onheil is
en zo geschiedt het 
in twenty five twenty five
dat een nooit geziene reuzenkreeft
genaamd de rode bastebeier
ter grootte van een walvis
op ’t strand van d’Oosteroever aanspoelt
om daar in naam van alle levend gekookte kreeften
wraak te nemen op de mensheid
met zijn scharen alles verknippend wat des mensen is
in de eerste plaats Lange Nelle
en daarin De Laatste Vuurtorenwachter
Flor Vandekerckhove

OP ’T EINDE van 2020 ontwierp ik een 'nieuwe manier van schrijven', die geheel de mijne is. Reuzenkreeft is op die manier geschreven. Mij kwam het toen ook toe deze nieuwe manier een naam te geven, alsmede er de vereisten van in steen te beitelen: proza in de vorm van een vers, afgekort provovers (mv. provoverzen? de beoefenaar ervan: een provoversaal?) Dat provovers werd door mij geijkt in vier geboden. (1) het provovers telt exact honderd woorden, titel niet inbegrepen; (2) de titel van het provovers bestaat uit één woord; (3) leestekens ontbreken, alsook kapitalen (behalve als het een eigennaam betreft); (4) de vorm van het provovers kenmerkt zich door lijnafbrekingen, dermate georganiseerd dat ze het lezen faciliteren. Visueel maken die lijnafbrekingen er een vrij vers van — een proza+ — dat de lezer kan savoureren als ware ’t eenvoudige poëzie van het soort dat een spreker gemakkelijk parlando ten gehore brengt. 
Bij uitgeverij De Lachende Visch verscheen in 2023  Gesprekken met Polleke, een verzameling van vijftig prozagedichten en vijftig dergelijke provoverzen. Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch is ook Gesprekken met Polleke gratis. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je ’t in pdf of epub wilt hebben): liefkemores@telenet.be.

zaterdag 17 januari 2026

Mag ik uit Het Communistisch Manifest citeren?


Es bleibet dabei:

HET KWAM tot een woordenwisseling. Iemand die ik al van kindsbeen ken, had de malaaien van de dag opgesomd en ik had hem van antwoord gediend met een citaat uit Het Communistisch Manifest: ‘De burgerlijke maatschappij, die zulke geweldige productie- en ruilmiddelen heeft gecreëerd, gelijkt op de tovenaar die de duivelse machten die hij zelf opriep niet meer kan beheersen.’ Dat was een beetje vilein van mij, want Karl Marx werkt op die mens als een rode vlag op een oude kaloot. Dus beet hij in de rode appel en er ontstond enig geschrijf van het soort dat al tientallen jaren 
over en weer gaat tussen ons. Niets aan de hand.
Wat ik niet had zien aankomen was de reactie van iemand anders. Zij is een gedegen kunstenares. In Oostende baat ze ook een galerie uit, eigendom van de mens die ik met Karl Marx van antwoord gediend had. Haar indrukwekkende betoog kwam er, samengevat, op neer dat ik over Het Communistisch Manifest moest zwijgen. Waarom? Omdat ik niet in Roemenië onder Nicolae Ceaușescu had geleefd, zoals haar familie dat wel had moeten doen. Iemand die al die smeerlapperij niet meegemaakt heeft, zei ze, moet over Marx zwijgen.
Dat houdt natuurlijk geen steek. Je moet niet de vernietigende kracht van onweer overleefd hebben om met recht en reden de weerman te citeren. Je hoeft niet door de Amerikaanse vreemdelingenpolitie ICE beschoten te zijn om Alexis de Tocqueville aan te halen. Je moet geen aanslag op een Greenpeaceschip overleefd hebben om François Mitterand te citeren. Je grootvader dient geen hand afgekapt te zijn om Lumumba te mogen citeren of vader Eyskens. Es bleibet dabei: Die Gedanken sind frei!
Wie me zegt wat ik al dan niet mag schrijven raakt een gevoelige snaar, die begint dan een beetje te trillen. Ik antwoordde: ‘Mevrouw, u zou eens moeten weten hoeveel mensen me al gezegd hebben wat ik al dan niet mag schrijven. Ik ben omwille van wat ik schreef gebroodroofd geworden door een kliek van ondernemers, bureaucraten en pastoors die alhier de dienst uitmaakten. Zij zijn er toen niet in geslaagd mij het zwijgen op te leggen, er is dus weinig kans dat gij dat nu wel zult doen.’ En in de zwier van die hoogdravendheid sloot ik af met: ‘Ik maak deel uit van een politieke strekking die zowel voor als achter het IJzeren Gordijn vervolgd werd, waarvan velen omwille van hun mening vermoord werden. Dus ja, ik citeer met recht uit Het Communistisch Manifest.’ 
Nu, terwijl ik dit stukje afrond, zit ik een wijl naar die beladen zinnen te kijken. Ik vraag me af of die jonge vrouw iets van die tegenbeweging afweet, die oppositie, dat verzet. De vernietigende kracht van het stalinisme is immens geweest, blijkt ook nu weer uit haar reactie. Het weerwerk dat wij, en dus ook wij soixantehuitards, tegen die vernietigende kracht geboden hebben, is te zwak gebleken. We hadden beter moeten doen.
Flor Vandekerckhove

De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi, 337 pagina’s. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat er misschien wel goud van komt. De e-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, u bent nodig om het rond te maken. 
De tekstkroes is een e-boek, uitgegeven door De Lachende Visch. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je epub of pdf verkiest) Vraag het meteen aan  liefkemores@telenet.be.

vrijdag 16 januari 2026

Herinneringen aan Ivanhoe

Links: Ivanhoe. Rechts: een Sierra, nu te koop als brocante. In de advertentie staat: ‘Buitenkant best nog in een mooie staat maar geen idee of hij werkt (niet geprobeerd)’

EEN KWAKKELEND geheugen zorgt ervoor dat ik me maar weinig met zekerheid herinner. Toch dit: op 15 december 1960 hadden we zeker televisie in huis. Op die dag trouwden Boudewijn en Fabiola. Dat wilde Arjette niet missen en ze dwong van Onze Marcel een TV-toestel af. Hij kocht de Sierra in Westkerke, bij elektricien Aloïs, echtgenoot van een van zijn nichten, Laura Cardon of Paula. Of Nora, daar wil ik vanaf zijn.
Op die Sierra kon ik in 1960 ook het feuilleton Ivanhoe zien. Ik ben haast zeker dat ik de reeks een tweede keer op de Franse tv zag, op zender Rijsel. Daar sprak Ivanhoe (Roger Moore) Frans en ook de titelsong was Frans: Ivanhoooé! Zoiets vergeet een mens niet. De Nederlandstalige titelsong herinner ik me niet, maar hij bestaat wel degelijk. Misschien werd die in Vlaanderen in 't Engels gezongen, dat weet ik niet meer.
Ivanhoe was een indrukwekkende verschijning. Met zijn witte pluim, speer en glimlach was hij letterlijk en figuurlijk onweerstaan-baar. Vriend en vijand bogen voor zijn moed, charme en wapenvaardigheid. Kunt u zich voorstellen welke impact dit personage op mij had, jonge babyboomer, gekluisterd aan de Sierra? Week na week stond hij klaar om mij mee te slepen in zijn strijd tegen het schorriemorrie dat zijn pad kruiste. Ivanhoooé!

Flor Vandekerckhove


De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi, 337 pagina’s. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat er misschien wel goud van komt. De e-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, u bent nodig om het rond te maken. 

De tekstkroes is een e-boek, uitgegeven door De Lachende Visch. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je epub of pdf verkiest) Vraag het meteen aan  liefkemores@telenet.be.

woensdag 14 januari 2026

Patti Smith: ‘Schrijven is wat ik ’t liefste doe.’

‘Wat ik altijd het allerliefst wilde, was schrijven. En hopelijk ooit een geweldig boek schrijven. Die periode in Michigan, waarin ik geen andere afleidingen had, waarin ik niet aan het opnemen of optreden was, niet bezig was met beeldende kunst, stortte ik me volledig op schrijven, studeren en mijn gezinsleven. En zo groeide en ontwikkelde ik me als schrijver. Ik had “Just Kids” nooit kunnen schrijven zonder die jaren van schrijven, grotendeels ongepubliceerd, gewoon notitieboekjes, stapels notitieboekjes. (...) Het is soms een enorme worsteling. Ik heb dagenlang geworsteld met drie alinea's. Als ik vijf goede zinnen schrijf, voel ik me alsof ik op een wolk zweef. Echt heel goed, als ik ze teruglees en denk: oké, dat is goed. Dat geeft me enorm veel voldoening.’ (°)
(°) ’t Is spreektaal, de vertaling is van Google. Het origineel luidt: ‘I always wanted the most was to write. And to write, hopefully, a great book someday. That period in Michigan where I had no other distractions, I wasn’t recording, performing, I wasn’t doing visual arts. I put everything into writing and studying and my domestic life. And I grew and evolved as a writer. I could have never written “Just Kids” without those years of writing, mostly unpublished, just notebooks, piles of notebooks.  (…)  It’s a great struggle, sometimes. I’ve struggled for days over three paragraphs. For me, if I write, five good sentences, it’s like, I’m on a cloud. I mean, really good, when I look at them and I go, OK, that’s good. That gives me great pleasure.’

De e-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, want ik heb u nodig om het rond te maken. De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat er misschien wel goud van komt. 
De tekstkroes is een e-boek, 337 pagina’s, uitgegeven door De Lachende Visch.Mail erom (vermeld de titel en zeg of je epub of pdf verkiest) Vraag het meteen aan  liefkemores@telenet.be.

dinsdag 13 januari 2026

Losse eindjes, goede voornemens

Links: tijdschrift Partisan Review. Midden: dichter Delmore Schwartz. Rechts: Alan Wald, op de foto in juli 1997, bij het graf van Ernest Mandel, op Pere-Lachaise in Parijs.


EEN SLODDERVOS blijft al eens met losse eindjes zitten. In 2016 nam ik me voor om regelmatig in de archieven van Partisan Review te duiken, ‘the best literary magazine in America’. Ik heb dat ook gedaan. Zeventien posts lang, beginnend in 2016 met Bladeren in Partisan Review. Dat kon ik doen doordat alle nummers online staan, en ik er vrijelijk gebruik van kon maken. En opeens niet meer — ‘Safari kan de server niet vinden’ waardoor ik ermee ophield. Het laatste stukje was Nicolas Calas, surrealist en trotskist. Nu zie ik dat het probleem wellicht bij m'n oude browser ligt en niet bij de universiteit van Boston die het archief ter beschikking stelt. Hier⇲ vind ik de link weer, ik kan dat losse eindje weer opnemen.
Misschien biedt de Amerikaanse dichter Delmore Schwartz (°1913 - 1966†) daartoe wel de gelegenheid, hij publiceerde in Partisan. Schwartz is ook zo’n los eindje. Ik haalde destijds diens biografie in huis, The Life of an American Poet, vertaalde een gedicht van Schwartz, vertelde iets over de band tussen de dichter en Lou Reed en liet me door Delmore inspireren tot Gisteren op de Spinoladijk. Nog was ik met die mens niet klaar, maar ik hield er toch mee op: weer zo’n los eindje. Ik had in de biografie nochtans de krasse uitspraak ‘Always apolitical’ onderstreept en me voorgenomen om die te confronteren met wat Alan Wald over Schwartz schrijft in Marxism and the Modernist Poet, dat opent met Schwartz’ citaat: ‘[D]e revolutie is een beroep op zichzelf, dat de schrijver als mens moet ondersteunen, maar zonder op te houden een volwaardig schrijver te zijn.’ Wald vindt tal van tekenen dat Delmore die steun wel degelijk verleent, bijvoorbeeld: ‘De naam van Delmore verschijnt in elke verklaring van de League for Cultural Freedom and Socialism (LCFS), Amerikaanse afdeling van de Internationale Federatie van Revolutionaire Kunst, aangekondigd door Trotski, André Breton en de Mexicaanse muralist Diego Rivera.’ Die Alan Wald is trouwens een schat van een mens en ook dat losse eindje wil ik weer opnemen, in een stuk dat ik aan deze geleerde, Amerikaanse, linkse medemens wijd. Ge ziet: veel goede voornemens, zoals dat past in januari.
Flor Vandekerckhove

De-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet. Ik heb u nodig om het af te maken. De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat dat er misschien wel goud van komt.
De tekstkroes is een e-boek, 337 pagina’s, uitgegeven door De Lachende Visch. De distributie gebeurt buiten de markt, via De Weggeefwinkel. Het e-boek is gratis voor wie erom vraagt. Vermeld ‘Tekstkroes’ en zeg of u pdf dan wel epub verkiest. Doe het via liefkemores@telenet.be en het boek valt vandaag nog in uw mailbox.

maandag 12 januari 2026

Ouders en hun nageslacht

Gouden Leeuw Filmfestival Venetië voor ‘Father mother sister brother’ van Jim Jarmusch. (Wil er bij deze recensie rekening mee houden dat wij fan zijn van die mens en bijgevolg ietwat vooringenomen.)

ER IS een interview met Arno, waarin hij, naar ik me herinner, zei: ‘Ik heb mijn vader te weinig opgezocht. Dat beklaag ik me, maar ‘t is nu te laat hé. Hetzelfde overkomt me met mijn zonen. Da’s normaal hé.’ Over dat normaal gaat Father Mother Sister Brother, nieuwe antologiefilm van Jim Jarmusch. ’t Is een drieluik over de ongemakkelijk aanvoelende afstandelijkheid tussen opeenvolgende generaties in eenzelfde familie. Jim Jarmusch zegt er hier zelf over: ‘De film werd ontworpen als drie bewegingen van een voortgaand muziekstuk.’ En verder: ‘’t Is een stil observeren van mensen, zonder oordeel te vellen. Als er iets waardevols uit voortkomt, hoop ik dat het empathie is en dat het mensen met al hun zwakheden leert te aanvaarden.’
Eén. Broer en zus bezoeken vader. Hij woont afgelegen, in West Milford (New Jersey, USA). Het is de twee niet duidelijk hoe ’t hem daar vergaat. Beschikt hij wel over voldoende geld? Neemt hij medicatie? Ook zijn verleden is onduidelijk: ‘Hij scheen altijd wel projecten te hebben.’  Vader van zijn kant doet zijn best om al die onduidelijkheden te cultiveren. De nieuwe bank bedekt hij met een deken, als om de slijtage weg te moffelen; hij verwelkomt z’n kinderen met afgedragen kleren; Tom Waits, die de vaderrol speelt, ziet er sowieso verlopen uit… Ze hebben elkaar ook niet echt iets te vertellen. Hilarisch is de passage waarin vader zich in de designzetel plaatst en die van zijn kinderen wegdraait om naar ’t landschap te kijken. Dan wordt het weer tijd om afscheid te nemen. Waarna we een metamorfose meemaken, vader maakt zich op om uit te gaan.
Twee. Twee zussen bezoeken moeder die in Dublin woont. ’t Is een jaarlijkse gewoonte, met thee en koekjes. De twee verschillen als dag en nacht
, een van beiden doet wel veel leugenachtige moeite om moeders aandacht naar zich toe te trekken. Die moeder (Charlotte Rampling) is vooral afstandelijk. Ze is een schrijfster die haar dochters ver van haar boeken weghoudt (niet dat ze erg geïnteresseerd zijn, ze doen er ietwat lacherig over.) Dan is ’t weer tijd om afscheid te nemen. De dochters rijden weg, elk hun richting, moeder sluit de deur. Zo, dat hebben we ook weer gehad.
Drie. In Parijs komt een tweeling samen om het leven van de ouders af te sluiten. Het appartement is leeggemaakt, de bezittingen zijn gestockeerd, ze kijken foto’s. Die ouders zijn in een vliegtuigje verongelukt boven de Azoren. Wat ze daar deden? De kinderen weten het niet. Elk van de drie hoofdstukjes toont het: ouders hebben een leven waar kinderen geen weet van hebben (het vrolijke leven van vader, de boeken van moeder, het vliegtuigje boven de Azoren.) Die onwetendheid wordt in elk van de drie delen gesymboliseerd door een al dan niet echt Rolex-polshorloge en ook door een drie keer weerkomende vraag: ‘Kan je toasten met water/thee/koffie?’
Hoe zal het die kinderen zelf vergaan? Ook hun bestaan zal irrelevant zijn voor het nageslacht. Jim Jarmusch suggereert het door een scene die in elk van de stukjes terugkomt. Sierlijk skaten jongeren voorbij de protagonisten die er onbegrijpend, als gebiologeerd, naar kijken: de afstand is al aanwezig, hun tijd is al voorbij. Da’s normaal hé, zou Arno zeggen. 
Wie er meer over wil weten, kan kijken naar wat de makers er zelf over zeggen in Jim Jarmusch, Adam Driver, Vicky Krieps, Tom Waits, & More on Father Mother Sister Brother.
Flor Vandekerckhove

[Dit stukje verschijnt ook in Snapshots. Tijdschrift van de Vlaamse Filmpers.]

Father Mother Sister Brother. Regie en scenario: Jim Jarmusch. Hoofdrollen: Cate Blanchett, Vicky Krieps, Adam Driver, Mayim Bialik, Tom Waits, Charlotte Rampling, Indya Moore, Luka Sabbat. Première: 31 augustus 2025 (Venetië). Duur: 110 minuten.

zondag 11 januari 2026

Met de Hillman naar de Cameo

Links: cinema Cameo, in de Kapellestraat, Oostende. Rechts: een getunede Hillman Musk uit 1955. In mijn herinnering ziet het autootje er bijlange niet zo sexy uit.


DE HERINNERING is zeventig jaar oud, wat om enig voorbehoud vraagt, maar ik herinner me wel degelijk de Hillman. Dat hij ’s winters moeilijk te starten was, herinner ik me zelfs goed. Ik herinner me de zwengel, de 'vrange', waaraan gedraaid kon worden (zonder dat het blijkbaar hielp.) Gevaarlijk spel, die zwengel. Als de motor ‘terug sloeg’, kon je je arm breken of een kaak. Ik herinner me een elektrisch vuurtje dat Onze Marcel op de delco legde, om de luchtvochtigheid met warmte weg te blazen en daarmee ook de oorzaak van de startproblemen. Na een tijdje hielp dat vuurtje ook wel. 
Halverwege de jaren vijftig bestond het winterse zondagsvertier van het ouderlijk gezin uit een cinemabezoek. Met de Hillman ging het naar cinema Cameo — veelal westerns — waar de vertoningen om twee uur ’s middags aanvingen. Wanneer wij ons presenteerden zat die zaal al vol, soms tot in de nok, want de Cameo had twee balkons. We wachtten tot de ouvreuse ons kwam halen. Dat was algemeen gangbaar. Achter het licht van de zaklamp ging je bijvoorbeeld halverwege de vertoning binnen. Na de film bleef je zitten tot je in de volgende voorstelling het journaal van Belgavox gezien had, vervolgens de voorfilm en uiteindelijk ook alle eerst gemiste fragmenten van de hoofdfilm. Dan verliet je de zaal, zodat de ouvreuse weer andere wachtenden kon binnenloodsen.
Tegen die tijd had de luchtvochtigheid nog niet op de delco toegeslagen. Onze Marcel startte de auto alsof het niets was. Wij naar huis, Arjette en Onze Marcel vooraan, ik in een rieten zeteltje, in de laadbak. Mooie momenten: hij ging op zo’n dag niet zuipen, zij liep niet chagrijnig en de cowboyfilm die we net gezien hadden, leerde me dat alles uiteindelijk in orde komt, als je maar geen Indiaan bent.
Flor Vandekerckhove⇲ 

De e-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, ik heb u nodig om het af te maken. De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat dat er misschien wel goud van komt.
De tekstkroes is een e-boek, 337 pagina’s, uitgegeven door De Lachende Visch. De distributie gebeurt buiten de markt, via De Weggeefwinkel. Het e-boek is gratis voor wie erom vraagt. Vermeld ‘Tekstkroes’ en zeg of u pdf dan wel epub verkiest. Doe het via liefkemores@telenet.be en het boek valt vandaag nog in uw e-box.



zaterdag 10 januari 2026

Winterpret

Toeschouwers langs de weg, terwijl ik op de vlucht ben voor winterpret. Zoals ge ziet: artificiële intelligentie staat nog niet helemaal op punt.

OP DE VLUCHT voor nietsontziende winterpret, loop ik in een val die Mong De Vos daar eer heeft opgesteld. Daarin zit ook Mong De Vos, want wie een put graaft voor een ander valt er zelf in. (Flor Vandekerckhove)
 
WINTERPRET is een driezinnenverhaal. Het zijn experimenten in het maken van extreem korte verhalen, uitgaand van 't vermoeden dat internetlezers scrollen, surfen & swipen en dat ik bijgevolg maar korte tijd heb om hen mijn literair werk te tonen. In plaats van daar meewarig over te doen, neem ik die realiteit ter harte. 
In het e-boekje 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS verzamel ik er 200. Het boekje heeft als bijkomende plus dat je elke titel kunt aanklikken, de hyperlink leidt je dan naar een video waarin het verhaal geïllustreerd wordt en te horen/zien valt, 200 YouTube-producties in totaal. EN DAT ALLES IN 1 BOEKJE ! Zoals alle digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch is ook 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS gratis. Mail erom en je bestelling wordt meteen ingepakt door de juffrouwen van De Weggeefwinkel. (en vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.): liefkemores@telenet.be.

vrijdag 9 januari 2026

Traction avant in de Suisse Normande

De postkaart toont de plek naast de Orne, waar ik mezelf wilde fotograferen. Echter! Op 7 januari lag er in de Suisse Normande een dikke sneeuwlaag. Onverrichter zake reed ik terug naar ’t centrum van Saint-Martin-de-Sallen (600 inwoners). Daar patineerden de wielen in de scherp opgaande bocht (rode pijl in hoofding).


SUISSE NORMANDE. De streek maakt haar naam wel waar en in de sneeuw heeft het landschap een bijzonder hoog kerstkaartgehalte. Ik bevind me in Saint-Martin-de-Sallen, waar ik op Tania wacht, die wandelend onderweg is van Clinchamps-sur-Orne naar hier. Als er evenveel sneeuw op haar wandelpad ligt als op straat, wordt het een harde dobber.
De GR 36 die ze bewandelt, volgt in Normandië al enige etappes de Orne en ook nu bevind ik me in een dorp dat naast de Orne ligt. In dit geval is ‘naast liggen’ een breed begrip. De dorpskom ligt boven, de rivier ligt ver uit het zicht, helemaal beneden. Ergens in de diepte.
Omdat ik me vandaag per se naast die Orne wil vereeuwigen, rij ik de berg af. Hoe verder, hoe hachelijker. Sneeuw! Sneeuw! Sneeuw! Op mijn leeftijd wint voorzichtigheid het al gauw van avontuur. Naast de Orne poseren zal voor een andere keer zijn. Ik keer mijn kar. 
Mijn voorzichtigheid loont helaas niet. Bij het binnenrijden van het dorp patineert de auto. Hoe ik het ook probeer — zachtjes, hard, traag, rap, scheef, recht, links, rechts, met en zonder aanloop, voorwaarts, achterwaarts… — ik geraak geen meter verder. Zie me daar staan, vlak op de hoek, in ’t midden van de straat. 
Een vrouw opent het raam. Ik vraag haar of patineren hier normaal is. ‘Wel zeker,’ zegt ze, ‘ik heb stalen platen die je onder de wielen kunt plaatsen.’ Die blijken helaas verloren gelegd. Haar buurvrouw dient zich aan: ‘Ik heb de gemeentediensten gebeld. Ze strooien meteen.’ Zoveel vriendelijkheid op een straathoek! 
Drie mannen komen kordaat aangestapt, twee met emmer zout, een met schop. Ze bezetten gedrieën heel de straatbreedte. Daar naderen waarlijk The Good, the Bad and the Ugly
In mijn hoofd weerklinkt het filmthema van Ennio MorriconeDe drie geven de vrouw een zoen, in dit dorp kent iedereen elkaar. Ze gaan over tot de daad.
‘Dat patineren komt doordat je met een traction avant rijdt,’ zegt de vrouw. Ik vraag haar hoe ze zo’n dingen weet. ‘Ik heb in de autoindustrie gewerkt,’ antwoordt ze. ‘Nu niet meer natuurlijk, de productie van Renault werd naar China verplaatst.’ Intussen doet het zout zijn werk en meteen rond ik gezwind de bocht. Ik parkeer de auto en vraag de mannen of ik hen in de bar-tabac met een koffie kan plezieren. Die is helaas voor onbepaalde tijd fermé. 
Vrouw sluit raam, kinderen gooien sneeuwballen, mannen bergen gerief op, lucht kondigt verse sneeuw aan, ik schrijf dit verhaal.
Flor Vandekerckhove⇲ 

De e-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, ik heb u nodig om het af te maken. De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, hopend dat er zodoende goud van komt.
De tekstkroes is een e-boek, 337 pagina’s, uitgegeven door De Lachende Visch. De distributie gebeurt buiten de markt, via De Weggeefwinkel. Het e-boek is gratis voor wie erom vraagt. Vermeld ‘Tekstkroes’ en zeg of u pdf dan wel epub verkiest. Doe het via liefkemores@telenet.be en het boek valt vandaag nog in uw e-box.

dinsdag 6 januari 2026

Iemand bij ’t zeven(tien)de zetten

Er circuleren ook wel recentere foto’s van het onderwijzerscorps van ’t klein college in Oostende, foto’s waarop ook meester Henri Deroo staat (de mens waarom het me hier te doen is) maar helaas geen enkele van zijn klas in 1961-62 (ik vermoed dat er in dat jaar geen klasfoto gemaakt werd.) Ik kies de foto van 1951 omdat hij ons iets meegeeft van de klerikale tijden waaruit wij, babyboomers, voortspruiten: V.l.n.r. 1ste rij, M. Proot, principaal O. Verbeke, Oscar Maes, directeur J. François, R. Debrock. 2de rij, Henri Dangez, Raymond Houwen, A. Declerck, Henri Declercq, Maurice Ghesquière, Leopold Lambrecht, Gerard Catry, J. Dewulf, H. De Zutter. 3de rij, André Maes, William Vande Keere, W. Sarrazyn, Godfried Deruytter, W. Brackez, G. Defauw, F. Deceuninck. 4de rij, Robert Noyen, A. Rotsaert, Herman Vansteelandt, Michel Verstraete, André Dewilde. 5de rij, Paul Vanhaverbeke, Henri Denoo. (De foto komt uit een FB-bericht).

STEL JE voor. Het jaar is 1961 en je bent twaalf. In Bredene rond je ’t lager onderwijs. Er moet gekozen worden. Onze Marcel ziet een toekomstige slager in je, een zoon die de kiekenwinkel tot beenhouwerij opwaardeert. Arjette twijfelt: ‘Een col wast makkelijker dan een kiel. Mij wordt niets gevraagd, ik ben een kind. De slagersschool in Anderlecht is een optie. Daar wacht me desgevallend ’t internaat en ja, hoeveel zal dat weer niet kosten. En ben ik daar niet te jong voor? De kwestie blijft onbeslist.
In september 1961 presenteer ik me in ’t ‘klein college’ van Oostende, bij onderwijzer Henri Denoo. Zijn klas heet ’t zevende, een voorbereidingsjaar op middelbaar ouderwijs. P
rincipaal Carron raadt Arjette die klas aan voor haar zoon, ’om beter Frans te leren.’ Mijn ouders geeft het extra tijd om de slagerskwestie te beslechten.
Iemand bij ’t zeventiende zetten, zo heb ik het aangevoeld. Ik zat daar omdat ’t college zo’n overgangsklas te vullen had. En ik zat er ook omdat mijn ouders geen raad met me wisten. Heb ik dat altijd zo aangevoeld? Dat denk ik wel. Het frustreerde me dat ik letterlijk in een lagere categorie geplaatst werd, terwijl leeftijdsgenoten naar 't 'groot college' trokken. Nu begrijp ik dat uiteraard wel. We beleefden de trente glorieuses, het Wirtschaftswunder, de wederopbouw. Families als de mijne stuurden voor het eerst hun kinderen naar ‘de grote school.’ Wisten zij veel.
Ik bekijk de lijst van leerlingen die in 1961-’62 dat zevende studiejaar met mij deelden (°). Vergis ik me als ik concludeer dat daar vooral jongens uit eerder onmondige milieus terechtkwamen, kinderen van zogenaamd ‘eenvoudige mensen’ die tegen de ‘suggesties’ van zo’n principaal geen weerwerk konden bieden?
Flor Vandekerckhove

(°) Ik krijg de leerlingenlijst van dat zevende studiejaar van oud-medeleerling Jozef Passchyn die me al menig keer kon helpen bij deze reeks herinneringen. In volgorde van uitmuntendheid: Guido De Ruytter (†), Marc Vermeersch, Lionel Dekeyser, Fernand Calle, Daniël Gunst, Daniël Jonckheere (†), Jozef Passchyn, Jean-Pierre Casier, Patrick Billiet, Eric Hollevoet, Daniël Decorte, Bertrand Dehaemers, Flor Vandekerckhove, Adelin Claeys, Ronny Beyen (†), Freddy Buffel, Albert Declercq, Frans De Cuypere, Bernard Vanneuville, Marc Messiaen, Albert Tas, Pierre Van Rie, André Ollieuz, Jean-Claude Vens, Fernand Devos en Eric Delaere.

'De e-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, ik heb u nodig om het af te maken. De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, hopend dat er zodoende goud van komt.' (Flor Vandekerckhove)
De tekstkroes is een e-boek, 337 pagina’s, uitgegeven door De Lachende Visch. De distributie gebeurt buiten de markt, via De Weggeefwinkel. Het e-boek is gratis voor wie erom vraagt. Vermeld ‘Tekstkroes’ en zeg of u pdf dan wel epub verkiest. Doe het via liefkemores@telenet.be en het boek valt vandaag nog in uw e-box.