donderdag 5 februari 2026

Richard Brautigan, succes in de hoogdagen van hippie

Richard Brautigan (1935-1984)


IN 1966/67 distribueerden de Diggers in San Francisco hun literaire vruchten op straat. Literatuur moest vrij & gratis zijn en The Communication Company stencilde erop los. Hippie werd groot in die dagen en dat geldt ook voor dichter-schrijver Richard Brautigan. Zijn op straat gedistribueerde gedicht All Watched Over by Machines of Loving Grace markeerde als 't ware de overgang van de beatgeneration naar hippie. Het gedicht werd meer dan eens gratis verdeeld, een keer zelfs in een oplage van 40.000. Brautigan voegde er een verklaring van copyleft aan toe: wie wilde, mocht het gedicht, vrij van copyright, herdrukken, zolang het maar gratis verspreid werd. Ge ziet: De Weggeefwinkel van uitgeverij De Lachende Visch valt niet uit de lucht.
1966, San Francisco, ge moet u dat voorstellen. Er hing daar wel degelijk iets in de lucht en Brautigan wist dat 'iets' te capteren. Ge moogt voor de rest wel vragen stellen bij de hippiebeweging. Het is waar dat de praktijk van hippie erg ontluisterend kon zijn, zoals Joan Didion die ook beschrijft in haar Slouching Towards Bethlehem
De ontluistering geldt trouwens ook voor Brautigan zelf. In Jubilee Hitchhiker (°) schrijft biograaf William Hjortsberg hoe het lijk van de schrijver pas zes weken na diens dood ontdekt wordt. Vereenzaming, alcoholisme, drugs, literaire afgang, zelfmoord… Later wil dichter Michael McClure nog eens de plek zien waar zijn maat zich van het leven benomen heeft. Hij klimt langs de gevel naar boven en ziet door het venster ‘duidelijk de doodschaduw van Richard Brautigans lichaam geëtst in de vloerplanken, daar waar zijn lichaam vele lange weken onontdekt is blijven liggen. Braudigans lichaam was gesmolten (…) en in het hout gesijpeld, waar het een spookafbeelding achterliet. … De nieuwe eigenaars zouden later proberen het te verwijderen, maar geen enkel solvent of detergent slaagde daarin … Als een gefotografeerde geest wordt Richard Brautigans afbeelding misschien wel voor eeuwig bewaard om in het oude houten huis te spoken.’ 
Flor Vandekerckhove

(°) As Hjortsberg. Jubilee Hitchhiker: The Life and Times of Richard Brautigan. 2013. Uitg. Counterpoint. 880 p.


woensdag 4 februari 2026

Herinneringen aan Barbara

Oostende, hoek Baelskaai en Vuurtorendok, foto gemaakt binnen in de GRANADA Gallery van haute joaillerie designer Jochen Leën.


NU IS DAAR de Granada Galerie, maar in mijn tijd huisvestte die hoek het redactielokaal van Het Visserijblad. Op die plek deed ik wat een redacteur doet. Ik deed er ook administratie, facturatie, verzending, lezerswerving en correspondentie. ik deed de lay-out en zocht adverteerders. Ik deed alles, ik zeemde de ruiten.
Jaarlijks kon ik beroep doen op een leerlinge die in ’t STIMJO een kantooropleiding volgde en als laatstejaars stage moest lopen. Terwijl ik in Du Parc koffie ging drinken, deed zo’n stagiaire mijn papierwerk. Jaarlijks kwam er weer een ander meisje en over elk van hen valt wel een verhaal te vertellen. Dat geldt allereerst voor Barbara.
Barbara begreep wat haar te doen stond. Ik kon de barak vanaf dag één aan haar overlaten. Ook verzorgde ze met kennis van zaken de wiet die ik ter redactie kweekte. Ik mocht Baba zeggen.
Baba ambieerde een toekomst op de catwalk. Dat zo’n arbeiderskind haar schoonheid te gelde wil maken, begreep ik wel. Model is een eerbaar beroep en ’t is beter dan de vismijn. Om haar ambitie kracht bij te zetten participeerde Baba in haar vrije tijd aan een dure catwalkopleiding. Om de catwalk te leren, mochten zo’n meisjes dan aanrukken op defilés in la Flandre Profonde. 
Ik zei niets, ’t was niet aan mij om Baba’s droom te fnuiken. Die meisjes waren blij om het te doen en een matrone stak ’t geld in haar zak. Van zo'n defilé bracht Baba foto’s mee. 
Zo komt het dat ik op een dag, samen met Baba, naar foto’s keek waarop ze lingerie demonstreerde, het ene nog sexyer dan het andere, culminerend in de bruid, waarbij Baba over de loper schreed, dragend nauwelijks verhullende kleding, alsmede een bruidsluier. Het duurde een wijl vooraleer ik weer kon nadenken, maar toen ik het deed, vroeg ik me af of hoe ’t mogelijk was dat zo’n jong, onschuldig meisje tegelijk zo sexy kon zijn, gekoppeld aan de vraag hoe ’t mogelijk was dat ze zo sexy was en tegelijk zo naïef.
Later heb ik Baba weergezien. ’t Was een vreugdevolle ontmoeting. Ze maakte haar beklag over de vrijer van d’r moeder die geen moeite deed om mama te plezieren. Of ik geen zin had om zijn plaats in te nemen. Ze drong aan: ‘Doe het’, zei ze, ‘dan zien we elkaar weer.’ Dat bood wel perspectief, maar ik ben er toch niet op ingegaan.
Flor Vandekerckhove

De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi, 337 pagina’s. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat er misschien wel goud van komt. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, u bent nodig om het rond te maken. Het e-boek is dan ook gratis.
De tekstkroes is een e-boek, uitgegeven door De Lachende Visch. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je epub of pdf verkiest) Vraag het meteen aan  liefkemores@telenet.be.

dinsdag 3 februari 2026

Van de paus vertellen (2)

In 2024 liet ik me ‘ontdopen’. Daar schreef ik al over in De kogel is door de kerk. Mijn afvalligheid is niet zonder gevolg gebleven. Over dat gevolg schreef er twee keer ’t zelfde verhaal, gisteren als driezinnenverhaal en vandaag als provovers. [Op de foto: Francis Bacon, Screaming Pope (1953). Meer over dat schilderij vind je in Waarom schreeuwt de paus?


‘Wantrouw elke aandrang tot schrijven 
behalve de vreugde van het formuleren.'
Godfried Bomans


paus (provovers)


we moeten hem weer binnenhalen 

zei de paus

en omdat men in ’t Vaticaan de paus nooit tegenspreekt 

zette de secretaris meteen alles in het werk 

om gods wil op aarde uit te voeren

daardoor ook komt het 

dat hier gisteren een bisschop aan de deur stond

’t zijn buren die het me vertelden 

zelf was ik niet thuis

en in de brievenbus vond ik een encycliek

waarin me de pauselijke bede werd overgemaakt

in ’t Latijn uiteraard

een taal die ik niet machtig ben

wat meteen de vraag oproept

hoe ik het dan weet

en het antwoord

een mirakel 

 

(Flor Vandekerckhove)


‘Driezinnenverhalen’ en ‘provoverzen’ zijn literaire experimenten waarmee ik scrollende, surfende en swipende e-lezers naar mijn verhalen lok. In beide gevallen leg ik mezelf een beperking op. In 't eerste geval is dat het aantal zinnen, in 't tweede het aantal woorden (100). Ze werden ook al gebundeld: ‘2HONDERD 3ZINNENVERHALEN&1LINERS’ en ‘Gesprekken met Polleke’ waarin vijftig dergelijke proverzen staan. Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch zijn ook deze titels gratis voor elkeen die erom vraagt. Schrijf naar liefkemores@telenet.be (vermeld de titel, ‘200’ / ‘Polleke’), zeg of je pdf verkiest of epub) en vind het boek meteen in uw mailbox.

maandag 2 februari 2026

Van de paus vertellen (1)

In 2024 liet ik me ‘ontdopen’. Daarover postte ik toen De kogel is door de kerk. Mijn afvalligheid is niet zonder gevolg gebleven. Over wat volgde schrijf ik twee keer ’t zelfde verhaal, vandaag schrijf ik het in drie zinnen en morgen als 'provovers'.

‘Men wordt schrijver door de drift voor de vorm. 
De inhoud is punt twee.’ 

Paus (driezinnenverhaal) — ‘We moeten hem weer binnenhalen’, zei 
ten einde raad Paus XIV. Omdat je een paus nooit tegenspreekt, zette de secretaris van ’t Vaticaan meteen alles in het werk om Gods wil op aarde ten uitvoer te brengen. Daardoor komt het dat ik gisteren een bisschop aan de deur kreeg. (Flor Vandekerckhove)


‘Driezinnenverhalen’ en ‘provoverzen’ zijn literaire experimenten waarmee ik scrollende, surfende en swipende e-lezers naar mijn verhalen wil lokken. Ze werden ook al gebundeld: ‘2HONDERD 3ZINNENVERHALEN&1LINERS’ en ‘Gesprekken met Polleke’ waarin vijftig dergelijke proverzen staan. Zoals alle e-boeken van De Lachende Visch zijn ook deze titels gratis voor elkeen die erom vraagt. Schrijf naar liefkemores@telenet.be (vermeld de titel, ‘200’ / ‘Polleke’), zeg of je pdf verkiest of epub) en vind het boek meteen in uw mailbox.

zaterdag 31 januari 2026

Herinneringen aan Guido De Ruytter (†)

Links: klasfoto college Oostende, 6de Latijn A, 1962-’63, klastitularis Daniël Vervaele. Bovenste rij, van links naar rechts: Jaak Verbiest, Eric Hollevoet, Johnny Maeckelberghe, Thierry Delbaere, Patrick Pattyn, Marc Declercq, Roland Meysman, Herman Dangez, Raf Proot, rechtsboven Guido De Ruytter2de rij: Guido Van Middelem, Erik Vanden Broucke, Jean-Paul Dellaert, Eddy Desmet, Hendrik Soete, Jean-Pascal Bellaerts, Michel Vanderbeke, Julien Bruyneel, Gerard Gaëtan; 3de rij: Donald Wybo, Pierre Vuyts, Carlos Callens, Paul Van Maele, Ronald Vandepitte, Marcel Op de Beeck, Jacques Vandekerckhove, Johan Elskens, Jean Verhaeghe, Patrick Raveschot, Lionel Dekeyser; onderaan: Norbert Claerhout, Luc Ollieuz, Michaël Dearman, Pieter Elskens (afwezig Guy François). Leraar Daniël Vervaele.
Rechts: Guido De Ruytter (° Slijpe, 2 maart 1949 - Leke, 29 oktober 2012†) als marineofficier.

DAT WAS ik helemaal vergeten! Het verraste me dat Guido De Ruytter, net als ik, in ’t college van Oostende, een voorbereidend jaar had moeten passeren — het zevende studiejaar, want Guido was een slimme kerel. Ik bekijk de namenlijst die Jef Passchyn me stuurt en zie dat Guido in dat zevende primus van de klas was. Waarna het voor hem naar de Latijnse ging. Zei ik het niet: een slimme kerel.
Wat ik me wel herinner is dat Guido heel de middelbare schooltijd een makker blijft. Merkwaardig, wegens andere woonplaatsen en uiteenlopende studierichtingen. ’t Is wellicht de gemeenschappelijke passage van dat zevende die ‘t verklaart.
Ik herinner me zijn humor, w
aarmee hij, denk ik, ook titels van Vlaamsche Filmpkens persifleerde, kwinkslagen en geestigheden, bon mots die hij in haast elk gesprek wist in te passen: ‘Stekke, zei de kraai. ‘k Had ’t gepeinsd, zei de puit’; ‘De moord aan de rand van de put’; ‘De wraak van de zuigeling’; ‘Nabij de veldkapel’…
Ik herinner me een toneelstuk waaraan hij participeerde, ‘De melodie van de zwerver’, titel die verrassend goed op zo’n bon mot van Guido lijkt. Dat stuk ging door in Slijpe waar Guido woonde. Met mijn mobylette ben ik ernaartoe gereden, toch al gauw twintig kilometer ver. Dat was wel meer om in die zaal naast mijn liefje te zitten dan omwille van Guido, maar toch. Ik heb alleen het eerste bedrijf gezien. Mijn ouders waren onwetend van mijn cultureel-amoureuze uitstap en ik moest zorgen dat ik bijtijds weer thuis was. Later heb ik vernomen dat Guido na afloop, ontroerd door zijn eigen spel, tranen met tuiten weende.
Na zijn middelbare studies ging Guido naar de Koninklijke Militaire School, keuze die wel meer voorkwam in onbevoorrechte gezinnen die een bolleboos in huis hadden. Je kon daar gratis universitaire studies volgen. Dat is ook het moment waarop ik het contact met Guido verloren ben. 
Terwijl ik in deze blog gesprekken met medeleerlingen postte (°), probeerde ik ook
 Guido te traceren. Ik kwam uit bij een naamgenoot in Leopoldsburg en dacht: Leopoldsburg, dat is 't leger, Guido zal daar blijven wonen zijn. Ik schreef die mens, telefoneerde ook, kreeg nooit antwoord. Inmiddels weet ik dat Guido De Ruytter toen al overleden was — hij werd nauwelijks 63 — dat hij zijn militaire carrière bij de marine had doorgebracht (niet in Leopoldsburg) en dat hij na zijn pensionering een café had uitgebaat: Bon Coin in Adinkerke. Korte zinnen die wellicht honderden verhalen in zich bergen, veelal eindigend nabij de veldkapel.
(°) NADAT HET LEVEN me van stad naar stad gevoerd had, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik moegestreden in Bredene neer, waar ik mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen op van speelmaatjes en schoolmakkers. Soms was dat een doodlopend spoor, mijn zoektocht naar Patrick Van Molle liep bijvoorbeeld dood vlak voor zijn deur in ’t Brusselse, maar ik hield er wel een goed verhaal aan over. Meestal leidde het naar een leuk gesprek, zoals dat met Jean-Pierre Casier, Caroline Slabbinck en Marc Van Middelem. Of met Hubert Derdeyn aka Huub OnziaRob(ert) TasWilfried Laforce, Freddy Versluys en Ivan Steen, Ivan Schamp, Marc Cromphout, René Deweert, Jean-Pierre Boentges(†)Hugo Pauwels , Marc Loy, Noël Denys, Daniël Gunst, Roger Passchyn, Jozef Passchyn en onlangs nog Paul Joye. Al schrijvend nam ik u mee in herinneringen aan Marie-José Smetsnaar het theater met Erik Poppe of naar het levenswerk van Georges Verleene; naar trieste verhalen, omdat de protagonisten overleden waren, zoals dat het geval is voor Marcel Van Paemel, Jacques ChandlerKoen LeveckeJan Vandenbussche en Roland Bogaert. Soms leidde het naar nevenverhalen, zoals dat na het overlijden van Jean-Paul Dellaert(†), of naar de vader van Bernard Vanneuville en deze van Werner Verbiest. En een enkele keer gebeurt ook het omgekeerde: iemand volgt een spoor dat bij mij uitkomt, dat is wat Gerdje Noels gedaan heeft, en ook dat heeft een mooi stukje opgeleverd.

vrijdag 30 januari 2026

Allemaal gelul

Van links naar rechts: Godfried Bomans, Louis-Ferdinand Céline, Jeroen Brouwers.

WE VERSCHILLEN, Jeroen Brouwers en ik. Hij is een groot schrijver, indrukwekkend groot zelfs, en ik ben een minor writer. Waar Brouwers zijn best doet om een boek goed te krijgen, doe ik dat met een alinea. We hebben ook iets gemeen, we schrijven beiden over de stiel. En dit is wat Brouwers over zijn eigen werk laat optekenen: ‘Het kan me niet schelen wat er staat, het is allemaal gelul, als het er maar voortreffelijk staat.’ (°) 
Ik neem de proef op de som en haal Gesprekken met professor Y uit de kast, boek van Louis-Ferdinand Céline. (°°) Dat begint met: ‘De waarheid is dat het boekenvak lijdt onder een zeer ernstige afzetcrisis.’ Eindigen doet Céline met: ‘(…) ik moet mijn tekst er nog eens op nalezen!… te kort moet je wantrouwen… mijn hele stuk in interviewstijl. je kunt jezelf nooit genoeg nalezen! of… o!… o!… nee… nee zo ver gaat het nu ook weer niet… dat zeg ik u! zo belangrijk is het niet…’ En ’t is waar, alles wat tussen de openingszin en het slot staat is gelul. ’t Is trouwens ook waar dat het er voortreffelijk staat. 
Afsluiten doe ik met eentje van Godfried Bomans: ‘Men wordt schrijver door de drift voor de vorm. De inhoud is punt twee.’ (°°°) De drift voor de vorm!
Flor Vandekerckhove

(°) Jeroen Brouwers, in DS der Letteren, 4 september 2021.
(°°) Louis-Ferdinand Céline. Gesprekken met professor Y. Vertaald door Ernst van Altena. Uitg. Goossens/mets. 126 pp.
(°°°) Jeroen Brouwers. De wereld van Godfried Bomans. 1988. Uitg. Atlas - A’dam/A’pen. 192 pp.
De tekstkroes is een mengkroes van 337 pagina's, waarin ik al mijn literaire creativiteit gooi. U bent in deze geen consument, daardoor koopt u mijn literaire experimenten niet, u werkt er als lezer aan mee. Met andere woorden: ik heb u nodig om het af te maken. In De tekstkroes mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, hopend dat er goud van komt. Want ook dit denk ik: samen zijn we AI de baas. U bent in deze geen consument die het e-boek koopt, u bent een lezer die het boek krijgt toegestuurd als u erom vraagt. Doe het! Schrijf naar liefkemores@telenet.be, vermeld ‘TEKSTKROES’ en zeg of u pdf wenst of epub.

donderdag 29 januari 2026

Frima-McCain op d’ Oede Viertorre, thans Oosteroever

Johnny Verplancke fotografeert al dan niet geklasseerd erfgoed in de staat waarin het zich bevindt. Zijn indrukwekkende collectie (3888 foto’s) staat hier op flickr. In 2021 maakte hij een reeks over Frima-McCain in Oostende. Boven de reeks schetst hij ook de geschiedenis van het gebouw. Ik kom er in een droom terecht.

Droom 37 — Achter me slaat de poort dicht en ik bevind me in een lange, donkere zaal. Dan zegt iemand dat ik me stil moet houden. Blijf ik staan of loop ik door? Ik twijfel. Mijn hart klopt in mijn keel. Nu zegt de stem dat ik er beter aan doe de ruimte meteen via de achterdeur te verlaten. Ik gehoorzaam. In het deurgat word ik verblind door zonlicht, achter me slaat de deur dicht. In de auto wacht ik tot ’s avonds laat op wat nog komen gaat (ik weet niet waarom). En als dat niet komt, rij ik de nacht in, met op de autoradio de vlakke stem van Chet Baker. (Flor Vandekerckhove)

’t Kan wreed waaien op de kaaien is een e-boekje uit 2018. Het bevat vijfentwintig extreem korte verhalen die zich in het vissersmilieu afspelen. Het boekje (e-boek, PDF, 27 pagina’s) is gratis en wordt u toegestuurd op eenvoudige vraag. Mail naar liefkemores@telenet.be.

woensdag 28 januari 2026

Isaak Babel demonstreert het verschil tussen vakmanschap en kunstenaarstalent

Gisteren, 27 januari, was het exact 86 jaar geleden dat de Oekraïens-Sovjetrussische schrijver Isaak Babel met een nekschot vermoord werd. Opdrachtgever: Jozef Stalin. [Foto: monument Isaak Babel in Odessa, Oekraïne.]


NAARMATE DE JAREN dertig voortschrijden, verschijnen er almaar minder verhalen van Isaak Babel. Wel schrijft hij scenario’s. Over zo’n filmscript zegt een redacteur: ‘Toen we het scenario hadden gelezen, keken we elkaar beteuterd aan. Niet dat het slecht was (…) Maar het was een “onechte Babel” (…) ondanks het feit dat elke regel in het voor ons liggende manuscript zonder twijfel door Babels hand was geschreven.’ (°)
Babel schrijft scenario’s zoals een meubelmaker kasten maakt, vakkundig voldoet hij aan de eisen van de stiel. Literatuur daarentegen is nog iets anders. Babel zegt daar zelf over: ‘Bovendien is het nu eenmaal mijn literaire lot dat ik alleen kan slagen met ideeën die ik zorgvuldig heb uitgeknobbeld en die daarenboven origineel moeten zijn ook — anders verlies ik er mijn belangstelling voor — en dat, al sterf ik er zelf bij, of sterft mijn kind onder mijn ogen, ik er niets van terechtbreng, als er druk op me wordt uitgeoefend om te schrijven.’ (°°)  Een echte kunstenaar, zegt Babel daar, ervaart het door Stalin opgelegde sociaal-realisme als een dwangbuis. Al wat hij daarmee kan aanvangen is ‘onechte Babels’ afleveren. 
Stalins grote opponent, Leon Trotski, begrijpt dat dan toch beter. ‘Op het gebied der artistieke schepping is het absoluut noodzakelijk dat de verbeelding aan iedere dwang ontsnapt en dat zij zich laat buigen noch wringen. Aan hen, die ons voor heden of morgen een discipline zouden willen opdringen die wij met het wezen der kunst onverenigbaar achten, antwoorden wij, met een weigering, zonder beroep en met de vaste wil ons aan de formule te houden: volkomen ongebondenheid voor de kunst.’ (°°°)
Flor Vandekerckhove

(°) en (°°) Isaak Babel. Brieven naar Brussel 1925-1939. 376 p. Vertaald uit het Russisch door Charles B. Timmer. 1970. Amsterdam, Moussault’s Uitgeverij NV. Het citaat over het scenario staat op p. 331, in de bijlage waarin G. Moenblit herinneringen aan Babel ophaalt. 
(°°°) In Voor een onafhankelijke revolutionaire kunst. Het aandeel van Trotski in die tekst kan teruggevonden worden in: Pour un art révolutionnaire indépendant

dinsdag 27 januari 2026

Lentelied (op Berts verjaardag)


ONZE MARCEL was een kiekenmarchand, maar zijn nageslacht is meer van de showbizz. Marijke treedt musicerend op in de Charlatan [
Ze gebruikt in deze haar grootmoeders naam, Henriette. Daar bestaan inmiddels beelden van: klik hier.] Bert creëert zelf muziek en ik lever hem daar soms teksten voor. In deze post beperk ik me tot de familiale songwriting, ook omdat ’t vandaag Berts verjaardag is, hij is van 27 januari 1977. 
De tijd waarin mijn kinderen hun eerste stappen zetten was ook de tijd van de Rode Brigades en de Italiaanse Jaren van Lood — dát waren pas bangelijke tijden. Daar werd ik aan herinnerd toen ik Il Falsario zag, Italiaanse film (2026) die van start gaat met drie boerenjongens die in de jaren zeventig vanuit hun dorp naar Rome trekken. Onderweg horen we Iggy Pop die The Passenger zingt. 
De song inspireert me. Ik maak er meteen een eigen tekst voor. Daarmee het advies van Jim Jarmusch volgend: ‘Steel alles wat je inspireert of je verbeeldingskracht aanwakkert. (…) Selecteer alleen dingen die direct tot je ziel spreken, steel ze. Als je dit doet, zal je werk (en diefstal) authentiek zijn.’
Ook omdat er al een beetje lente in de lucht hangt, heet mijn diefstal nu Lentelied. Van Iggy’s Passenger vind ik op ’t net ook een instrumentele versie en ik kan die met de zeer behulpzame tools GarageBand en iMovie 
wel onder mijn woorden zetten, maar ik vrees de copyrightcontrole van YouTube. Daarom zing ik Lentelied zelf, zonder begeleidende muziek. Doordat ik niet toonvast ben, merkt YouTube de diefstal niet op. Wat denkt ge, zoon? Kunt gij eigen muziek voor de nieuwe tekst maken? Een arrangement? Een begeleiding? Dat zou ik wel eens willen zien.
Zou ik mijn nieuwe songtekst hieronder plaatsen? (Bij wijze van teaser: Doodgewoon dat is geweun / En een konijn dat is een keun.) Neen, ik ga dat niet doen, een songtekst dient beluisterd te worden. Doe het hier op YouTube.
Flor Vandekerckhove

De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi, 337 pagina’s. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat er misschien wel goud van komt. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, u bent nodig om het rond te maken. 
De tekstkroes is een e-boek, uitgegeven door De Lachende Visch. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je epub of pdf verkiest) Vraag het meteen aan  liefkemores@telenet.be.

maandag 26 januari 2026

Etikhove als place to be

Kunstenaars op de Markt in Etikhove, v.l.n.r.: Paul Haessaerts, Ramah (Henri Raemaeker), Elisabeth de Saedeleer, Monica de Saedeleer, Jeanne Raemaker, Leon Piron, Valerius de Saedeleer, Willem van Rijswijk, Luc Haesaerts, Pierre de Briey en een onbekende. (Foto Heemkundige kring Businarias. Weet iemand van de kring ook wat die mensen aan ’t smullen zijn?)
 
MOCHT IK jong & dynamisch zijn, dan reed ik er eens heen. Helaas!, erg dynamisch ben ik nooit geweest en jong word ik nooit weer. Een mens als ik ervaart de digitale wereld daarom als een zegen.
’t Is Paul van Ostaijen (†1928) die mijn plotse interesse voor Etikhove wekt. In 1927 komt hij daar uitzieken, hij is eenendertig en de tuberculose heeft hem danig in haar greep. Ik lees erover in zijn biografie. (°) In die tijd was ‘Etikhove nauwelijks meer dan een verzameling huizen langs de steenweg richting Ronse.’ Maar ’t bruiste er een moment lang wel van artistieke bedrijvigheid. Dat kwam door Valerius De Saedeleer en nog meer door zijn dochters Marie-Jozef en Monica die in Etikhove een weefatelier opzetten. Ze nodigden er moderne kunstenaars uit om voor hen expressionistische of abstracte composities te maken. (°°) Enkele maanden lang bestond er rond Auberge De Vos een soort artistieke commune ‘waar behalve de drank ook schilderkunstige ideeën rijkelijk vloeiden.’
Toen Paul van Ostaijen zich in augustus 1927 in de Auberge aanbood, was het weefatelier van de zussen, wegens groot succes, al naar Brussel verhuisd. Het hoogtepunt van Etikhove als artistieke verzamelplaats was voorbij, maar Van Ostaijen ontmoette er wel Valerius De Saedeleer, Paul en Luc Haesaerts, Leo Piron en Jules Boulez. Bovendien kon hij er genieten van de muurschilderijen die kunstenaars in 1926 in de Auberge hadden achtergelaten. 
Ik zoek het even op. Die muurschilderijen zijn er niet meer. (°°°) Ze werden in 1978 wel beschermd, maar een onwetende coiffeur deed ze bij een verbouwing sneuvelen. Het enige wat rest is het uithangbord van de herberg, dat Ramah (Henri Raemaeker) schilderde. Dat siert nu de eerste verdieping van het administratief centrum van fusiegemeente Maarkedal. 
Flor Vandekerckhove

(°) Matthijs de Ridder. Paul van Ostaijen. De dichter die de wereld wilde veranderen. 704 p., uitg. Querido. 2023.
(°°) Heemkring Maarkedal bracht in 2014 een werk uit waarin die artiesten opgesomd worden. Valerius De Sadeleer… achterna van Jozef Bourdeaudhui: ‘Talrijk waren de kunstenaars, auteurs en dichters, kunstcritici en cineasten die bij De Saedeleer op bezoek kwamen, ontwerpen maakten voor tapijten, en dikwijls verbleven in Auberge De Vos: Yves Alix, Alphonse Barrez, Renée Baucher, Gaston Bertrand, Jules Boulez, Anto Carte, Marc Chagall, Albert Claeys, Philibert Cockx, Dolorès Courtney, Johan Daisne, Emmanuel De Bom, Louis Herman De Koninck, het echtpaar Robert en Sonia Delaunay, Johan De Maeght, André De Ridder, Gustaaf De Smet, Leon De Smet, Maurice De Vlaminck, Hippolyte Daeye, Willem Dudok, André Favory, Tsuguharu Foujita, Jean-Jacques Gaillard, Edgar Gevaert, Marie Gevers, Jaap Gidding, René Goldstein, Frans Hellens, Edmond Jaloux, Jasinsky, Oscar Jespers, Floris Jespers, Jean-Emile Laboureur, Emile Langui, Marie Laurencin, André Lhote, Jules Lismonde, Paul Maas, Nicolas Maegen, Karel Maes, Hubert Malfait, Félicien Marceau, Louis Marcoussis, George Marlier, Frans Masereel, Constant Montald, Jozef Muls, Willem Paerels, Jozef Peeters, Constant Permeke, Hans Polak, Henri Puvrez, Maurice Roelants, Albert Saverys, Lodewijk Schelfhout, Victor Servranckx, Michel Seuphor, Jan Sluyters, Leon Spilliaert, Rodolphe Strebelle, Stijn Streuvels, Herman Teirlinck, Jean Teugels, Louis Thevenet, Suzanne Thienpont, Frits Van den Berghe, Henry Van de Velde, Oscar Van de Voorde, Gustave Van de Woestijne, Karel Van De Woestijne, Paul-Gustave Van Hecke, Albert Van Huffel, Paul Van Ostayen, Ossip Zadkine.’
(°°°) Details ervan toont de Heemkundige Kring Maarkedal op Kunstenaarsdorp Etikhove.