zaterdag 31 januari 2026

Herinneringen aan Guido De Ruytter (†)

Links: klasfoto college Oostende, 6de Latijn A, 1962-’63, klastitularis Daniël Vervaele. Bovenste rij, van links naar rechts: Jaak Verbiest, Eric Hollevoet, Johnny Maeckelberghe, Thierry Delbaere, Patrick Pattyn, Marc Declercq, Roland Meysman, Herman Dangez, Raf Proot, rechtsboven Guido De Ruytter2de rij: Guido Van Middelem, Erik Vanden Broucke, Jean-Paul Dellaert, Eddy Desmet, Hendrik Soete, Jean-Pascal Bellaerts, Michel Vanderbeke, Julien Bruyneel, Gerard Gaëtan; 3de rij: Donald Wybo, Pierre Vuyts, Carlos Callens, Paul Van Maele, Ronald Vandepitte, Marcel Op de Beeck, Jacques Vandekerckhove, Johan Elskens, Jean Verhaeghe, Patrick Raveschot, Lionel Dekeyser; onderaan: Norbert Claerhout, Luc Ollieuz, Michaël Dearman, Pieter Elskens (afwezig Guy François). Leraar Daniël Vervaele.
Rechts: Guido De Ruytter (° Slijpe, 2 maart 1949 - Leke, 29 oktober 2012†) als marineofficier.

DAT WAS ik helemaal vergeten! Het verraste me dat Guido De Ruytter, net als ik, in ’t college van Oostende, een voorbereidend jaar had moeten passeren — het zevende studiejaar, want Guido was een slimme kerel. Ik bekijk de namenlijst die Jef Passchyn me stuurt en zie dat Guido in dat zevende primus van de klas was. Waarna het voor hem naar de Latijnse ging. Zei ik het niet: een slimme kerel.
Wat ik me wel herinner is dat Guido heel de middelbare schooltijd een makker blijft. Merkwaardig, wegens uiteenlopende studierichtingen. ’t Is wellicht de gemeenschappelijke passage van dat zevende die ‘t verklaart.
Ik herinner me zijn humor, w
aarmee hij, denk ik, ook titels van Vlaamsche Filmpkens persifleerde, kwinkslagen en geestigheden, bon mots die hij in haast elk gesprek wist in te passen: ‘Stekke, zei de kraai; ‘k had ’t gepeinsd, zei de puit’; ‘De moord aan de rand van de put’; ‘De wraak van de zuigeling’; ‘Nabij de veldkapel’…
Ik herinner me een toneelstuk waaraan hij participeerde, ‘De melodie van de zwerver’, zegt men me, titel die verrassend goed op zo’n bon mot van Guido lijkt. Dat stuk ging door in Slijpe waar Guido woonde. Met mijn mobylette ben ik ernaartoe gereden, toch al gauw twintig kilometer ver. Dat was wel meer om in die zaal naast mijn liefje te zitten dan omwille van Guido, maar toch. Ik heb alleen het eerste bedrijf gezien. Mijn ouders waren onwetend van mijn cultureel-amoureuze uitstap en ik moest zorgen dat ik bijtijds weer thuis was. Later heb ik vernomen dat Guido na afloop, ontroerd door zijn eigen spel, tranen met tuiten weende.
Na zijn middelbare studies ging Guido naar de Koninklijke Militaire School, keuze die wel meer voorkwam in onbevoorrechte gezinnen die een bolleboos in huis hadden. Je kon daar gratis universitaire studies volgen. Dat is ook het moment waarop ik het contact met Guido verloren ben. 
Terwijl ik in deze blog gesprekken met medeleerlingen postte (°), probeerde ik ook
 Guido te traceren. Ik kwam uit bij een naamgenoot in Leopoldsburg en dacht: Leopoldsburg, dat is 't leger, Guido zal daar blijven wonen zijn. Ik schreef die mens, telefoneerde, kreeg nooit antwoord. Inmiddels weet ik dat Guido De Ruytter toen al overleden was — hij werd nauwelijks 63 — dat hij zijn militaire carrière bij de marine had doorgebracht (niet in Leopoldsburg) en dat hij na zijn pensionering een café had uitgebaat: Bon Coin in Adinkerke. Korte zinnen die wellicht honderd verhalen in zich bergen, veelal eindigend nabij de veldkapel.
(°) NADAT HET LEVEN me van stad naar stad gevoerd had, van werk naar werk en van vrouw naar vrouw, streek ik moegestreden in Bredene neer, waar ik mijn jeugd had doorgebracht. Daar startte ik een schrijfproject dat onderzocht hoe het anderen vergaan was. Ik delfde sporen op van speelmaatjes en schoolmakkers. Soms was dat een doodlopend spoor, mijn zoektocht naar Patrick Van Molle liep bijvoorbeeld dood vlak voor zijn deur in ’t Brusselse, maar ik hield er wel een goed verhaal aan over. Meestal leidde het naar een leuk gesprek, zoals dat met Jean-Pierre Casier, Caroline Slabbinck en Marc Van Middelem. Of met Hubert Derdeyn aka Huub OnziaRob(ert) TasWilfried Laforce, Freddy Versluys en Ivan Steen, Ivan Schamp, Marc Cromphout, René Deweert, Jean-Pierre Boentges(†)Hugo Pauwels , Marc Loy, Noël Denys, Daniël Gunst, Roger Passchyn, Jozef Passchyn en onlangs nog Paul Joye.
Al schrijvend nam ik u mee naar herinneringen aan Marie-José Smets of naar het levenswerk van 
Georges Verleene, naar trieste verhalen, omdat de protagonisten overleden waren, zoals dat het geval is voor Marcel Van Paemel, Jacques ChandlerKoen LeveckeJan Vandenbussche en Roland Bogaert. Soms leidde het naar nevenverhalen, zoals dat na het overlijden van Jean-Paul Dellaert(†), of naar de vader van Bernard Vanneuville en deze van Werner Verbiest. En een enkele keer gebeurt ook het omgekeerde: iemand volgt een spoor dat bij mij uitkomt, dat is wat Gerdje Noels gedaan heeft, en ook dat heeft een mooi stukje opgeleverd.

vrijdag 30 januari 2026

Allemaal gelul

Van links naar rechts: Godfried Bomans, Louis-Ferdinand Céline, Jeroen Brouwers.

WE VERSCHILLEN, Jeroen Brouwers en ik. Hij is een groot schrijver, indrukwekkend groot zelfs, en ik ben een minor writer. Waar Brouwers zijn best doet om een boek goed te krijgen, doe ik dat met een alinea. We hebben ook iets gemeen, we schrijven beiden over de stiel. En dit is wat Brouwers over zijn eigen werk laat optekenen: ‘Het kan me niet schelen wat er staat, het is allemaal gelul, als het er maar voortreffelijk staat.’ (°) 
Ik neem de proef op de som en haal Gesprekken met professor Y uit de kast, boek van Louis-Ferdinand Céline. (°°) Dat begint met: ‘De waarheid is dat het boekenvak lijdt onder een zeer ernstige afzetcrisis.’ Eindigen doet Céline met: ‘(…) ik moet mijn tekst er nog eens op nalezen!… te kort moet je wantrouwen… mijn hele stuk in interviewstijl. je kunt jezelf nooit genoeg nalezen! of… o!… o!… nee… nee zo ver gaat het nu ook weer niet… dat zeg ik u! zo belangrijk is het niet…’ En ’t is waar, alles wat tussen de openingszin en het slot staat is gelul. ’t Is trouwens ook waar dat het er voortreffelijk staat. 
Afsluiten doe ik met eentje van Godfried Bomans: ‘Men wordt schrijver door de drift voor de vorm. De inhoud is punt twee.’ (°°°) De drift voor de vorm!
Flor Vandekerckhove

(°) Jeroen Brouwers, in DS der Letteren, 4 september 2021.
(°°) Louis-Ferdinand Céline. Gesprekken met professor Y. Vertaald door Ernst van Altena. Uitg. Goossens/mets. 126 pp.
(°°°) Jeroen Brouwers. De wereld van Godfried Bomans. 1988. Uitg. Atlas - A’dam/A’pen. 192 pp.
De tekstkroes is een mengkroes van 337 pagina's, waarin ik al mijn literaire creativiteit gooi. U bent in deze geen consument, daardoor koopt u mijn literaire experimenten niet, u werkt er als lezer aan mee. Met andere woorden: ik heb u nodig om het af te maken. In De tekstkroes mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, hopend dat er goud van komt. Want ook dit denk ik: samen zijn we AI de baas. U bent in deze geen consument die het e-boek koopt, u bent een lezer die het boek krijgt toegestuurd als u erom vraagt. Doe het! Schrijf naar liefkemores@telenet.be, vermeld ‘TEKSTKROES’ en zeg of u pdf wenst of epub.

donderdag 29 januari 2026

Frima-McCain op d’ Oede Viertorre, thans Oosteroever

Johnny Verplancke fotografeert al dan niet geklasseerd erfgoed in de staat waarin het zich bevindt. Zijn indrukwekkende collectie (3888 foto’s) staat hier op flickr. In 2021 maakte hij een reeks over Frima-McCain in Oostende. Boven de reeks schetst hij ook de geschiedenis van het gebouw. Ik kom er in een droom terecht.

Droom 37 — Achter me slaat de poort dicht en ik bevind me in een lange, donkere zaal. Dan zegt iemand dat ik me stil moet houden. Blijf ik staan of loop ik door? Ik twijfel. Mijn hart klopt in mijn keel. Nu zegt de stem dat ik er beter aan doe de ruimte meteen via de achterdeur te verlaten. Ik gehoorzaam. In het deurgat word ik verblind door zonlicht, achter me slaat de deur dicht. In de auto wacht ik tot ’s avonds laat op wat nog komen gaat (ik weet niet waarom). En als dat niet komt, rij ik de nacht in, met op de autoradio de vlakke stem van Chet Baker. (Flor Vandekerckhove)

’t Kan wreed waaien op de kaaien is een e-boekje uit 2018. Het bevat vijfentwintig extreem korte verhalen die zich in het vissersmilieu afspelen. Het boekje (e-boek, PDF, 27 pagina’s) is gratis en wordt u toegestuurd op eenvoudige vraag. Mail naar liefkemores@telenet.be.

woensdag 28 januari 2026

Isaak Babel demonstreert het verschil tussen vakmanschap en kunstenaarstalent

Gisteren, 27 januari, was het exact 86 jaar geleden dat de Oekraïens-Sovjetrussische schrijver Isaak Babel met een nekschot vermoord werd. Opdrachtgever: Jozef Stalin. [Foto: monument Isaak Babel in Odessa, Oekraïne.]


NAARMATE DE JAREN dertig voortschrijden, verschijnen er almaar minder verhalen van Isaak Babel. Wel schrijft hij scenario’s. Over zo’n filmscript zegt een redacteur: ‘Toen we het scenario hadden gelezen, keken we elkaar beteuterd aan. Niet dat het slecht was (…) Maar het was een “onechte Babel” (…) ondanks het feit dat elke regel in het voor ons liggende manuscript zonder twijfel door Babels hand was geschreven.’ (°)
Babel schrijft scenario’s zoals een meubelmaker kasten maakt, vakkundig voldoet hij aan de eisen van de stiel. Literatuur daarentegen is nog iets anders. Babel zegt daar zelf over: ‘Bovendien is het nu eenmaal mijn literaire lot dat ik alleen kan slagen met ideeën die ik zorgvuldig heb uitgeknobbeld en die daarenboven origineel moeten zijn ook — anders verlies ik er mijn belangstelling voor — en dat, al sterf ik er zelf bij, of sterft mijn kind onder mijn ogen, ik er niets van terechtbreng, als er druk op me wordt uitgeoefend om te schrijven.’ (°°)  Een echte kunstenaar, zegt Babel daar, ervaart het door Stalin opgelegde sociaal-realisme als een dwangbuis. Al wat hij daarmee kan aanvangen is ‘onechte Babels’ afleveren. 
Stalins grote opponent, Leon Trotski, begrijpt dat dan toch beter. ‘Op het gebied der artistieke schepping is het absoluut noodzakelijk dat de verbeelding aan iedere dwang ontsnapt en dat zij zich laat buigen noch wringen. Aan hen, die ons voor heden of morgen een discipline zouden willen opdringen die wij met het wezen der kunst onverenigbaar achten, antwoorden wij, met een weigering, zonder beroep en met de vaste wil ons aan de formule te houden: volkomen ongebondenheid voor de kunst.’ (°°°)
Flor Vandekerckhove

(°) en (°°) Isaak Babel. Brieven naar Brussel 1925-1939. 376 p. Vertaald uit het Russisch door Charles B. Timmer. 1970. Amsterdam, Moussault’s Uitgeverij NV. Het citaat over het scenario staat op p. 331, in de bijlage waarin G. Moenblit herinneringen aan Babel ophaalt. 
(°°°) In Voor een onafhankelijke revolutionaire kunst. Het aandeel van Trotski in die tekst kan teruggevonden worden in: Pour un art révolutionnaire indépendant

dinsdag 27 januari 2026

Lentelied (op Berts verjaardag)


ONZE MARCEL was een kiekenmarchand, maar zijn nageslacht is meer van de showbizz. Marijke treedt musicerend op in de Charlatan [
Ze gebruikt in deze haar grootmoeders naam, Henriette. Daar bestaan inmiddels beelden van: klik hier.] Bert creëert zelf muziek en ik lever hem daar soms teksten voor. In deze post beperk ik me tot de familiale songwriting, ook omdat ’t vandaag Berts verjaardag is, hij is van 27 januari 1977. 
De tijd waarin mijn kinderen hun eerste stappen zetten was ook de tijd van de Rode Brigades en de Italiaanse Jaren van Lood — dát waren pas bangelijke tijden. Daar werd ik aan herinnerd toen ik Il Falsario zag, Italiaanse film (2026) die van start gaat met drie boerenjongens die in de jaren zeventig vanuit hun dorp naar Rome trekken. Onderweg horen we Iggy Pop die The Passenger zingt. 
De song inspireert me. Ik maak er meteen een eigen tekst voor. Daarmee het advies van Jim Jarmusch volgend: ‘Steel alles wat je inspireert of je verbeeldingskracht aanwakkert. (…) Selecteer alleen dingen die direct tot je ziel spreken, steel ze. Als je dit doet, zal je werk (en diefstal) authentiek zijn.’
Ook omdat er al een beetje lente in de lucht hangt, heet mijn diefstal nu Lentelied. Van Iggy’s Passenger vind ik op ’t net ook een instrumentele versie en ik kan die met de zeer behulpzame tools GarageBand en iMovie 
wel onder mijn woorden zetten, maar ik vrees de copyrightcontrole van YouTube. Daarom zing ik Lentelied zelf, zonder begeleidende muziek. Doordat ik niet toonvast ben, merkt YouTube de diefstal niet op. Wat denkt ge, zoon? Kunt gij eigen muziek voor de nieuwe tekst maken? Een arrangement? Een begeleiding? Dat zou ik wel eens willen zien.
Zou ik mijn nieuwe songtekst hieronder plaatsen? (Bij wijze van teaser: Doodgewoon dat is geweun / En een konijn dat is een keun.) Neen, ik ga dat niet doen, een songtekst dient beluisterd te worden. Doe het hier op YouTube.
Flor Vandekerckhove

De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi, 337 pagina’s. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat er misschien wel goud van komt. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, u bent nodig om het rond te maken. 
De tekstkroes is een e-boek, uitgegeven door De Lachende Visch. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je epub of pdf verkiest) Vraag het meteen aan  liefkemores@telenet.be.

maandag 26 januari 2026

Etikhove als place to be

Kunstenaars op de Markt in Etikhove, v.l.n.r.: Paul Haessaerts, Ramah (Henri Raemaeker), Elisabeth de Saedeleer, Monica de Saedeleer, Jeanne Raemaker, Leon Piron, Valerius de Saedeleer, Willem van Rijswijk, Luc Haesaerts, Pierre de Briey en een onbekende. (Foto Heemkundige kring Businarias. Weet iemand van de kring ook wat die mensen aan ’t smullen zijn?)
 
MOCHT IK jong & dynamisch zijn, dan reed ik er eens heen, om het ter plekke te bekijken. Helaas!, erg dynamisch ben ik nooit geweest en jong word ik nooit weer. Een mens als ik ervaart de digitale wereld daarom als een zegen.
’t Is Paul van Ostaijen (†1928) die mijn plotse interesse voor Etikhove wekt. In 1927 komt hij daar uitzieken, hij is eenendertig en de tuberculose heeft hem danig in haar greep. Ik lees erover in zijn biografie. (°) In die tijd was ‘Etikhove nauwelijks meer dan een verzameling huizen langs de steenweg richting Ronse.’ Maar ’t bruiste er een moment lang wel van artistieke bedrijvigheid. Dat kwam door Valerius De Saedeleer en nog meer door zijn dochters Marie-Jozef en Monica die in Etikhove een weefatelier opzetten. Ze nodigden er moderne kunstenaars uit om voor hen expressionistische of abstracte composities te maken. (°°) Enkele maanden lang bestond er rond Auberge De Vos een soort artistieke commune ‘waar behalve de drank ook schilderkunstige ideeën rijkelijk vloeiden.’
Toen Paul van Ostaijen zich in augustus 1927 in de Auberge aanbood, was het weefatelier van de zussen, wegens groot succes, al naar Brussel verhuisd. Het hoogtepunt van Etikhove als artistieke verzamelplaats was voorbij, maar Van Ostaijen ontmoette er wel Valerius De Saedeleer, Paul en Luc Haesaerts, Leo Piron en Jules Boulez. Bovendien kon hij er genieten van de muurschilderijen die kunstenaars in 1926 in de Auberge hadden achtergelaten. 
Ik zoek het even op. Die muurschilderijen zijn er niet meer. (°°°) Ze werden in 1978 wel beschermd, maar een onwetende coiffeur deed ze bij een verbouwing sneuvelen. Het enige wat rest is het uithangbord van de herberg, dat Ramah (Henri Raemaeker) schilderde. Dat siert nu de eerste verdieping van het administratief centrum van fusiegemeente Maarkedal. 
Flor Vandekerckhove

(°) Matthijs de Ridder. Paul van Ostaijen. De dichter die de wereld wilde veranderen. 704 p., uitg. Querido. 2023.
(°°) Heemkring Maarkedal bracht in 2014 een werk uit waarin die artiesten opgesomd worden. Valerius De Sadeleer… achterna van Jozef Bourdeaudhui: ‘Talrijk waren de kunstenaars, auteurs en dichters, kunstcritici en cineasten die bij De Saedeleer op bezoek kwamen, ontwerpen maakten voor tapijten, en dikwijls verbleven in Auberge De Vos: Yves Alix, Alphonse Barrez, Renée Baucher, Gaston Bertrand, Jules Boulez, Anto Carte, Marc Chagall, Albert Claeys, Philibert Cockx, Dolorès Courtney, Johan Daisne, Emmanuel De Bom, Louis Herman De Koninck, het echtpaar Robert en Sonia Delaunay, Johan De Maeght, André De Ridder, Gustaaf De Smet, Leon De Smet, Maurice De Vlaminck, Hippolyte Daeye, Willem Dudok, André Favory, Tsuguharu Foujita, Jean-Jacques Gaillard, Edgar Gevaert, Marie Gevers, Jaap Gidding, René Goldstein, Frans Hellens, Edmond Jaloux, Jasinsky, Oscar Jespers, Floris Jespers, Jean-Emile Laboureur, Emile Langui, Marie Laurencin, André Lhote, Jules Lismonde, Paul Maas, Nicolas Maegen, Karel Maes, Hubert Malfait, Félicien Marceau, Louis Marcoussis, George Marlier, Frans Masereel, Constant Montald, Jozef Muls, Willem Paerels, Jozef Peeters, Constant Permeke, Hans Polak, Henri Puvrez, Maurice Roelants, Albert Saverys, Lodewijk Schelfhout, Victor Servranckx, Michel Seuphor, Jan Sluyters, Leon Spilliaert, Rodolphe Strebelle, Stijn Streuvels, Herman Teirlinck, Jean Teugels, Louis Thevenet, Suzanne Thienpont, Frits Van den Berghe, Henry Van de Velde, Oscar Van de Voorde, Gustave Van de Woestijne, Karel Van De Woestijne, Paul-Gustave Van Hecke, Albert Van Huffel, Paul Van Ostayen, Ossip Zadkine.’
(°°°) Details ervan toont de Heemkundige Kring Maarkedal op Kunstenaarsdorp Etikhove.

zondag 25 januari 2026

Op de Gentse Kuiperskaai leerde ik Erika kennen

Kuiperskaai Gent. (Foto’s Patrick De Kuysscher)


OMDAT ER ’s maandags al om acht uur gedoceerd werd, trok ik ’s zondags naar Gent. Daar ging het meteen naar de Kuiperskaai. Op zo’n zondag danste ik daar tot diep in de nacht met Erika. Ik werd verliefd. Dat had merkwaardige gevolgen. Ik leerde een Duits marslied van buiten — Auf der Heide blüht ein kleines Blümelein / Und das heisst Erika — en wuifde de politieke implicaties ervan weg. Die nacht kreeg ik ook een nieuwe naam. Erika zei: ‘Florent is ouderwets. Voortaan heet je Flor.’ Daar hadden mijn ouders wel bedenkingen bij, meer nog dan bij de langspeelplaat met Duitse marsmuziek waarmee ik thuis kwam.
Je komt niet elke dag iemand tegen die je naam verandert, toch werd het niets tussen ons. Om den brode verkocht Erika's vader katholieke boeken aan priesters. Erica’s moeder had een affaire met zo’n klant. Moet ik meer zeggen? In die familie had zich een intens, religieus-erotisch-commercieel netwerk genesteld dat mijn begrip ver te boven ging. Zo ook in Erika. In haar waren krachten aan het werk die mij kansloos maakten: diepgewortelde familietrekken, onbenoemde freudiaanse dieptes, de tirannieke macht van een ontluikende traditie van-moeder-op-dochter, ja zelfs bemoeienis van God zelve en ik was nog maar pas van mijn geloof gevallen.
Later heb ik haar nog eens opgezocht. Ze woonde in een appartement juist groot genoeg voor singles. Aan de muren hingen posters met wollige teksten, erger nog dan die van de Bond Zonder Naam. Daartegenover stond wel een uitnodigend bed. Daarin mocht ik blijven slapen, zei ze. Zelf ging ze naar haar vriend… die een priester bleek te zijn.
Flor Vandekerckhove

De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi, 337 pagina’s. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat er misschien wel goud van komt. De e-boeken (pdf of epub naar keuze) van De Lachende Visch zijn gratis. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, u bent nodig om het rond te maken. 
De tekstkroes is een e-boek, uitgegeven door De Lachende Visch. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je epub of pdf verkiest) Vraag het meteen aan  liefkemores@telenet.be.

zaterdag 24 januari 2026

Droom 36 eindigt in de Jacobinessehoeve

Johnny Verplancke fotografeert al dan niet geklasseerd erfgoed in de staat waarin het zich bevindt. Zijn indrukwekkende collectie (3888 foto’s) staat hier op flickr. In 2022 maakte hij twee reeksen over de Jacobinessehoeve van Bredene. De eerste fotoreeks leidt hij op flickr in met een geschiedenis van het erf. Na vele jaren zwerven kom ik daar, in een nachtelijke droom, weer thuis.


Droom 36 — DEZE KEER is ’t toch anders. Ik geraak wel degelijk thuis, weze het dat thuis de Jacobinessehoeve blijkt te zijn. Door ’t raam zie ik mijn ouders in een kring zitten, een zelfhulpgroep, denk ik. Onze Marcel zit in een rolstoel, ik vermoed dat hij, terwijl ik weg was, door ’t diepste dal gegaan is. Arjette zit aan zijn zij. Ze zien er gelaten uit, die twee, sereen zelfs. Voor ik binnen ga moet ik me zien te wassen, andere kleren aantrekken ook, je hebt geen idee wat ik onderweg heb doorstaan. Op ’t laatst moest ik nog over een belemmerende graafmachine klauteren, smeerolie, wagenvet, modder. Daarna zei men me dat het nog vier uur zou duren voor ik verder kon en ik was al jaren onderweg. Nu ben ik er. In de hoeve doet men me een loden vest aan, voor de x-stralen, denk ik. Waarna een non — of een boerin, dat weet ik niet meer — zegt dat me een warm bad te wachten staat. Stilaan valt alles in zijn plooi. Ik kan ontwaken. (Flor Vandekerckhove

GAUW! is het eerste boekje dat ik schreef nadat ik eind 2013 besloot alleen nog digitaal te publiceren. Het verhaal, waarin ik over mijn kindertijd vertel, verscheen als e-boekje in 2014. Gaandeweg leerde ik meer over elektronisch schrijven. Het verhaal werd daardoor in opeenvolgende edities korter, ik voegde er links aan toe, waardoor lezers nu ook naar liedjes uit die tijd kunnen luisteren en herschreef zelfs het verhaal. Het experiment komt nu tegemoet aan de verwachtingen van internetlezers: kort, eenvoudig, geschikt voor wie, zoals ik, een korte spanningsboog heeft… Zoals alle e-boeken van Uitgeverij De Lachende Visch is ook deze vijfde editie van GAUW! gratis voor wie erom vraagt. Doe het via liefkemores@telenet.be en de meiden van De Weggeefwinkel zorgen ervoor dat het boekje meteen in je mailbox valt.

vrijdag 23 januari 2026

Charles Reznikoff herinneren

Charles Reznikoff leest een gedicht van William Carlos Williams voor in een bus in Brooklyn, ‘ergens in ‘t midden van de jaren zestig’. (Foto zonder bronvermelding in Modern American Poetry.)

GISTEREN, 22 januari, was het achtenveertig jaar geleden dat Charles Reznikoff († 22.01.1976) overleden is, Amerikaans dichter van wie ik veel geleerd heb.
In 2015 ontdek ik de dichter toevallig, maar ik ben meteen verkocht. Ik vertaal mijn vondst in Huiselijke scènes en ik bestel het boek Testimony. Weer volgen vertalingen: Huiselijke scènes (2); Huiselijke scènes (3); Huiselijke scènes (4).
Er is niet alleen de daarin beschreven wreedheid die me van mijn stuk brengt, er is ook de stijl — ‘Et c’est rare, un style, monsieur, c’est rare’ (Louis-Ferdinand Céline) — die sommigen doet afvragen of het werk wel poëzie is. Zij zeggen: het is proza, gedrukt in onregelmatige lijnen. In 2021 vind ik daar een verhelderend voorbeeld van: een romanpassage komt later terug als gedicht. Andere vorm, twee keer dezelfde woorden. Is ’t proza? Is ’t poëzie?
Er is nog iets wat me naar deze dichter drijft. In Testimony schetst de inleider een poëtisch beeld van de dichter als oude man:  ‘(…) Charles Reznikoff, de onzichtbare dichter, wandelt twintig mijl per dag in New York, noteert zijn observaties in een notitieboekje, ontmoet kornuiten die nooit geweten hebben dat het een schrijver is die daar bij de automatiek staat, een die al meer dan vijftig jaar zijn eigen boeken met perfecte gedichten publiceert.’ Het is, zoals ik zei, een poëtisch beeld want geen enkele oude man maakt dagelijks wandelingen van 32 kilometer. Reznikoff lijkt me evenmin een mens te zijn die broodjes uit de muur haalt. Maar ik voel verwantschap. Op foto’s herken ik in Reznikoff de lelijke man die ik inmiddels ook geworden ben. Zo zie ik mezelf ook wandelen op ’t strand, langs de waterlijn. En ook van mij weet niemand dat ik die schrijver ben die al zolang zijn eigen dingen publiceert.
Flor Vandekerckhove
De tekstkroes is als een beker waarin ik al mijn creativiteit gooi, 337 pagina’s. Daar mengt mijn imaginatie zich met die van u, lezer, zodat er misschien wel goud van komt. U bent in deze geen consument, u koopt dit literaire experiment niet, u bent nodig om het rond te maken. Een literaire tekst die in de schuif terechtkomt, blijft voor altijd onaf. Ik heb u echt nodig om het werk af te maken. Ik schrijf, de lezer voegt er zijn ding aan toe en zo ontstaat een literair kunstwerk. Wie mijn teksten tot zich neemt is participant. Ergo: de lezer vraagt mij geen geld om te schrijven en ik, schrijver, vraag lezers geen geld om het geschrevene te lezen. ’t Is van een verbluffende logica die weliswaar verdonkeremaand wordt door de anders alomaanwezige markteconomie.
De tekstkroes is een GRATIS e-boek, uitgegeven door De Lachende Visch. Mail erom (vermeld de titel en zeg of je epub of pdf verkiest) Vraag het meteen aan liefkemores@telenet.be en het valt vandaag nog in uw e-box.

donderdag 22 januari 2026

Deze tijd is er een van monsters

Terwijl Bart De Wever (inzet) Antonio Gramsci (midden) citeert, gebeurt ook elders in de wereld een en ander (rechts).

DAVOS IS een oord van grote woorden. Op de jaarlijkse bijeenkomst van het Wereld Economisch Forum citeert premier Bart De Wever de Italiaanse marxist Antonio Gramsci (†1937): ‘De oude wereld sterft, en de nieuwe wereld worstelt om geboren te worden: nu is het tijdperk van de monsters.’ 
De Wever haalt Gramsci’s woorden uit diens Notities uit de gevangenis. (°) De woorden passen inderdaad uitstekend om onze tijd te duiden, tijd waarin bestaande structuren wankelen en er nog geen nieuwe stabiele orde is. In zo’n overgangsperiode, zegt Gramsci, overheersen onzekerheid en instabiliteit, waardoor een voedingsbodem ontstaat voor extremisme, autoritarisme en politieke monsters — figuren of bewegingen die gedijen in tijden van wanorde.
In zo’n tijd brokkelt de legitimiteit van de oude orde af, maar de instellingen ervan blijven op een kaduke manier functioneren. Nieuwe bewegingen en ideologieën ontstaan, maar ze missen samenhang en het vermogen om het oude systeem te vervangen. Intussen dagen monsterlijke krachten op: autoritaire leiders, reactionaire bewegingen en politieke opportunisten die profiteren van de instabiliteit.
Gramsci ziet deze dynamiek aan het begin van de 20e eeuw, in Europa, wanneer de achteruitgang van bestaande structuren, in combinatie met het falen van de democratie, aanleiding geeft tot fascisme en stalinisme. Die politieke mutaties, voortkomend uit de chaos van de transitie, beschouwt hij als monsters. Of hoe een oude marxist ons vandaag Trump en het trumpisme laat begrijpen. Is dat niet exact wat zich voor onze ogen afspeelt?
Flor Vandekerckhove

(°) Antonio Gramsci, Alle mensen zijn intellectuelen. Notities uit de gevangenis, 269 p., Een selectie uit de gevangenisdagboeken, vertaald en toegelicht door Arthur Weststeijn, Nijmegen, Uitgeverij Vantilt, 2019. 
 
Veel uit Gramsci’s Prison Notebooks 1929-1935 werd in het Engels vertaald en staat te lezen op marxist.org.