| Kunstschilder Gustave en dichter Karel Van de Woestyne. Ik selecteerde de twee uit een groepsportret uit 1900 van een onbekende fotograaf, waarop de broers Gustave, Maurice, Karel en Edouard Van de Woestyne samen te zien zijn. |
IN 'EEN SCHRIJVERSLEVEN' (°) zoekt Annie Dillard naar wat iemand naar zo’n schrijversleven stuwt. Ze maakt een interessant zijsprongetje naar de schilderkunst: ‘Je past je aan, zei Paul Klee, aan de inhoud van je verfdoos. Je aanpassen aan de inhoud van je verfdoos, zei hij, is belangrijker dan de natuur en natuurstudie. De schilder, met andere woorden, past zijn verf niet aan aan de wereld. En hij past zeker de wereld niet aan aan zichzelf. Hij past zich aan aan zijn verf. Het ik is het knechtje dat de verfdoos met zijn geëerde inhoud draagt. Geheel terecht noemde Klee dit inzicht “een algeheel revolutionaire nieuwe ontdekking”.’ Verder vraagt ze aan een schilder hoe hij tot het schildersvak is gekomen. Hij zegt: ‘Ik vond verf lekker ruiken.’
De verftubes van de schilder… Philip Roth zegt over het schrijven iets wat daar goed op lijkt: ‘Ik draai zinnen om. Dat is mijn leven. Ik schrijf een zin en dan draai ik die om. Dan kijk ik ernaar en draai ik hem weer om. Dan lunch ik. Dan kom ik terug en schrijf nog een zin. Dan drink ik thee en draai de nieuwe zin om. Dan herlees ik de twee zinnen en draai ze beide om. Dan ga ik op mijn sofa liggen en denk na. Dan sta ik op en gooi ze weg en begin opnieuw vanaf de start.' (°°)
Schilderen en schrijven zijn in die zin vergelijkbaar, tegelijk zijn ze ook heel anders. Goed schilderen leidt niet per se naar goed schrijven. Gustave van de Woestyne (°1881 - 1947†) was kunstschilder, zijn drie jaar oudere broer Karel (°1878 - 1929†) was dichter. De kunstschilder schreef een boek over de dichter. (°°) Ik klap dat boek nu dicht, maar niet voor ik iets citeer. Gustave en Karel wandelen ’s avonds langs de Leie. Ze passeren ’t huis van Valerius Desaedeleer: ‘Karel zegde: “Kom, we gaan eens binnen.” We gingen op het hof en de kalkoenen die nog buiten waren riepen ons tegemoet: koelekoelekoele en de eenden riepen: kwek kwek kwek…’ Daar had Karel ongetwijfeld langer aan gevijld, geschaafd, geknepen en gekneed.
Flor Vandekerckhove⇲
(°) Annie Dillard. 'Een schrijversleven.' 2022. Uitg. Atlas Contact. 120 p.(°°) Het citaat komt uit de roman The Ghost Writer (in het Nederlands De ghostwriter), gepubliceerd in 1979. Hoewel de quote vaak aan Philip Roth zelf wordt toegeschreven als reflectie op zijn eigen rigide schrijfstijl, laat hij de woorden in het boek uitspreken door personage E.I. Lonoff, een oudere, kluizenaarsachtige auteur die in de roman fungeert als de mentor van Roths vaste alter ego, Nathan Zuckerman. Met deze uitspraak omschrijft Lonoff de even hypnotiserende als frustrerende dagelijkse routine van zijn schrijversbestaan.(°°°) Gustave Van de Woestyne. Karel en ik. Memento van Gustave Van de Woestyne. 2020 Davidsfonds en Standaard Uitgeverij. 303 p.