zaterdag 1 februari 2014

Ten oorlog? Liever niet


1914 — Vluchtelingen wachten in Oostende om ingescheept te worden.—
Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak woonde het gezin van Charles Castelein (1862-1938) in Oostende, meer bepaald in de Hospitaalstraat. Wij zouden dat nooit geweten hebben, ware het niet dat deze tramconducteur gedurende heel de Groote Oorlog een notitieboekje bijhield waarin hij zo nu en dan observaties noteerde.
‘s Mans aantekeningen werden inmiddels door de tijd opgewaardeerd. Wat eerst nog een verzameling krabbels van een halfgeletterde volksmens was, is vandaag een interessante geschiedkundige bron geworden. Wie schrijft die blijft!
In augustus 1914 is Castelein 52 en hij katapulteert ons meteen in de oorlog: ‘Vluchtelingen van Mechelen, Leuven, Thienen komen hier aan met den trein op alle uren met pakken, zakken, kinderen, en dolen door de Stad om slaping. In de Galerie staan kabine waar men ze logeerd.’
Het is niet alleen maar ‘gewoon volk’ dat in Oostende loopt te dolen. Op 7 oktober verhuist ook de regering naar die stad. Ministeries worden ondergebracht in het Hotel de l'Océan, het Koninklijk Atheneum en het Zeestation, terwijl de ministers zelf in het Majestic Hotel verblijven. Oostende wordt waarlijk, zij het kort, de hoofdstad van het land.
Vijf dagen later verlaat heel dat staatsapparaat alweer de stad, want de Duitsers komen. Ook het volk vlucht. Charles vertelt hoe het er op 13 oktober aan toegaat: ‘Van om 12 uren in den nacht stonden reeds 5 a 6 honderd personen te wachten naar den trams die naar Veurne reeden. Ze vochten om plaats.’ ‘s Anderendaags wordt de toeloop massaal: ‘Er vluchten 22.000 menschen voor de deutsche aankomen. De maalbooten zijn opgepropt. De trams, ze zitten er boven op, al de Stoomsloepen verlaten de haven, evenals de maalbooten, den overzet, de sloepen, de garnaalbooten, de gansche haven is leeg. Er wordt geplunderd in statien, debarquadère, Tilburg hangar. Zooveel ze maar kunnen dragen de menschen weg zooals schoenen, broeken, biscuits, leder, alles wat men maar denken kan.’
De plaats van de vluchtelingen wordt meteen ingenomen door de bezetters ‘De deutschers zijn in Oostende gekomen den 15 October 1914 om 10.20 op een donderdag langs de desmet de naijerlaan. (…) Tegen ten noen waren er al 2.000 in Stad. Zoo kwamen er maar gedurig te paard, te voet, per velo, auto, wagens. Den 16den kwamen er kannonen en 1000 soldaten en wagens bij de markt in acht dagen tijd waren er 40.000 voorbijgetrokken langs den Thouroutschen en Nieuportschen Steenweg.’
Door al dat volk wordt het leven er uiteraard niet gemakkelijker op: ‘Stroomen menschen loopen van den eenen bakker naar den anderen om brood. Eenige dagen later wordt de bevolking van Oostende geracioneerd.’ 
Gelukkig valt er her en der nog een en ander te ritselen. Op 16 oktober schrijft Castelein:Toen de deutsche hier aangekomen ware zag ik een politieagent loopen om 10h40 langs de werf om zijn burgerskleederen aan te doen, zoo was hij van hun benauwd. De volgende dagen werd er geen dienst meer gedaan van de police. Ze waren al in burger’ De zo ontstane wetteloosheid blijft enige tijd duren. In december noteert Charles: ‘Gedurende de eerste twee maanden dat de deutsche hier waren kon men gemakkelijk eene misdaad begaan. Niemand zag er na. De policie was als radeloos gelijke de burgers en de deutsche zagen daar ook niet veel om. Men vondt alles op straat zooals hout, leder, schoenen en nog veel andere dingen. Er was geen wet meer. Aan de hangars lag hooi, haver, alle slach van halam, velos, motocicles, auto’s verlaten door de Belgische en Engelsche troepen. De eerste dagen lag het maar te nemen maar later werd door de deutsche soldaten bewaakt en ‘t was gedaan.’
Verplaatsingen worden bemoeilijkt: ‘22 Octobre stopt ook de tram tusschen Ostende en Knocke. Hij wordt dan een weinig later weer in gang gezet maar door deutsche geleiders en chef trein s. Geen burgers mogen meerijden.’ Op 21 december wordt het net verder toegetrokken: ‘Niemand mag naar een andere gemeente gaan zonder een paspoort of hij wordt aangehouden en gestraft met 20 of 30 of meer marken en seffens betalen. Groote moeite om naar Brugge te gaan voor winkelwaar te halen.’
De Oostendenaars beven onder de beschietingen, Duitse gekwetste soldaten nemen de plaats in van deze die naar het front getrokken zijn. Ook de repressie neemt toe. In november noteert Castelein: ‘M. Reijnaart wordt aangehouden voor te zeggen dat het al leugen waren die in de gazetten staan op Allerheiligen aan het kerkhof en krijgt veertien dagen bak.’ 22 december: ‘Alle duiven moeten verdwijnen en alle koten op de daken toegemaakt of weggenomen. Er worden veel personen gestraft die nog duiven verborgen houden. Eerst moesten ze aangegeven worden maar nu kapot gemaakt. Veel plakaaten worden aan de muren der stad geplakt in het deutsch en vlaamsch.’ 25 december: ‘Men ziet maar altijd belgische burgers aanhouden zooals Oscar Helsmoortel om een geweer verborgen te hebben onder de kolen. Hij krijgt 6 maanden. Dit werd door zijn meid aan het licht gebracht uit wraak op hem. August Versluys, 2 jaar, voor brieven langs Holland over te brengen. Henri Herreman voor hetzelfde feit 2 maand. Ch. Coucke, 2 maand voor te zeggen aan een soldaat “in korten tijd zijt gij hier weg”. Disere Degroote voor brieven langs Holland. Dit zijn allen trambedienden. Het huis van L. Mouleij in de Babiloniestraat in een gevang ingericht, zit proppenvol met Belgen voor alle slacht van overtredingen.’
De observaties van de Castelein kwam ik op het spoor toen ik het boek Oorlogsdagen van Pieter Serrien aan ’t lezen was. (*) Deze historicus heeft de Eerste Wereldoorlog beschreven zoals die door 32 verschillende mensen in alle hoeken & kanten van Vlaanderen ervaren werd, mensen die vervolgens ook de moeite deden om die ervaringen aan hun dagboek toe te vertrouwen.  Daar zijn bekende schrijvers bij, zoals Virginie Loveling en Stijn Streuvels, maar ook veel onbekenden, zoals een geheimzinnige non uit Zeebrugge, zuster G, en onze tramconducteur Charles Castelein.
Het werk van Serrien leidde me naar het stadsarchief van Oostende. Daar kwam ik tot de vreugdevolle ontdekking dat heel het dagboek van Castelein op het net geplaatst werd, waar het nu door iedereen te raadplegen is. (**) En dan nog wel zonder dat je ervoor uit je zetel moet komen. Modern times!
Flor Vandekerckhove

(*) Pieter Serrien. Oorlogsdagen. Overleven in bezet Vlaanderen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Uitgeverij Manteau. 485 ps.
(**) Claudia VERMAUT (red.). Het Oostendse oorlogsdagboek van Charles Castelein, 1914-1918. Oostendse Historische Publicaties 3. Oostende (Stadsbestuur Oostende), 1998.  Het boek is inmiddels uitverkocht. Het kan wel volledig gedownload worden op http://www.oostende.be/product.aspx?id=731.
Een reactie posten