vrijdag 8 juli 2016

Het gezichtspunt van de andere

— We zien niet allemaal hetzelfde in de achteruitkijkspiegel van ons leven. —
Je herinneringen stroken niet noodzakelijk met die van anderen. Ze worden mee bepaald door de plek die je zelf in de gebeurtenissen inneemt, het oogpunt van waaruit je de dingen — toen en nu — bekijkt.
Komt het daardoor dat ik andere herinneringen heb dan de mens die mij daar onlangs over aangesproken heeft? Die mens voelt zich door mij een beetje tekortgedaan. Ik vernoem hem te weinig en anderen te veel. Ja, ik spreek nu een beetje in raadsels, maar dat komt doordat hij het me in vertrouwen verteld heeft. Ik leer er vooral uit dat ik een beetje moet oppassen. 
Erg is het allemaal niet, vandaar dat ik het in bovenstaande zinnen zoveel keer over een beetje heb, maar toch… Die tijd mag inmiddels ver achter ons liggen, dat geldt blijkbaar niet voor alle gevoeligheden ervan. 
Laat me de kwestie van die verschillende oogpunten met een voorbeeld illustreren. Weer neem ik je mee naar het Bredene van mijn prille jeugd. Niet zover van de oude molen, in wat toen nog Polderstraat heet, in het stukje dat zich tussen de uiteinden van de Frankrijklaan en de Verbondenenlaan bevindt, op de drempel van de wijk die Turkije genoemd wordt, en waar nu, denk ik, een bushokje staat, ligt in die tijd een poel.
Die koeienput wordt van de weg gescheiden door een houten balk. Waarop wij, spelende kinderen, tijdens die mooie zomerdag steunen, wellicht om in die poel naar salamanders te speuren. Misschien is degene die zich in mijn memoires tekortgedaan voelt ook van de partij, misschien niet. Ik weet het niet meer.
John Brouwers komt ons daar vervoegen, dat ga ik niet gauw vergeten. Ook hij leunt nu op de balk. Voor dat oude, rottende hout is het een kind teveel en de balk begeeft het. Waardoor wij in het gore water vallen. Vaag meen ik me te herinneren dat Norbert Olders een van de drenkelingen is.
Ik herinner me goed dat je tijdens zo’n korte val merkwaardig veel gedachten ontwikkelt. Ik herinner me ook dat John Brouwers vlug op zijn fietsje springt en ervandoor gaat. Hij is niet in het water gevallen. Ik herinner me dat hij ons sardonisch uitlacht tot hij uit het zicht verdwenen is. Ik herinner me vooral dat ik tot mijn middel in dat stinkende zootje sta.
Ik vraag me af hoe John zich dat voorval herinnert, want ja, zijn gezichtspunt verschilt danig van het mijne: ik zeikende nat, beneden in die koeienput; hij hoog & droog wegrijdend op zijn fietsje. Ander gezichtspunt, andere herinnering. Misschien herinnert hij het zich daardoor zelfs helemaal niet meer.
Nadien zijn we onze kleren gaan uitwringen in de bosschages. Misschien is dat laatste geen herinnering, misschien is dat een literair toemaatje, want ik wil al lang een stukje schrijven waarin het woord bosschages voorkomt. Betere gelegenheid zal zich niet gauw meer voordoen.

Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen