dinsdag 5 juli 2016

‘Waar wij naartoe trekken daar is het niet te goed.’

— IBIS-leerlingen in 1912 — 

Wanneer de Grote Oorlog in 1914 ontbrandt zijn er in het Bredense instituut IBIS achttien kinderen die nergens terecht kunnen. Het zijn wezen en er is evenmin familie die hen kan opvangen. Ze worden op een schip gezet en overgebracht naar Milford Haven in Engeland. Daar zullen ze, onder de hoede van hun Belgische opvoeders, de oorlog proberen te overleven. Prosper Wuylens is er hun directeur.
Wuylens correspondeert in Milford Haven met een van zijn oud-leerlingen. In het jaarboek van de Bredense heemkring Ter Cuere heeft Erwin Mahieu die correspondentie nu gepubliceerd. (*)
Oud-leerling Bernard De Koninck verblijft van 1907 tot 1911 in het instituut. Daarna is hij aan het werk gegaan, eerst als scheepsjongen, later als matroos. Wanneer de oorlog uitbreekt bevindt hij zich op zee. Het schip kan niet naar België weerkeren.
De Koninck laat de directeur in zijn eerste brief weten dat hij zich als oorlogsvrijwilliger gemeld heeft om ‘met veel moed om de duitsche achteruit te dringen, want die zitten al te lang in ons vaderland.’ Het is de start van een indrukwekkende reeks brieven.
Op 9 mei 1915 is het zover: ‘Met veel blijdschap laat ik u weten dat ik naar het front vertrekt den 15 Mei (…)’. — Op 25 mei 15 heeft hij al zijn vuurdoop meegemaakt: ‘De derde dag dat wij in de tranchee zaten wij in volle vuur van de kanonen van beide kanten en van onze geweeren en de mitrailleuzen (…)’. — 4 juni 15, er vallen slachtoffers: ‘(…) de laatste dag hebben de duitsche een onzer vliegers neergeschoten (…) hij viel 100 meters voor onze ligne’. — Maar De Koninck houdt de moed erin. Op 14 juli 15 schrijft hij: ‘(…) ik heb vaderlandsliefde (…) om tegen de duitsch te vechten en om ons vaderland te verdedigen.’ — En hij is tevreden met een kleinigheid. Op 21 juli 15, de nationale feestdag: ‘(…) en wij krijgen elk een doosje tabak of cigaretten voor belooning.’ — Op 27 juli 15 is er nog altijd plaats voor optimisme: ‘(…) ik denk dat de oorlog niet lang meer kan duren (…)’
Op den duur slaat de sfeer om. 9 augustus: ‘(…) de duitschen kunnen ons van drie kanten bombarderen en het zijn al jonge gasten (…)’  De berichten worden angstwekkend. Op 11 september 15: ‘gans de tranchee is van stukken gereten en nu moeten wij het vermaken binst de dag en nacht onder het vuur der geweren maar dat is niets, en hebben al eenige geblesseerde en 2 dood (…)’ — 29 september: ‘Zou als het mogelijk is om mijn nog eenige centen af te zenden Directeur, zou gij dat klein plezier willen doen.’ — 29 september: ‘(…) waar wij naartoe trekken daar is het niet te goed.’ — 8 oktober: ‘(…) altijd hetzelfde met bommen smijten en met geschot van de kanons en er zijn altijd eenige geblesseerde en eenige doodde maar daarvoor is het oorlog.’ 
Op 20 oktober, 1, 2 en 13 november laat De Koninck in zijn brieven uitschijnen dat hij enkele dagen verlof kan krijgen om in Milford Haven op krachten te komen, maar uit de daaropvolgende brieven, van 12 en 23 december, blijkt daar niets van te komen: ‘(…) ik zie dat gij verwonderd zijt dat ik niet af kwam, maar het is mijn schult niet, het verlof is nog gesloten voor 2 maanden (…)’ 
23 juni 1916: ‘(…) en dat het maar algauw gedaan is.’ — 4 juli 16: ‘Ik hebt spijt gehadt dat onze luitnant is dood geschoten.’ — 4 februari 1917: ‘En er zijn veel mannen die ziek en zelf als gestorven zijn van de koude in de tranchee, want als wij 14 uren moeten de wacht staan binst de nacht is dat is niet plezant.’ — 23 maart 17: ‘(…) het zal tijd zijn dat wij weder naar onze familie en vrienden weder kunnen zien want het is lastig.’ — 5 mei 17: ‘(…) het zit er maar slecht voor. Gelijk of ze schrijven in de gazetten en zoo verliezen er veel jongens hunnen moed.’ — 30 mei 17: ‘(…) en als het kan zijn om mij nog iets op te sturen Mr de bestuurder want het leven is duur op het front.’  
De Koninck informeert regelmatig naar mogelijkheden om weer te varen, zo ook op 16 augustus 1917: ‘Nu Mr de Bestuurder, gij zegt dat ze de soldaten hier op het front van doen hebben dat is waar maar zij hebben ze ook van doen om den transport over te brengen (…)’ — 13 september 17: ‘(…) met het offensief gaat het maar stillekens van want de duitsch die zit hier zoo sterk voor ons (…)’ — 27 oktober 17: ‘(…) dat het wederom slecht begint te gaan koud en veel water en slijk en koud aan de voeten des nachts in de tranchee, maar het is voor het Vaderland.’
Bernard De Koninck schrijft zijn laatste brief op 4 september 1918. Hij sneuvelt op 28 september 1918. De oorlogsvrijwilliger heeft het einde niet mogen meemaken.
Flor Vandekerckhove

(*) Erwin Mahieu. Beernard De Koninck 1895-1918. Ibisjongen en oorlogsvrijwilliger. In Jaarboek Ter Cuere 2015. Ps 25-60. Meer info bij ter.cuere@telenet.be.

— De Ibis V gedurende de proefreis in 1908. Met dat schip worden de IBIS-leerlingen in 1914 geëvacueerd. —
Een reactie plaatsen