vrijdag 15 juli 2016

Omtrent Stavele

— De Wikipediapagina van Stavele vermeldt als beroemde 'Stavelaars' Alexis De Carne en Johan
Vande Lanotte. Die laatste zit hier naast De Laatste (Vuurtorenwachter). Foto Jo Clauwaert. —
Wekelijks gaan wij wandelen en deze week vertrekt die wandeling in Stavele. We zijn daar al geweest. Over die eerste keer heb ik hier verslag uitgebracht. Deze keer kom ik beter voorbereid aan de start. Dat voorbereiden is, zo blijkt nu, niets voor mij, ik denk niet dat ik dat nog eens doe.
In Stavele wil ik naar sporen van Alexis De Carne (1848-1883) zoeken, een priester-dichter, en naar restanten van diens familiedrukkerijtje, een uitgeverij ook, onder meer van blaadjes die tijdens de Grote Oorlog aan het front verspreid worden — ‘Verschijnt als ’t past’.
Ik heb die sporen ook gevonden, er foto’s van genomen en… ze achteraf per ongeluk gewist. Dat is pech, maar geen nood, ik heb nog invalshoeken voorbereid.
In de tiende eeuw is daar in de omgeving, in de wijk Eversam, een adellijke broedermoord gepleegd omwille van een everzwijn. In het Eversambos zoek ik er de sporen van. Tevergeefs, want de moord is een legende en het bos dateert van de twintigste eeuw. Tien eeuwen verschil, net iets teveel om me te inspireren.
Ik heb nóg iets in petto. Op onze wandelweg ligt de villa Martha, een landhuis dat een rijkaard in de Belle Epoque voor zijn nichtje laat bouwen. Het huis wordt nu weer bewoond en ligt afgeschermd achter hoge omheiningen. Ik begrijp de bewoners uiteraard wel, maar ik kan het niet fotograferen, wat me tegelijk de lust ontneemt om er iets over te schrijven.
Moraal van het verhaal: al mijn voorbereidingen leveren niets op.
Nog een geluk dat ik in de schuif een foto liggen heb van mezelf en Johan Vande Lanotte. Hij is, net zoals pastoor De Carne, in Stavele opgegroeid. Zijn vader is daar onderwijzer geweest, wellicht in ’t oude schooltje dat nu een B&B is. Johans beeltenis neemt hier de plaats van pastoor De Carne in.
Ja, ik maak me er deze keer wel erg gemakkelijk vanaf, maar ik heb een excuus.  Zopas heeft de facteur me een zending boeken uit Amerika bezorgd. Ik sta te popelen om eraan te beginnen… en popelen belet een mens het schrijven.
Toch elimineert dit al te gemakkelijk geschreven stukje een prangende kwestie. Als u een dezer dagen iets hoort ruisen door het struikgewas dan is dat niet het stemgeluid van Toon Hermans, maar het ritselen van bladzijden die ik omsla.
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen