dinsdag 29 juli 2014

De truc met de emoes

Het geslacht was al vele generaties gespecialiseerd in de import van emoes. Eerst waren dat Tasmaanse, maar nadat deze uitgestorven waren, schakelde de familie over op de dromalius navaehollandiae, een soort die omzeggens in heel Australië voorkomt, behalve dan in het zuidwesten ervan. Ook die soort bleef het huis verkopen als waren het de laatste exemplaren, wat de verkoopwaarde danig aanzwengelde.
Die handel verliep volgens een vast stramien dat vandaag ongeloofwaardig oogt, maar dat wel degelijk op een lange familietraditie kon bogen. De geïmporteerde emoes werden persoonlijk door een familielid in Australië uitgezocht, zo luidde althans de reputatie. In werkelijkheid was er van enige selectie geen sprake, maar die reputatie zorgde er wel voor dat de reisduur door niemand in vraag gesteld werd. En die reis kon lang duren, zeer lang.
De zogenaamd schaarse, langdurig uitgezochte emoes werden alhier duur verkocht, zeer duur, maar toch kon dat geenszins de overdadige familiale welstand verklaren, daarvoor was de totale omzet van die handel te klein. Dat komt dan weer doordat er telkens maar een koppel emoes meegebracht werd. Dat had ook wel met het creëren van schaarste te maken en dus met het opdrijven van de verkoopprijs, maar er was meer.
De familie had haar ontzagwekkende fortuin vergaard met zwendel, ze had dat uitgebreid met nog meer zwendel en ze bestendigde het doorheen de generaties met almaar nieuwe zwendeltechnieken en -praktijken. Meestal ging dat goed, soms liep het mis. Het familielid dat naar Australië gestuurd werd, was dan ook altijd een die alhier teveel in het oog begon te lopen. Zodra dat het geval was, werd de betrokkene naar Engeland gestuurd, van waaruit een Australiëreis voorbereid werd. Daar, aan de andere kant van de wereld, bleef dat familielid vervolgens zogezegd naar zeldzame emoes zoeken tot de kust veilig was en hij (of zij) met een koppel zogenaamd streng geselecteerde exemplaren terug kon keren. Dat kan allemaal vergezocht lijken, maar we spreken over een tijd waarin Interpol nog niet bestond en men de zwendelaars niet tot in Australië ging opsporen, integendeel, men stuurde er juist zwendelaars naartoe om er hier van af te zijn. We spreken ook over een tijd waarin mensen gemakkelijk spoorloos verloren konden geraken en ongestraft terugkeren nadat alle zwendelsporen alhier uitgewist waren. Het is wel degelijk op die manier dat heel die familie van oplichters vele generaties lang uit het oog van pers, politie en rechtbank had weten te blijven; door de truc met de emoes!
Hoe ik dat alles weet? Wel, deze morgen keek ik door het raam van mijn appartement naar het dierenveld aan de overkant van de straat. Ik zag de ezel en ‘t konijn, en ik dacht er een antiloop bij, beren wit en bruin, de krokodil en de giraf, een leeuw, kameel, apen en een das. Daarna zwermden mijn gedachten uit naar de ooievaar, de tijger en de adelaar, de kangoeroe, de olifant, de pelikaan, de zwanen en de haan. Maar wat ik daar niet moest bij bedenken waren de twee emoes die er al zo lang lopen. Ik dacht: hoe zijn die merkwaardige beesten eigenlijk tot hier geraakt? Zou ik daar een verhaal over kunnen schrijven? Ik dacht van wel.
Flor Vandekerckhove


Een reactie posten