zondag 13 juli 2014

Louise Michel, anarchiste mèt standbeeld


Er zullen er niet veel zijn, maar zij heeft er toch een. Louise Michel is een anarchiste die in Levallois-Perret, vlak bij Parijs, een standbeeld gekregen heeft. Ook tijdens haar leven is zij al een monument.  Bij haar begrafenis wordt de kist gevolgd door honderdtwintigduizend mensen. Wie is deze populaire anarchiste? Ze is vooral iemand die moeilijk te catalogeren valt. En dat begint al bij de geboorte. Louise is immers de vrucht van een vrijpartij tussen een kasteelheer (of misschien wel diens zoon) en zijn jonge meid. Moeder Marianne Michel behoort tot de onderklasse, vader is upperclass. Louise en haar moeder worden, zoals je zou verwachten, de kasteeldeur niet uitgegooid. Integendeel, de rijkaard laat Louise en haar moeder op het kasteel wonen. Wat de kasteelvrouw daarover denkt is me niet bekend, maar goed. Louise groeit daar op. Dat maakt dat ze een opleiding krijgt waarvan ze anders verstoken was gebleven. Die opleiding rondt ze af als onderwijzeres.  Ze trekt naar Parijs waar ze haar tijd verdeelt tussen onderricht en regelrechte woelmakerij.  Vanaf 1869 wordt haar naam in politierapporten vermeld. Met het geweer in de hand staat ze ook vooraan op de barricaden van de Commune van Parijs in 1871.
Louise Michel (1830-1905) 
De repressie die op de nederlaag volgt verandert heel haar leven. Samen met andere communards wordt Louise op een schip gezet en naar Nieuw-Caledonië verbannen. Terwijl het schip afvaart zingen ze Le temps des Cerises, het lied dat onverbrekelijk met de Commune verbonden blijft en dat ongetwijfeld de meest atypische revolutionaire hymne uit de wereldgeschiedenis is. Je moet daar maar eens naar luisteren, ik heb het onder dit stukje geplaatst. 
In Nieuw-Caledonië zet ze haar revolutionaire en opvoedende werk verder. Ze onderwijst de Kanaken en juicht in 1879 de opstand toe van de autochtonen tegen de Franse bezetters.
Zodra ze van amnestie kan genieten keert ze naar Frankrijk terug. Tegelijk bekent Louise Michel zich uitdrukkelijk tot het anarchisme, dat ze tot haar dood trouw blijft. De laatste vijfentwintig jaren van haar leven wijdt ze trouwens helemaal aan de propaganda.  Ze blijkt een een begaafd spreker te zijn, een kwaliteit die haar ook naar Groot-Brittannië, Nederland en België brengt.  De politie volgt haar evenwel op de voet en ze blijft voortdurend de binnenkant van gevangenissen zien: 15 dagen in 1882; een veroordeling tot 6 jaar eenzame opsluiting in 1883, waaruit ze in 1886 verlost wordt; 1886: vier maanden; 1890 een maand opsluiting. Maar het is uiteraard niet voor die gevangenisstraffen dat er in Frankrijk een metrostation en een pleintje naar haar genoemd wordt. Louise is immers ook een letterkundige en een pedagoge. Zo wordt er in 1884 een sprookjesboek van haar gepubliceerd. Ze legt daarin de allerkleinsten uit waarom er armoede bestaat en hoe de staat de onrechtvaardigheid zelve is, of zoals Henriette Roland Holst het ook al zeide: de staat verknecht, de wet is logen. Deze vrouw die strijdt aan de zijde van bekende anarchisten als Emile Pouget, Sébastien Faure, Kropotkin, Malatesta, Cornelissen, Domela Nieuwenhuis en Paul Reclus heeft tot geen enkele organisatie behoord, wellicht ook niet tot de Internationale. Ze was gewoon zichzelf en werd ervoor bezongen door Paul Verlaine in een gedicht dat Ballade en l’honneur de Louise Michel heet en in Viro Major, een werk van Victor HugoStraffe madam!
Flor Vandekerckhove




Een reactie plaatsen