woensdag 2 juli 2014

Franz Kafka is dood

Het citaat van Kafka dat me inspireerde.
Ik bevond me onverhoeds op verboden terrein, geraakte daardoor in paniek en probeerde meteen weer weg te geraken. Wat kon er allemaal gebeuren mocht iemand me hier herkennen? Ik mocht er niet aan denken.
Helemaal aan de andere kant van de kamer zag ik een deur. Dat was mijn kans. Terwijl ik me tussen de computers en de dossiers een weg naar die uitgang begon te banen probeerde ik de blik van de aanwezigen te ontwijken. Ik hoorde het zoemen van ventilators en het geroezemoes van stemmen. Iedereen sprak gedempt, niemand lachte. Vanuit mijn ooghoeken volgde ik zo goed als mogelijk de bewegingen van het personeel dat zenuwachtig heen en weer liep en dat ik te allen koste moest ontwijken.
Toch botste ik opeens tegen iemand aan. Het angstzweet brak mij uit. Ik probeerde de botsing te negeren en verder te stappen, maar de man hield me staande, nam me bij de arm, keek me recht in het gezicht en zegde fluisterend: ‘Franz Kafka is dood.’
Ik voelde mijn hart tot in mijn keel bonzen. Nu keek ook ik hem aan. Rooddoorlopen ogen. Baardstoppels. De man zweette minstens evenveel als ik. Om het gewicht van zijn mededeling te accentueren trok hij de wenkbrauwen omhoog en de mondhoeken naar beneden. Ik begreep eruit dat de dood van deze Franz verregaande gevolgen zou hebben, al kon ik me daar zelf niets bij voorstellen. Terwijl ik een passend antwoord probeerde te bedenken, stapte de man alweer verder. Hij had gelukkig niet opgemerkt dat ik me op verboden terrein bevond. Ik kon weer ademhalen en zette op mijn beurt mijn tocht voort.
Ik haalde de andere kant van de kamer zonder verdere incidenten. Links naast de deur bleek een man achter een lege tafel te zitten, een deurwachter. Ik knikte vaag in zijn richting en greep de klink vast. De man schoot recht, kwam kordaat achter de tafel vandaan en probeerde zich tussen mij en de deur te plaatsten. Ik moest kordaat reageren. Nog voor hij de gelegenheid kreeg me iets te vragen, legde ik mijn hand op zijn schouder en zegde fluisterend in zijn oor: ‘Franz Kafka is dood.’ Hij schrok hevig. Net zoals die andere mens dat eerder gedaan had trok ik de wenkbrauwen op. Vervolgens wees ik naar de deur in de hoop dat hij uit al die lichaamstaal zou begrijpen dat dit overlijden mij noodzaakte om daarachter iets te gaan doen. Mijn tactiek werkte wonderwel. Hij nam zijn sleutelbos ter hand, opende vlug de deur, liet me passeren en wenste me veel succes toe.
Achter me viel de deur dicht. Ik hoorde hoe de deurwachter het slot omdraaide. Weer stond ik in een kamer vol drukdoende bedienden. Weer bevond ik me op verboden terrein. Weer geraakte ik in paniek. Aan de andere kant van de kamer zag ik een deur. Dat was mijn kans…

Flor Vandekerckhove



Een reactie plaatsen