maandag 23 mei 2016

Leren schrijven met Remco Campert

‘Ze was een werkster en had het vaak te kwaad. Boenen, dweilen en schrobben, van soggusvroeg tot savuslaat.’ Het zijn de openingszinnen van een verhaal van Remco Campert. Het heet Smartlap en is anderhalve bladzijde kort. Het staat in de bundel Vrienden, vriendinnen en de rest van de wereld.
Er is een theorie die zegt dat iets mooi is wanneer vorm en inhoud één zijn. Ik denk althans dat zo’n theorie bestaat, want op ’t internet vind ik er, googelend en al, niets van weer en zelf weet ik er ook niet meer over te vertellen. Wat ik wel weet is dit: Smartlap van Remco Campert is één in vorm & inhoud, en daardoor is het inderdaad een mooi verhaal.
‘[V]an soggusvroeg tot savuslaat’, dat is woordvervorming, en dus vorm, die in dit geval één is met de inhoud, want het is vormelijke smartlaptaal, zeer op zijn plaats in een verhaal met zo’n titel. Net zoals die andere smartlapjuweeltjes die Campert inzet: ‘Een joggie’ en ‘snags allenig over straat’.
Het mooie is dat die opvallende woordvervormingen je niet altijd meteen opvallen. Onopvallend opvallen… Voorwaar een mooie contradictie die bewerkstelligd wordt door het ritme dat Campert in die tekst legt, en dat, jawel, een smartlapritme is: ‘De vader vroeg verscheiden, o bitter lijden.’ Je blijft niet haperen aan de vorm, want die vorm glijdt door de inhoud, als een mes door de boter.
In dat verhaal wordt een werkster door ‘meneer’ bepoteld, maar gelukkig slaagt ze erin ‘ongeschonden’ te blijven. Bij Campert luidt dat: ‘Maar al was ze maar een werkster, ze had haar eer. Die bleef ongeschonden, meneer de koekepeer.’

Flor Vandekerckhove



Een reactie plaatsen