maandag 9 mei 2016

De gunst van de opschorting

— Om de rechterlijke macht te bedanken voor de verkregen gunst, doneer ik hierbij een gehandtekende fotografische afbeelding van mevrouw Cafmeyer M. — 

Je weet dat de overheid mijn huis doorzocht heeft, ik heb dat hier al verteld. Wat je niet weet is dat er daarna nog een huiszoeking gevolgd is. Maar deze keer zonder gepantserde voertuigen voor de deur, geen honden op de koer, geen ladders tegen ’t muurtje, geen verzegelde achterdeur, geen kalashnikovs in het portaal, geen dolle burenpret… Wel een politieman die gretig in mijn mailbox en mijn telefoon kwam kijken, met veel interesse mijn boekenkast monsterde en me een pak papier liet tekenen, waarin vooral stond dat hij niets gevonden had. Waarna we samen een joint smoorden en elk onze weg vervolgden, hij op zijn motocycle en ik in mijn gedachten.
Enkele weken later deelde griffier Stephanie me mee dat de raadkamer op vrijdag de dertiende zou beslissen over mijn doorverwijzing naar de correctionele rechtbank. Ondanks de datum was ik er gerust in, want volgens mij had de rechtbank wel andere katten te geselen. 
Dat veranderde toen ik die brief aan iemand toonde die op de rechtbank werkt. ‘Heb je al een advocaat?’ vroeg hij. Dat vond ik een beangstigende vraag. Hij trok zijn wenkbrauwen op en uitte de niet mis te verstane woorden: ‘Je zou er goed aan doen er een te nemen.’ Omdat zijn wenkbrauwen ook daarna schrikbarend hoog bleven staan, wist ik dat hij gelijk had.
Met die advocaat toog ik naar Brugge. Stephanie zei eerst iets kort & bondig, waarna de procureur het woord nam & zeide: ‘Gezien blablabla, geen blablabla maar verboden en blabla ofwel blablabla en verdovende alsmede blabla en de wet blablabla stimulerende blablablablabla planten artikel zoveel en zoveel, daarenboven substanties blablaba en veel vijven en zessen, beveel ik de doorverwijzing naar de correctionele rechtbank aan.’
Daar schrok ik van. Had de politie me niet gezegd dat het niet zo’n vaart zou lopen?  Of was ik in een boek van Franz Kafka terechtgekomen?
Dat was ongeveer ook wat mijn advocaat vervolgens zei. En in een adem ging hij verder, zeggende welke belangrijke rol meneer Vandekerckhove in het culturele leven speelt, dat hij de hoeder — dat zijn zijn woorden hé, de hoeder! — is van de visserscultuur, een veelgelezen blog heeft en op 26, 27 en 28 mei optreedt in De Grote Post, samen met grootheden als Maaike Cafmeyer, Johan Verminnen, Patrick Riguelle, Martin Heylen, toetsenman Serge Feys en Maaike Cafmeyer… Ja, die naam vermeldde hij twee keer. En niet toevallig.
De onderzoeksrechter vroeg aan de procureur wat hij ervan dacht. ‘Mmmm…’, antwoordde deze, ‘als dat waar is van Maaike Cafmeyer, dan is die doorverwijzing geenszins nodig.’ Meer had die rechter niet nodig. Hij verleende me de gunst van de opschorting en wenste me een goede nachtrust toe — dat deed hij echt, ik zweer het. Waarna het de beurt was aan de volgende.
Terwijl ik naar buiten toog en die volgende naar binnen, keek ik in de bruine ogen van een zwarte medemens die om soortgelijke redenen opgeroepen was. Hij zag er niet uit als een hoeder van enige cultuur en evenmin als iemand die met Maaike Cafmeyer op de affiche stond. En ik wist dat hij de pineut zou zijn, want de wet is wel voor iedereen gelijk, maar voor sommigen is hij toch iets meer gelijk dan voor anderen.
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen