vrijdag 10 juni 2016

Pionieren voor het welzijn der dieren

— Michiel Maertens (1938-2008)
(Eigen foto.) —
In 1995 was ik in Nieuwpoort getuige van een gewelddadig treffen. Daar stonden voor- en tegenstanders van een schapentransport tegenover elkaar. De dieren kwamen uit Engeland om alhier geslacht te worden. Voorstanders waren blij met de economische activiteit, tegenstanders waren van mening dat de dieren onderweg onnodig leed werd aangedaan.
Eerder had ik vernomen dat er ook vissers waren die zich om dat schapenleed bekommerden. Ik toog er heen om het met eigen ogen te aanschouwen, want ik gaf in die tijd een tijdschrift uit dat Het Visserijblad heette.
Als onze correspondent ter plaatse constateerde ik dat Gaia gesteund werd door de groenen (in de persoon van wijlen senator Michiel Maertens), anarchisten (in de persoon van Klaas Maertens) en vissers (in de persoon van Laurens Maertens).
Er vielen slagen en er werd met een dranghekken gegooid. Een rijkswachter brak zijn heup. Wat er met die schapen gebeurd is, weet ik niet meer. Maar ik leerde er wel die merkwaardige familie Maertens kennen.
Senator Michiel Maertens was, via zijn vissende zoon, nauw betrokken bij onze sector. De bonzen hadden er geen goed oog in, want Maertens was niet alleen een groene, via zijn zoon wist hij ook waarover het ging; een ongeziene combinatie. 
En Michiel versaagde nimmer. In de senaat wees hij er zijn verbaasde collega’s op dat ook het welzijn van de vissen een prangende kwestie was.
— Henry Spira (1927-1998) —
Wellicht was ik — afgezien van Michiels vissende zoon Laurens — de enige in de sector die enigszins begreep wat de senator bezielde. Dat kwam doordat ik een geestesgenoot had die mij eerder al versteld had doen staan met zijn bekommernis om het dierenwelzijn.
Henry Spira was een in België geboren Amerikaan, die in 1944 lid geworden was van de Socialist Workers party, de partij van de Amerikaanse trotskisten. Hij verdiende zijn brood als zeeman en als arbeider en schreef in The Militant, de krant van die SWP.
Spira was een straffe gast. Nadat Castro en de zijnen dictator Batista buiten gebonjourd hadden trok Henry meteen naar Cuba om er Fidel te interviewen. Hij was de eerste Amerikaan die dat deed. Hij was ook de eerste trotskist die het thema van het dierenwelzijn naar voor schoof.
— Spira kocht op 15 april 1980 een bladzijde
in de NY-Times om het misbruik van dieren aan
te klagen. —
Met succes overigens, want in 1976 slaagden Spira en de zijnen erin om in Amerika een einde te maken aan verminkingen van katten omwille van de wetenschap. 
Nadat Spira had aangetoond dat apen in militaire experimenten gebruikt werden, stopte India de uitvoer ervan naar de USA. En toen hij te weten kwam dat een cosmeticabedrijf de ogen van konijnen met troep insmeerde om te kijken of ze er al dan niet blind van werden, bracht hij geld bijeen om een hele bladzijde in de New York Times te kopen. Daarin klaagde hij met een spectaculair beeld de praktijk aan. Het bedrijf moest inbinden. 
Henry Spira speelde het erg slim, u moet maar eens in de Wikipedia kijken hoe hij het in concreto telkens voor elkaar kreeg.
Maar Michiel Maertens was ook geen dwaas. In de senaat gaf hij een tactisch en sluw voorbeeld van onnodig vissenleed. Het is een thema waarmee je normaliter bij onze vissers niet moet afkomen, want zij denken dan dat je ze niet alle vijf op een rij hebt. Maar Maertens pakte het slim aan. Soorten die van de overheid niet bevist mochten worden en toch in het net terechtkwamen, moesten de vissers van overheidswege weer overboord gooien. Die dieren waren verminkt en gekwetst, zei Michiel, en het was een barbaarse daad om ze weer de zee in te jagen. Daar waren de vissers het absoluut mee eens, want zij hadden ze uiteraard liever… verkocht.

Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen