zaterdag 11 juni 2016

Taxi

De Folk Blues & Jazz House in de Brabantstraat
Oostende. Het café was de opvolger van 
de legendarische 
kunstkroeg Chèvre folle

Maurice was een taxichauffeur en ik was bevriend met zijn zoon. Dus dacht ik, als ik Maurice vraag om me naar Oostende te rijden, dan zal hij dat wel doen. Ik toog naar diens huis en zei: Maurice, ik moet naar je zoon toe, die zit in de Folk, zou je ’t erg vinden om me daar naartoe te brengen? Dat vond hij niet erg, zei hij, zo was hij ook nog eens buiten. Hij stond op, nam de autosleutels en we reden naar Oostende, naar de Brabantstraat, naar de Folk, waar ik met de zoon van Maurice afgesproken had.
Bij ’t uitstappen vroeg ik Maurice, meer voor de vorm dan om wat anders, hoeveel mijn schuld was. Honderd frank, antwoordde Maurice, en dat was inderdaad het bedrag dat taxichauffeurs in die tijd voor zo’n rit plachten aan te rekenen.
Ik schrok, want ik had het, zoals gezegd, meer voor de vorm gedaan dan om wat anders. Op mijn vraag had Maurice mijn inziens moeten antwoorden dat het een rit voor rekening van het huis geweest was, dat het voor een keer gratis was, omdat zijn zoon erbij betrokken was, omdat ik die taxi alleen maar gebruikt had om naar zijn zoon toe te gaan, een vriendendienst. Maar neen, ’t was honderd frank.
Ik telde mijn geld en zag dat ik maar tachtig frank op zak had. Dat zou Maurice niet erg vinden, want we kenden elkaar goed, ik was een vriend van zijn zoon. Dat zou wel in orde komen. Ik zei: Maurice, dat zal niet gaan, want ik heb geen honderd frank bij me. 
Ga jij uit, vroeg hij verwonderd, en je hebt niet eens honderd frank op zak? Met hoe weinig geld doe je dat dan?
Met tachtig frank, antwoordde ik naar waarheid. Ik vond het een prestatie en dat was het eigenlijk ook.
’t Is goed, zei Maurice, geef me dan die tachtig.
Daar stond ik nu, in Oostende, in de Brabantstraat, voor de deur van de Folk, zonder geld, en de nacht was nog zo jong. Veel mogelijkheden restten me niet. Maurice was alweer weg. Ik keek naar binnen, iedereen was er. Wat kon ik doen?
Ik stak de deur open en riep luid: tournée générale! Niemand luisterde, want ze kenden me in de Folk en ze wisten wat ik daar op mijn kerfstok staan had. Bovendien lag Melanie met Look What They’ve Done to my Song op de platenspeler en daar paste alleen maar neerslachtigheid bij. Of het zou een citaat van Jack Kerouak geweest moeten zijn.
Flor Vandekerckhove


Een reactie posten