maandag 29 juni 2015

De duivel op ‘t kruispunt


Still uit de film O Brother Where Art Thou: de drie voortvluchtigen ontmoeten Tommy Johnson
die op dat kruispunt zijn ziel aan de duivel verkocht heeft. —

Wat heb ik nu weer meegemaakt? In mijn ijver om oude vissersverhalen weer tot leven te wekken, kom ik op een site terecht die het over de onwereldse krachten van de framassons heeft. Na enig denkwerk begrijp ik dat het over vrijmetselaars gaat — in ’t Frans franc-maçons — burgers waarvan de folklore beweert dat ze, net als Faust, een pact met de duivel gesloten hebben. De Vlaamse Volksverhalenbank telt daarover 295 vertellingen. En ook in de visserij zouden ze actief zijn. Zegt een getuige: Het ging de framassons op alle vlak voor de wind. De schippers, de kapiteins, en zeker ook de reders die vrijmetselaar waren, hadden op alle vlak een streepje voor. De reders verdienden veel geld en de schippers en kapiteins hadden altijd geluk en vingen veel vis.’  Reders, kapiteins, schippers… redenen genoeg om op onderzoek te trekken. Maar waar moet ik beginnen? Gelukkig leert de site me ook dat je zelf framasson kunt worden door op een kruispunt te gaan staan. Daar moet je wachten tot wanneer het onweert. Dan verschijnt er ‘een heer’ die in werkelijkheid de duivel is. Je maakt ter plekke een contract op dat je met je eigen bloed tekent en klaar is kees. Dat kan ik doen, dat heet participatieve journalistiek.
Die nacht slaap ik bijzonder onrustig, ik woel & woel en de lakens zijn doorweekt van ’t zweet. Tegen het ochtendgloren schiet ik wakker in het duivelse besef dat ik die geschiedenis van dat kruispunt al langer ken. Ik begeef me op ’t internet en kom terecht bij O Brother where art thou van de gebroeders Coen; een prachtige film waarin de Odyssea van Homeros als ’t ware overgedaan wordt door drie ontsnapte boeven. Op hun vlucht passeren ze te midden de velden een kruispunt waar een zwarte medemens staat te liften. Hij stelt zich voor als Tommy Johnson. De drie vragen hem hoe hij op dat godvergeten kruispunt terechtgekomen is en Tommy zegt: ‘I had to be at that crossroads las’ midnight to sell mah soul to the devil.’ En wat heeft de duivel hem in ruil gegeven? ‘He taught me to play this guitar real good.’
Breek nu mijn klomp! Zowel in de Amerikaanse film als in de Oostendse vertelling ontmoet je de duivel op een kruispunt. Er moet iets van aan zijn, het moet een grond van waarheid hebben. Des te meer omdat Tommy Johnson echt bestaan heeft en diens ontmoeting met de duivel voor ’t eerst verteld wordt door zijn broer LaDell, waardoor het in de biografie van die Johnson terechtgekomen is. En je weet hoe ’t gaat: verhalen leven, ze brengen andere verhalen voort. Van Tommy Johnson springt het over op diens naamgenoot Robert Johnson, geen familie, maar net als Tommy een bluesmuzikant. Ook hij zou op een kruispunt zijn ziel aan de duivel verkocht hebben.
Maar daarmee heb ik de framassons in de visserij nog niet ontdekt. Ik neem me voor om me bij het eerstvolgende onweer naar de Oostendse wijk Petit Paris te begeven, alwaar ik me een wijle zal ophouden op het kruispunt van de Torhoutse- en de Nieuwpoortsesteenweg. Waarna ik u verslag zal uitbrengen van wat aldaar met mij geschiedt. Kortelings op dit scherm!
Flor Vandekerckhove


Een reactie plaatsen