donderdag 4 juni 2015

Tralala

Alle preoccupatie met transcendentie en spiritualiteit is gaandeweg van me afgevallen, maar in mijn jeugd was dat anders. Ik was toen een kerkganger, een misdienaar zelfs, lid van de Kruisvaarders, De Vrienden van Lourdes en de Melkbrigade; je kon me in de Katholieke Studentenactie aantreffen, in de lering, in het Verbond van Vlaamse Katholieke Scouts, in de sacristie en in de patronage; ik bad tot God opdat hij van mij een deugdzaam mens zou maken, ik vond paus Pius XII een toffe pee en sloeg een kruisteken in tijden van bekoring. Dat het allemaal baarlijke onzin was, ondervond ik proefondervindelijk, letterlijk aan den lijve, want hoeveel kruistekens ik ook sloeg, de bekoringen bleven zich opdringen; meer zelfs, zo'n kruisteken maakte het alleen maar erger. (Heb ik al gezegd dat al die bekoringen, vreemd genoeg, vooral met seks te maken hadden?) De enige efficiënte manier om van die bekoringen af te raken, zo vogelde ik uit, was… eraan toe te geven. Wat ik vervolgens ook met almaar toenemend genoegen begon te doen. Ik stopte het katholicisme in een doos waarop tralala stond en werd een vrolijke atheïst van de anarchistische soort: God bestaat niet en als hij toch bestaat dan moeten we Hem bestrijden.
Met genoegen zag ik de ontkerkelijking om zich heen grijpen, maar met pijn in ’t hart zag ik ook hoe die vrijgekomen ruimte meteen ingepalmd werd door iets wat zich new age noemde, een beweging die de voortzetting van de tralala was, maar met andere middelen. Ik, die dacht dat ik alles gezien had, ontmoette kennissen die me met een uitgestreken gezicht vertelden dat ze esoterische oliën wreven op plekken waar wijwater gefaald had; dat ze Lourdes meden, maar wel naar het spirituele India trokken; dat Christus maar een zacht eitje was in vergelijking met de bhagwan.
In die dagen kwam de Dalai lama naar Brussel. Ik mocht die mens een lul vinden, maar met de vingers in de neus kreeg hij daar wel een heel stadion vol. Zelf zag ik hem in ’t nieuws. Daar vatte hij zijn leer als volgt samen: ‘When I walk in the street, I smile and sometimes people smile back. That’s good.’ Ik vertelde het aan Leon die met zo’n dingen bezig was. ‘Prachtig, prachtig toch,’ riep hij in een lichte trance uit, ‘pure wijsheid is die man!’  Ik knikte vaag en begreep dat ik nu vooral moest zwijgen.

Flor Vandekerckhove

BBC The Secret Swami Satya Sai Baba 2004 full
Een reactie plaatsen