dinsdag 30 juni 2015

Over het recycleren van verhalen

— Zo zien de sirenen van de gebroeders Coen eruit. — 

Wie deze blog volgt, weet — en ja, het klinkt een beetje pedant — dat ik niet voor één gat te vangen ben. Een van die gaten heet ‘verhalenproject 2015-16’, waarmee ik Vlaamse folkloristische, versteende vissersverhalen weer tot leven wil wekken. Ik ga daar op geheel eigen wijze mee aan de haal, geef er een ferme draai aan, vervorm ze tot iets wat ze oorspronkelijk geenszins geweest zijn en hopla, daar is wederom iets nieuws ontstaan. Misschien vindt u dat een verwerpelijke praktijk, maar weet dat ik me gesterkt voel door de schrijver Neil Gaiman die op overtuigende wijze beweert dat verhalen die niet veranderen uiteindelijk sterven. Dat is exact wat er met die vissersverhalen gebeurd is: ze zijn dood. Hoe ze er na hun verrijzenis uitzien, kunt u aanschouwen door in de rechterkolom van deze blog op het label verhalenproject 2015-16’ te klikken, want daar worden ze verzameld. 
Intussen probeer ik schrijvers te ontdekken die iets soortgelijks ondernomen hebben. Ik heb daartoe een mailtje gestuurd naar enkele auteurs die ik ken, zeggende: Jij draait ongetwijfeld al een eind mee in het literaire circuit en ik vraag me af of je anderen kent die in Vlaanderen (of elders) iets soortgelijks doen: geen folkloristen dus, maar schrijvers die vanuit de folklore vertrekken om tot hedendaagse verhalen te komen; mensen waarvan ik iets kan leren.’ Neen, ik heb geen antwoord mogen ontvangen. Maar wanneer we de zaak opentrekken naar het brede veld van de literatuur, is ’t gemakkelijk om soortgelijke recyclage te traceren. Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee heeft Robinson Crusoe van Daniël Defoe herschreven. Bij Coetzee heet het boek Foe. Blijkt dat de Robinsonfiguur een heel andere mens is en alsof dat nog niet genoeg zou zijn: Vrijdag is een vrouw! Ook de Franse schrijver Michel Tournier is met dat boek aan de haal gegaan. Meer over deze (en vele andere) aanpassingen van Robinson Crusoe vindt u hier.
Nog gemakkelijker wordt het wanneer we er andere kunstuitingen bij sleuren. Zo heb ik onlangs een pornofilm bekeken die op geheel eigen wijze Mozarts opera Così fan tutte bewerkt tot All Ladies Do It en nu ben ik The Voyeur aan ’t begluren, een soortgelijke film, gebaseerd op een roman van Alberto Moravia. Of de film beter is dan het boek vertel ik u later nog wel, want porno is een ander gat waarvoor ik niet te vangen ben. U moet in de rechterkolom van deze blog maar eens op het label seks klikken; ohlala! Géén porno is de film O Brother Where Art Thou van de gebroeders Coen. Ik heb hier al iets over deze supermooie prent geschreven, maar nu wil ik benadrukken hoe nauw die verweven is met de Odyssea van Homeros.
De film opent met de zin: O muse! Sing in me, and through me tell the story / Of that man skilled in all the ways of contending... / A wanderer, harried for years on end..., De Oddysea begint met de woorden: ‘Wil mij vertellen, o muze, van de zwerver, de vindingrijke die maar rond bleef dolen…’ Het lied dat doorheen heel de film te horen is heet Man of Constant Sorrow, een verwijzing naar Odysseus: want de betekenis van die naam luidt: de man die voortdurend in pijn en zorgen leeft.  De namen van twee hoofdrolspelers laten geen plaats voor twijfel. George Clooney speelt de rol van Everett die voluit Ulysses Everett T. McGill heet. (Ulysses is de Latijnse naam voor Odysseus.) De echtgenote waarnaar hij op weg is wordt gespeeld door Holly Hunter die in de film Penny heet, een verkorting van Penelope, Odysseus echtgenote. Wanneer Everett uiteindelijk thuiskomt blijkt dat Penny, zoals de historische Penelope, met iemand anders getrouwd is. John Goodman heet in de film Big Dan Teague en hij is blind op een oog, een verwijzing naar de eenogige cycloop in het boek van Homeros. In het restaurant waar Everett Big Dan ontmoet zien we op de achtergrond een beeld van Homeros staan. Onderweg worden de drie voortvluchtige boeven opgehouden door drie meisjes die niet toevallig in een rivier baden: de sirenen uit de Odyssee. In de film vervullen de Baptists de rol van de Lotuseters uit Homeros’ werk. In het boek gaat Odysseus de blinde profeet Teiresias consulteren; in de film is er een blinde man die de drie vertelt dat ze de schat niet zullen vinden. De uitdager van gouverneur Pappy heet Homer, naar Homeros. Het drietal wordt voor een optreden betaald door een blinde mens, een verwijzing naar Homeros waarvan gezegd wordt dat hij blind was.
En alzo wordt eens te meer de stelling van Neil Gaiman bevestigd: verhalen leven en ze brengen nieuwe verhalen voort. Wel, wat de grote filmmakers Joel & Ethan Coen met het absolute meesterwerk van Homeros gedaan hebben, wil ik in deze blog ook doen, maar dan met de kleine, folkloristische verhalen van de Oostendse vissers. Vindt u dat maar een matige ambitie? Misschien hebt u gelijk, ja, maar een mens moet, zo heb ik gaandeweg geleerd, zijn plaats kennen. Mijn plaats bevindt zich in de kleine stukjes van deze blog. En ik verhoop van u hetzelfde.
Flor Vandekerckhove
Een reactie posten