vrijdag 19 juni 2015

De vruchteloze zoektocht naar Osschaert (*)

’s Mans schuldenberg had ongeziene proporties aangenomen en nu was hij met de noorderzon verdwenen. Privédetective Descheetelaeter — een bijnaam! — werd op pad gestuurd om de voortvluchtige Osschaert op te sporen. Die zoektocht leidde hem in eerste instantie naar Hamme, waar Osschaert opgegroeid was. De schrijnende verhalen die Descheetelaeter daar hoorde, leerden hem dat de snoodaard ook daar op de rug van anderen geleefd had en dat het ook daar de spuigaten uitgelopen was. Ook daar was hij uiteindelijk verdwenen, maar aan die verdwijning hing een merkwaardig voorval vast. De pastoor van Hamme zou Osschaert belezen hebben. Daardoor werd de man, aldus Descheetelaeters informanten, voor 99 jaar naar de zee verwenst. De privédetective was een nuchter man, die geen geloof hechtte aan dat soort dingen, maar het verklaarde wel hoe Osschaert in Oostende terechtgekomen was. Daar was hij met geleend geld eigenaar geworden van het vissersvaartuig Concordia. Het is met dat schip dat hij ervandoor gegaan was.
Ook omdat de privédetective nog andere zaken lopen had, verdween Osschaert al vlug in de dossierkast. Dat veranderde toen het gerucht de ronde deed dat vissers de Concordia op zee gespot hadden. Descheetelaeter trok naar de kroeg en aanhoorde de vissersverhalen. Op details mochten die van elkaar verschillen, maar er viel wel een lijn in te trekken. Hoe slecht het weer ook was, de Concordia bleef vissen en nadat het schip gepasseerd was, bleef er op die plek geen visje over. De Concordia viste de zee leeg! Descheetelaeter belegde een vergadering met de schuldeisers die licht zagen aan het einde van hun geldtunnel. ‘Als dat waar is,’ zegden ze, ‘dan is er sprake van supervangsten. Die moeten ergens aan de wal gezet worden. Daar moeten we de hand op leggen.’ Descheetelaeter kreeg opdracht om de plek op te sporen waar de Concordia de vangst placht te lossen. Terwijl hij moeizaam probeerde om de zwarte vismarkt in kaart brengen, leerde hij echter vooral dit: over de zwarte markt wordt niet gesproken. Het reilen en zeilen van de Concordia werd omfloerst door een nevel van spookverhalen over schepen die, gejaagd door de winst, ten eeuwigen dage op zee rondwaren, aangevuurd door vervloekte kapiteins die veelal naar de naam Osschaert luisteren en die met elkaar gemeen hebben dat ze ongrijpbaar zijn. Dat zag er dus niet goed uit voor de privédetective, want in ’t contract dat hij met zijn opdrachtgevers opgemaakt had stond klaar en duidelijk: geen buit, geen fluit.  Toch trof hij op een morgen een zak geld aan op zijn stoep. Descheetelaeter besefte meteen dat die daar door Osschaert gedeponeerd was. De ongeschreven boodschap was duidelijk: staak de zoektocht! Dat is ook wat Descheetelaeter vervolgens deed. De Concordia werd niet gevonden, Osschaert bleef spoorloos en de zwarte markt werd niet in kaart gebracht.
Geld stinkt niet, zegt de volksmond. Maar aan het geld dat Descheetelaeter sindsdien begon uit te geven hing toch wel een geurtje. De enen zegden dat het een visgeurtje was, anderen dachten dan weer aan iets anders. ’t Was trouwens aan die anderen dat hij zijn bijnaam te danken had.
Flor Vandekerckhove

(*) Deze vertelling past in een verhalenproject dat ik opgestart ben en waarbij ik versteende vissersverhalen weer tot leven probeer te wekken. Wie op verhalenproject klikt, wordt in de blog naar verschillende voorbeelden geleid.
De Osschaert (Ossaart, Oessaart, Oschaart, Oeschaart, Osschaart) is een wezen uit de Belgische folklore, afkomstig uit de omgeving van Hamme. Op het internet vind je talrijke verhalen over hem. Het wezen zou op de rug springen van mensen die zich in de late avonduren in de buurt van het kapelletje van Twee Ruggen durfde te wagen, en liet zich meeliften tot een kruisstraat waar de Osschaert niet verder kon.
Een reactie posten