zaterdag 27 juni 2015

Finnegans Wake, het boek als schilderij

— James Joyce, houtskooltekening van Frank Budgen. —
In deze blog heb ik het eerder al over Finnegans Wake van James Joyce gehad, een boek dat mij zeer boeit, al weet ik nog altijd niet goed waarom. Ik ben het twintig jaar geleden beginnen lezen en veel verder dan de eerste paragraaf ben ik nog niet geraakt. Het is een ervaring die ik deel met ongeveer iedereen die dat boek in de kast heeft staan. Lezen wij het verkeerd? Dat kan, want kijk eens wat ik hier nu verneem.
In 1918 bevindt de Engelse schilder Frank Budgen zich in Zurich op een feestje waar James Joyce ook is. Het wordt het een inspirerende ontmoeting. Later schrijft Budgen over Joyces werk: ‘Het is als een impressionistisch schilderij. De schaduwen zitten vol kleur; het geheel is opgebouwd uit nuances en niet door brede vlakken; de dingen worden zichtbaar als ondergedompeld in een lichtgevend fluïdum; kleuren leveren de vormgeving en het totale effect wordt bereikt door ontelbare kleine toetsen.’ Budgen levert ons hiermee een totaal andere manier om het werk van Joyce tot ons te nemen. De blik van Budgen ontheft ons van de karwei om de diepere betekenis van elk woord te doorgronden, want ja, Finnegans Wake is een boek met veel lagen, soms wel zes per woord. Wie geraakt daar wijs uit? Misschien moeten we gewoon genieten van de beelden die de soms ronduit onbegrijpelijke woorden oproepen: lezen wordt dan kijken, literatuur wordt schilderkunst.
Er valt, vind ik, iets voor te zeggen. In Joyces verhaal De zusters luidt de tweede paragraaf als volgt: ‘Als hij dood was, dacht ik, zou ik de weerschijn van kaarsen op het donkere gordijn zien, want ik wist dat er bij het hoofd van een lijk twee kaarsen geplaatst moeten worden.’ Mooi tableautje inderdaad, maar een impressionistisch schilderij is dat uiteraard nog niet. Dat wordt het wel in Ulysses: ‘Mr Denis J. Maginni, dansleraar, & c., met hoge hoed, leigrauwe geklede jas met zijden revers, witte stropdas, nauwe lavendelkleurige broek; kanariegele handschoenen en spitse lakschoenen, die daar in een waardige houding zich voortbewoog, (…)’ Daar herken je toch wel de impressionistische toetsen. Er zijn maar weinig personages in dat boek die een grote dramatische rol spelen en als dusdanig in 'brede vlakken' uitgetekend worden, maar ze tonen allemaal samen — als stippen op een impressionistisch schilderij — het beeld van Bloomsday, Dublin op donderdag 16 juni 1904, de dag dat Joyce zijn geliefde Nora ontmoet.
Finnegans Wake is iets soortgelijks, maar dan helemaal anders. Als Ulysses een monologue intérieur is, dan is de Wake een droom. Waar Ulysses het verhaal van een dag is, dan is de Wake het verhaal van een nacht. En inderdaad, Finnegans Wake is opgebouwd uit haast oneindig veel nuances. Je kunt dat boek, zo leert Budgen ons, niet als ‘taal’ lezen, er bestaat echt geen gewone manier om dat te doen, je moet het lezen… als een schilderij. Ik doe de proef en lees de eerste woorden: ‘rivierein, langs de Eva en Adam, van zwier van strand naar bocht van baai (…)’ En eentje van op ’t einde: ‘Mijn grote blauwe slaapkamer, de lucht zo kalm, nauwelijks een wolkje. In vrede en stilte.’ Toetsen op een schilderij, inderdaad.
Nu vraag ik me toch wel af wie deze Frank Budgen is die me dat zo goed uitlegt. Een schilder inderdaad, maar hij is meer dan dat. Hij is ook de secretaris-generaal van de Socialist Labour Party geweest en de eerste die Het Communistisch Manifest in ’t Engels vertaald heeft. Wel wel. Overigens: wie ’t Engels beheerst kan op ‘t internet veel werk van James Joyce gratis & voor niets lezen (of bekijken). Ik heb een en ander opgezocht en er een lijstje van gemaakt. Chamber Music (1907) Project Gutenberg; Dubliners (1914) Project Gutenberg; A Portrait of the Artist as a Young Man (1916) Project Gutenberg; Ulysses (1922) Project Gutenberg en natuurlijk ook Finnegans Wake (1939) op Trent University. Een druk op het kleurtje en je bent vertrokken. Alhoewel.
Flor Vandekerckhove
Een reactie plaatsen