dinsdag 16 juni 2015

Hoe mevrouw Delanghe een reputatie kreeg

Zoveel jaren na haar dood torst wijlen Mevrouw Delanghe nog altijd een kwalijke reputatie. Talrijk zijn de vertellingen die in Oostende over haar de ronde doen — ze zou vrouwen betoverd hebben, mannen verleid en kinderen behekst — maar schaars zijn de verhalen die op feiten gebaseerd zijn, want feiten zijn er nauwelijks. We weten dat ze Marie Delanghe heette en in de omgang Miete genoemd werd. Iemand heeft het over een achterhuis waar ze gewoond heeft, in een zijstraatje van de Langestraat, anderen vermelden verschillende adressen op de Visserskaai. Wat we ook weten is dat ze in de jaren dertig in dienst van visserijvoorman Pros Vandenberghe stond. In de drukkerij waar diens tijdschrift Het Visserijblad van de pers rolde, werkte mevrouw Delanghe als poetshulp bij de letterzetters. Maar ’t waren slechte tijden en in 1936 verloor ze haar baan. De sociale zekerheid was, zeker bij Pros, slecht geregeld en Miete moest nu aan de kost zien te komen in de informele economie. Ze werd een ongeregistreerde garnalenverkoopster. Geld om de waar in te kopen had Delanghe niet. Ze trok haar stoute schoenen aan en toog naar de Oostendse Vistrap om er een portie garnalen te schooien. Daar moesten de vissers hard om lachen. ‘Vragen is vrij,’ riepen ze naar Miete, ‘maar refuseren hoort erbij.’ Het lachen verging hen toen Delanghe luid terugriep: ‘Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Vivamus libero leo, pellentesque ornare, adipiscing vitae, rhoncus commodo, nulla. Fusce quis ipsum. Nulla neque massa, feugiat sed, commodo in, adipiscing ut, est. In fermentum mattis ligula. Nulla ipsum. Vestibulum condimentum condimentum augue.’ Wie actief is in de grafische sector herkent die tekst wel. Hij wordt door drukkers, letterzetters en vormgevers gebruikt om de letterschikking op een blad te beoordelen. Het pseudo-Latijn heeft geen betekenis, de lezer wordt dan ook niet afgeleid door een inhoud, het gaat om de vormgeving. Hij wordt nog altijd gebruikt door mensen die met paginaopmaak in de weer zijn. In de drukkerij had Delanghe die tekst zoveel keer zien passeren dat ze hem uit ‘t hoofd kon declameren. Ze zag de verwarring die ze zodoende bij de vissers teweegbracht en besloot er een schep bovenop te doen. Ze wees recht naar de schipper en sprak bezwerend: ‘Sit ludus legimus ad, cu sit oblique invidunt, lobortis deseruisse id has.’ De vissers wisten evenmin als u en ik wat ze te horen kregen. Maar pseudo of niet, ‘t Latijn voorspelde nooit veel goeds en ze waren er dan ook geenszins gerust in. Toch gingen ze niet in op Maries vraag.
Het schip voer (niet vaarde) uit en kwam helaas nimmer weer. Miete Delanghe had daar niets mee te maken, maar in de visserij dachten ze uiteraard van wel. En zo verwierf Marie Delanghe een kwalijke reputatie die haar evenwel geen windeieren legde. Ze liep nu dagelijks de Visserskaai af, luid roepend: ‘Nonumes voluptatum interpretaris cu sit, platonem forensibus et mea.’  Bij het horen van haar stem haastten de schippers zich de kaai op, naar Miete, om haar vlug iets aan te bieden; iemand gaf een handvol garnalen, iemand anders een pladijs… Met die waar trok Marie Delanghe vervolgens de stad in, waar haar schelle stem door de gevels weerkaatst werd: ‘Pro vivendum persecuti ne zie! Vesche platjes zie! vesche toengen zie! En uiteraard ook vesche gernoas zie!’
Flor Vandekerckhove

[Deze vertelling past in een verhalenproject dat ik opgestart ben en waarbij ik versteende vissersverhalen weer tot leven probeer te wekken. Wie op verhalenproject klikt, wordt in de blog naar verschillende voorbeelden geleid.
Marie Delanghe, aka Miete, is een figuur uit de Oostendse visserijfolklore. In de Vlaamse Volksverhalenbank zijn er tal van getuigenissen over haar te vinden. Meestal wordt ze daarin een 'toveres' genoemd.
Een reactie plaatsen