maandag 31 maart 2025

De toekomst voorspellen

Members van de Staatkundig Gereformeerde Partij. De vrouwen die hun schoenen poetsen zitten thuis.


IN Spelen in de zandbak der Nederlandse politiek (°) vertelt Godfried Bomans over enkele verkiezingsbijeenkomsten die hij in 1971 opzoekt, stuk voor stuk verzamelingen van rare vogels. Een van die partijen heet Staatkundig Gereformeerde Partij. Bomans zoekt hen op in Capelle aan de IJssel, ‘alwaar ik tachtig in zwarte pakken gestoken mannen bijeen vond.’ Waarna hij er tongue in cheek aan toevoegt: ‘Er waren geen vrouwen.’ We bevinden ons in de ‘Bible Belt’, streek waar strenge protestanten ook vandaag nog gedijen en ik weet niet of vrouwen intussen al mogen meedoen. Zo gaat het er in 1971 aan toe: eerst worden psalmen gezongen en na het gebed komt de lijsttrekker aan het woord, een dominee. Bomans fileert het discours van de verschillende sprekers met de droge humor hem eigen, afsluitend met iets waarmee hij de wereldvreemde geestesgesteldheid van de SGP wil illustreren, maar wat vandaag, vreemd genoeg, brandend actueel blijkt te zijn. Het verhaal maakt niet duidelijk wie het zegt, Bomans of een van de members van de SGP, maar het lijkt er wel op daar in 1971 Trump II voorspeld wordt: ’Het is denkbaar dat Amerika dadelijk, in ruil voor bepaalde Russische concessies, uit geldgebrek, innerlijke verdeeldheid of eenvoudig uit moeheid, zijn paraplu over Europa dichtklapt. Nederland schuift dan automatisch binnen het machtsbereik van de Sovjet.’ 1971 !
Flor Vandekerckhove


(°) In Godfried Bomans. In alle ernst. De keuze van Joost Prinsen. 213 pp. Uitg. J.M. Meulenoff. 2021.

zondag 30 maart 2025

Hotel Glibert: zo zie je er geen meer

Foto 1: zijaanzicht van het hotel Glibert in Bredene, hoek Driftweg en August Pedelaannu Peter Benoitlaan. Foto 2: op die hoek bevindt zich nu de villa van wijlen dr. Van den Berghe († 2023). Foto 3 toont de Driftweg en daarmee ook heel de voorgevel van het hotel dat WO II niet overleefd heeft.

ER IS ENIGE onduidelijkheid. In de Inventaris van onroerend erfgoed  zegt men ‘luxehotel’, maar een reclame heeft het hier over ‘familiepension’. Onroerend erfgoed vermeldt drie data, (1908, 1910-1911), wat laat vermoeden dat het hotel in meerdere keren gebouwd werd. Zo ziet het er ook wel uit, als iets wat in diverse stadia tot stand gekomen is.
In een vorige blogpost ging ik op zoek naar de uitbaters ervan, ik kwam toen uit bij  Adrien-Fernand Glibert. Erg zeker daarvan ben ik niet, wel is zeker dat etablissement Glibert niet lang hotel gebleven is, ‘circa 1920’ heet het al sanatorium
In Op zoek naar Glibert van het gelijknamige hotel schreef ik ook dat de sfeer me ietwat aan Harry Potters Zweinstein liet denken, bouwwerk met veel hoeken & kanten en met een opeenstapeling van prullaria. Nu vroeg ik een bevriende architect om er een stijl op te kleven en dit is wat hij zei: ‘Dat soort gebouwen zijn/waren nooit in een zuivere stijl. Om de eenvoudige reden dat ze meestal opgetrokken werden door rijkere bouwheren met meer geld dan smaak. Vaak werden wijzigingen aan ontwerpen toegevoegd op vraag van de bouwheer omdat deze dat mooi vond, zonder de vraag te stellen of de toegevoegde elementen wel passend waren voor de stijl. Mij lijkt het een beetje van dat: volgens mijn aanvoelen een overdaad aan diverse erkers, koepels in allerlei maten en stijlen, dakkapellen in velerlei vormen, rechthoekige ramen en ramen met bogen, houten vakwerk en siermetselwerk, meerdere soorten terrassen, schoorstenen ook niet uniform. Kortom, niet echt stijlzuiver. Als je toch een stijl wilt: Normandische kustarchitectuur. Het gebouw vertegenwoordigt hoe dan ook een bepaalde tijdsgeest, en is dan in dat opzicht wel waardevol, maar stijlvol, neen.’
Flor Vandekerckhove

zaterdag 29 maart 2025

‘Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt.’ (Jeroen Brouwers)

www.youtube.com/watch?v=BpIW-4KbGTg


Kiemen en sporen — De eerste zin draagt in zich de kiemen van de tweede. De tweede zin draagt in zich de sporen van de eerste. De derde zin vermengt sporen en kiemen. (Flor Vandekerckhove)


KIEMEN EN SPOREN is een driezinnenverhaal. Mijn oneliners en driezinnenverhalen zijn experimenten in het maken van extreem korte verhalen. In het e-boekje 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS verzamel ik er zo 200. Het boekje heeft als bijkomende plus dat je elke titel kunt aanklikken, de link leidt je dan naar een video waarin het verhaal geïllustreerd wordt en ook te horen/zien valt, 200 YouTube-producties in totaal. EN DAT ALLES IN 1 BOEKJE ! Zoals alle digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch is ook 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS gratis. Mail erom en je bestelling wordt meteen aangepakt/ingepakt door de virtuele juffrouwen van De Weggeefwinkel. (Vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.): liefkemores@telenet.be.

vrijdag 28 maart 2025

Jack London, portret van de schrijver als racist

‘Jeffries Knock-Out’, foto van het wereldkampioenschap zwaargewichten in 1910, Jack Johnson vs. Jim Jeffries. [Fotoreferenties.]

LANG GELEDEN LEERDE ik Jack London kennen, als schrijver van avonturenromans — De roep van de wildernis⇲ — en later als linkse rakker bij wie betrokkenheid en schrijverschap hand in hand gaan. Hij ging wonen tussen de armen waarover hij schreef en werd zodoende een van de grondleggers van de participerende journalistiek. The People of the Abyss (1903) getuigt ervan, boek dat je hier gratis tot jou kunt nemen (in een editie met veel interessante foto’s.) George Orwell deed het hem na in het hier te lezen Road to Wigan Pier (1937) en nog later zou Günther Wallraff die manier van werken in een imposant oeuvre ontwikkelen.
Ik heb tonnen respect voor zo’n mensen, wat niet wil zeggen dat ik hun kleine kantjes verdonkeremaan. Over die van George Orwell schreef ik Orwell lost een onwelriekende wind en vandaag leer ik een kwalijke kant van Jack London kennen.
Blijkt dat London ook verslaggever van bokswedstrijden geweest is, producent van reportages waarin hij een kwalijk racistisch kantje laat zien. Jeanne Campbell Reesman die er een boek over schreef, stelt dat ‘in elk gebruik van het woord in de 21e eeuw, London zeker een racist zou worden genoemd.’  (°)
Dit is een goed moment om u het interessante The Public Domain Review te presenteren, online tijdschrift, gratis te lezen, vrij te gebruiken, er stukken van over te nemen, er zelf mee aan de slag/haal te gaan — fuck copyright! Daarin lees ik het essay Jack London, Jack Johnson, and the Fight of the Century, over een legendarische boksmatch tussen de witte Jim Jeffries en de zwarte titelhouder Jack Johnson: ‘Het World Heavyweight Championship van 1910 werd gehouden in Nevada, op 4 juli en zou een onvergetelijke wedstrijd worden. In zijn bijbaan als boksjournalist juichte romanschrijver Jack London Jim Jeffries toe — aan de ring en op papier — als de "Great White Hope", een kanshebber om de titel terug te pakken van Jack Johnson, de eerste zwarte zwaargewichtkampioen.’  Andrew Rihnonderzoekt de tegenstrijdigheden in Londons racisme dat ingewikkelder blijkt te zijn dan op het eerste gezicht lijkt. Kijk er daar eens naar, lees dat, ’t is gratis, ’t is interessant, 't is leerzaam en ’t is met… indrukwekkende retro boksfoto’s.
Flor Vandekerckhove

P.S.: Interessant? Diago Houthoff uit Nederland is een andere mening toegedaan. Onder ‘Vertel eens wat nieuws’ laat hij me op FB weten dat al wat hierboven staat algemeen bekend is als je een beetje geïnteresseerd bent in de bokssport. ‘Je hoeft alleen maar Wikipedia te openen met Jeffries vs Johnson en je kan het allemaal zo lezen.’ Dus snapt hij niet waarom dit nu op deze manier gepresenteerd wordt. Hem zou het niet verbazen als dit artikel met AI gegenereerd is. Ik weet niet of hij het daarbij op mijn stukje gemunt heeft dan wel op de bronnen waarnaar ik verwijs en die ik uitdrukkelijk vermeld. ‘Daarbij komt,’ zo besluit hij ‘dat er nog steeds wordt getwijfeld of London daadwerkelijk zelf ook aanwezig is geweest bij dit treffen.’ Zelf zou ik het niet weten en mocht ik het tóch weten, zou ik het geeneens durven zeggen, de toorn van Diago vrezend.


(°) Jeanne Campbell Reesman. Jack London’s Racial Lives: A Critical Biography. Het boek ‘biedt de eerste volledige studie van ras in het leven en diverse werk van Jack London. Campbell Reesman beoordeelt Londons literaire artisticiteit tegen een standaard van raciale tolerantie.’ 424 pp. Uitg. The University of Georgia Press. 2009.

donderdag 27 maart 2025

Dansen in ’t Veegeetje

Feest in ’t visserscafé Veegeetje. Links Lisette Savels van Oscar, Freddy, uitbater van ’t Veegeetje, Rosette Daens en Raymond Rouzée(Foto Jo Clauwaert) (Met dank aan Marie-Paule Verplancke en Carine VanDenOoVeeAaa voor ’t helpen met de namen.)

DUREN DOET HET tot een politiecombi voor de garagepoort stopt. Laarzengetrappel. Geblaf van honden. Flikken stormen binnen, flikken en politiehonden. ZIT !’, roept de hoofdflik. Iedereen gaat zitten, dansers en honden. ‘HEBT GIJ HIER GEDANST?’ Geen van ons antwoordt. ‘DANSEN ZONDER VERGUNNING IS VERBODEN!’ Het volgende wat ik me herinner is een zwoel parfum. Op mijn netvlies vormt zich het beeld van een politievrouw. Ik zie de golvingen van haar borsten, ze lacht me toe en legt een vinger op mijn lippen. ‘Zwijg maar jongen’, zegt ze, ‘zeg maar niets.’  Nooit eerder heb ik een uniform met zo’n strakke, korte rok gezien. Ze draagt lange laarzen, nooit eerder heb ik een uniform met zo’n lange laarzen gezien. Dan vervaagt ze. Ik probeer weer in te slapen, haar terug te halen, tevergeefs. (*) (Flor Vandekerckhove)

(*) In 1991 publiceert uitgeverij Manga een verhalenbundel, De smaak van zeewater, 172 bladzijden fictie die ik vooral op de Oostendse Baelskaai situeer. Dat boek is uiteraard al lang niet meer in de handel verkrijgbaar, wel kan het nog ontleend worden in de Oostendse openbare bibliotheek. Het boek verzamelt verhalen die kort zijn, maar toch veel langer dan de handpalmverhalen waarin ik me sinds 2014 specialiseer. Een aantal van die kaaiverhalen uit 1991 neem ik nu weer ter hand, herwerk ze tot smoke-long stories, verhalen die helemaal gelezen zijn tegen de tijd dat je de peuk uitduwt, een plastische maar ongezonde omschrijving. Een ervan — over de kaaihoer die ik in 1989 heb leren kennen — staat in Op de Oosteroever zijn de zeden niet veranderd; een ander — over een aankoop in ’t winkeltje — staat in Over een tijd die nooit meer terugkomt. Een derde, over smederij Schockaert, heet Over mijn extreem korte carrière als scheepssmid. Het vierde staat hierboven en er volgt nog.

woensdag 26 maart 2025

De oneliner van Beethoven

Gravure van Gustav Heinrich Eberlein (1847-1926), voorstellend Ludwig van Beethoven, niet gedateerd. In privécollectie.

Op 26 maart 1827 stierf Ludwig van Beethoven, dat is vandaag, 26 maart, 198 jaar geleden. Beethoven componeerde met zijn Vijfde symfonie een van de bekendste en populairste composities van de klassieke muziek. Geïnspireerd door de openingsnoten ervan, componeerde ik, zijn overlijden herdenkend, een nieuwe oneliner (een lijn, altijd 17 lettergrepen, geen kapitalen, geen leestekens.) (Flor Vandekerckhove)

ludwig van beethoven stierf aan een zwaar rodaniavoorgevoel


MIJN ONELINERS (altijd 17 lettergrepen, geen kapitalen, geen leestekens) en driezinnenverhalen zijn experimenten in het maken van extreem korte verhalen. In het e-boekje 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS verzamel ik er zo 200. Het boekje heeft als bijkomende plus dat je elke titel kunt aanklikken, de link leidt je dan naar een video waarin het verhaal geïllustreerd wordt en ook te horen/zien valt, 200 YouTube-producties in totaal. EN DAT ALLES IN 1 BOEKJE ! Zoals alle digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch is ook 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS gratis. Mail erom en je bestelling wordt meteen aangepakt/ingepakt door de virtuele juffrouwen van De Weggeefwinkel. (Vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.): liefkemores@telenet.be.

dinsdag 25 maart 2025

Artiest ontmoet kunstminnende mensen

Links: Frank Van den Berghe in Huize St Bonaventura, 23 maart 25. Midden: Frank en Charles Van den Berghe werken aan een folkloristische figuur n.a.v. de nog steeds bestaande Lichtstoet in Ledeberg. De foto toont waar Frank Van den Berghe de mosterd haalde (met dank aan Raf Dobbelaere voor de foto, vermoedelijk eind jaren zestig) Rechts: Kunstwerk van Frank Van den Berghe, in 2014 geëxposeerd in Huize Bonaventura, 'Kring' - Hout en gelaagd materiaal - 2014/15 - 57x30x4 cm.)


DE WERELD VAN de beeldende kunsten is — meer nog dan die van de literatuur — ook een sociaal gebeuren. Daar bestaat een infrastructuur voor, de galerie, en er is een regelmatig terugkomend evenement waarop dat sociale hoogtij viert, de vernissage. Christine Adam van Huize St. Bonaventura spreekt over ‘de ontmoeting van artiesten en kunstminnende mensen.’ 
Zelf neem ik daar niet langer aan deel, als schrijver niet aan deze van de literatuur — ik ben meer zoals Russell Edson — en als ‘kunstminnende mens’ niet aan deze van de beeldende kunsten. Ouder wordend ben ik niet zozeer minder beweeglijk geworden, dan wel minder sociabel. Dat ik op zondag 23 maart toch present tekende op zo’n vernissage betekent dus wel iets. (°) Ik wilde kunstenaar Frank Van den Berghe nog een keer zien, vóór we het tijdelijke voor het eeuwige wisselen. Niet dat we op sterven liggen, maar hij is van 1946 en ik van 1949, lang kan het nu niet meer duren, niet met de gulzigheid waarmee we geleefd hebben. 
Van den Berghe is niet zonder betekenis in mijn leven. Er is een tijd geweest dat we veel met elkaar optrokken, we waren collega’s, makkers, vrienden zelfs. Hij was al een artiest toen ik hem in 1971 leerde kennen en hij heeft me geleerd wat kunst is, waarvoor ik hem tot vandaag dankbaar ben — iets wat ik hem nog wilde zeggen voor we er de brui aan geven.
Wanneer zo’n vernissage slaagt, is daar zoveel volk dat je 't zicht op de kunstwerken verliest. Dat is ook hier het geval, ik mankeer ruimte om te fotograferen wat ik u wil tonen. Geen nood, ik vind elders wel iets, want alhoewel het van 1981 geleden is dat ik zijn werk gezien heb, herken ik het meteen, ’t is altijd kunst die Christine Adam even bondig als correct omschrijft als eenvoudig, universeel en monumentaal in kleinheid. ’t Is ook werk dat nergens naar verwijst dan naar zichzelf. Spontaan denk ik aan Susan Sontags Against Interpretation en aan Waarom Chopin de regen niet wilde horen, waarna ik me afvraag of het daardoor komt dat ik nergens een gedegen monografie over Frank Van den Berghe vind. Wordt een kunstenaar niet ook herinnerd door wat erover geschreven is? Ligt hier geen taak voor zo'n ‘kunstminnende mens’
Terwijl ik me een weg tussen 't volk baan, dringt een van mijn dada’s zich op: wie in de voetsporen van een ouder treedt, heeft een voorsprong op anderen die alles zelf moeten ontdekken. ’t Is een stelling ter grootte van een open deur, maar daarom niet minder waar. Eerder heb ik dat al geïllustreerd met werk van vader en zoon Topor, met de schrijvers in de familie Van het Reveen vooral in een essay waarin ik het schrijverschap van Haruki Murakami met het mijne vergelijk. (°°) Waardoor ik nu ook aan Charles Van den Berghe (°1910 - 1983†) herinner, vader van Frank; geen kunstenaar, wel schrijnwerker-meubelmaker, vakman, destijds ook collega in het bedrijf waar ik Frank heb leren kennen. Daar in Ledeberg, in het atelier van de Weldadigheidsstraat, heb ik gezien hoe Frank Van den Berghe de tactiliteit van materialen van huis uit meekrijgt, gift die hij vervolgens tot grote kunst verheft. 


Beeldende kunst is ook een sociaal gebeuren. Op de vernissage in Huize Bonaventura ontmoetten oud-collega’s elkaar, ze werkten in de seventies samen in Ledeberg, in Speurder, filiaalbedrijf gespecialiseerd in de verkoop van binnenhuisdecoratie. Van links naar rechts: Flor Vandekerckhove, verantwoordelijk voor de reclame; Rudy van Driesch, lid van de schrijnwerkersploeg; Annemie Seynaeve, directiesecretaresse en Frank Van den Berghe, vormgever.


(°) Huize St. Bonaventura stelt nog tot 13 april werk tentoon van Frank Van den Berghe, op zaterdagen van 15 tot 19 uur en op zondagen van 11 tot 19 uur. Provenierstraat 51, 9000 Gent. 09 223 19 95 en 0479 46 96 11 - e-mail: chr.adam@skynet.be⇲ - website www.huizebonaventura.be⇲. 

(°°) Haruki Murakami en ik Over schrijverschap. Essay. 2023. Uitgeverij De Lachende Visch. 23 pp. Zowel verkrijgbaar in pdf als EPUB. Zoals al de e-boeken van uitgeverij De Lachende Visch is ook dit essay OVER SCHRIJVERSCHAP gratis voor wie erom vraagt. Ernaar vragen doe je via liefkemores@telenet.be. De Weggeefwinkel zorgt ervoor dat het dezelfde dag nog in je mailbox valt. (Vermeld ‘Over schrijverschap’ en zeg ook of je pdf dan wel EPUB wilt ontvangen.) 

maandag 24 maart 2025

Je mag het niet gedroomd hebben

altijd dezelfde wandeling en altijd dezelfde weg maar terwijl ik die dag
diezelfde wandeling aan ’t wandelen ben draait de zon zich plotsklaps
en onaangekondigd in één beweging tien keer rond zijn as en kom ik
in een wereld terecht die daardoor onherkenbaar anders is geworden

terwijl ik die wandeling aan ’t wandelen ben en naar mijn schoenen kijk
die geel geworden zijn van de ozon die door die massale zonnewende 
‘k weet niet wat geworden is en meeuwen hoor die elkaar toeschreeuwen
boven ’t hels gedruis van golven die opeens goed op colabubbels lijken

en ik me afvraag of ik voortaan tijdens mijn dagelijkse wandeling door
die colabubbels waden moet en nog terwijl ik dat aan ’t overdenken ben
zie ik dat de einder niet langer de einder is maar een streep muziek
die verdacht goed lijkt op viva bomma patatten met saucissen en sala

wat tot heel wat overwegingen leidt want die wandeling wordt alzo iets
heel anders terwijl ze voor mij toch dezelfde wandeling moet blijven
iets wat ik ook in de toekomst dagelijks op hetzelfde uur wil aanvatten 
iets wat ik tot in de eeuwen der eeuwen hoop over te doen maar wanneer

ik na de wandeling weer thuis kom schop ik de geel geworden schoenen
uit en om de geur van colabubbels weg te spoelen draai ik de douchekraan
open en in de spiegel zie ik dat ik een gokchinees geworden ben begiftigd
met nieuwe capaciteiten waar ik geen raad mee weet en er is nog iets want 
op mijn linkeroor ben ik een beetje doof geworden

Flor Vandekerckhove

zondag 23 maart 2025

De Opex in de mens herkennen (en over vooringenomenheid)

Kris Verdonck maakte een aantal portretten waarin hij de Opex-in-Flor probeert te vatten. Op de eerste foto maakt mijn dochter Marijke daar een artist impression van, op de tweede foto toon ik met proletarische trots een ontbrekende tand.

AAN DE ZITBANK, nabij de vuurtoren, waar ik graag verpoos, passeren ze allemaal. Ik herken wie in de sjieke nieuwbouw van de Oosteroever woont, ik onderscheid hen van wie van de Opex komt. Kleren, gestes, manieren, oogopslag, taal… Een vrouw met hondje komt naast me zitten, ik herken meteen de Opex, kapsel, parfum, de manier waarop ze gaat zitten… ik hoor het wanneer ze me zegt dat het mooi weer is, het feit alleen al dat ze tegen me spreekt. Er nadert een habitué, dokwerkerssnor, zware mens, trainingsbroek, slordig haar dat onder de cap uitsteekt, ik zie er een harde werker in, een die omwille van karaktergebreken aan de drank geraakt is en vervolgens in de steun, hij laat me denken aan een biermerk dat niet langer courant is, export. Onmiskenbaar Opex. De vrouw zegt hem in soortement Oostends Frans dat het mooi weer is. De dikke man antwoordt in het mooiste academisch Frans dat ik ooit gehoord heb. Een schrijvelaar zou hier iets aan toevoegen, iets over vooringenomenheid, maar ik niet. Ik sta op en vat de terugweg aan. Op de Spinoladijk voel ik een pril lentezonnetje op mijn rug en de schrale oostenwind in 't gelaat, op ’t strand ligt nog steeds de zeehond die daar in ’t doorgaan ook al lag.
Flor Vandekerckhove

zaterdag 22 maart 2025

Donald Trump tekent elke dag

wat donald trump ons leert is dat alles knarst als niets nog gesmeerd loopt


 
MIJN ONELINERS (altijd 17 lettergrepen, geen kapitalen, geen leestekens) en driezinnenverhalen zijn experimenten in het maken van extreem korte verhalen. In het e-boekje 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS verzamel ik er zo 200. Het boekje heeft als bijkomende plus dat je elke titel kunt aanklikken, de link leidt je dan naar een video waarin het verhaal geïllustreerd wordt en ook te horen/zien valt, 200 YouTube-producties in totaal. EN DAT ALLES IN 1 BOEKJE ! Zoals alle digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch is ook 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS gratis. Mail erom en je bestelling wordt meteen aangepakt door de juffrouwen van De Weggeefwinkel. (Vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.): liefkemores@telenet.be.

vrijdag 21 maart 2025

Literatuur en de rafelranden van de geschiedenis

Rechts: Kathelijn Vervarcke.

JE MOET ER vroeg aan beginnen en je moet ook meteen de wereld willen veroveren. ’t Is over kunst & literatuur dat ik het heb en over de manier om daarmee maatschappelijk iets te betekenen. In de beeldende kunsten is William Sweetlove een goed voorbeeld, in de literatuur Hugo Claus. Beiden jong begonnen, beiden met ‘wereldveroverende’ pretentie. Claus bereikt er de maatschappelijke top mee en Sweetlove exposeert wereldwijd: New-York, België, Korea, Duitsland, Nederland, Zweden, Dallas, Turkije, Miami, Frankrijk, China, Italië, UK, Hong Kong, Luxemburg, Zwitserland…
Wie laat begint (zoals ik) of wie vroeg begint en niets wil veroveren (zoals beeldend kunstenaar Frank Van Den Berghe⇲ [°1946]) zal met zijn kunst- of schrijfpraktijk nooit van maatschappelijke betekenis zijn. Voor hen — voor mij! ligt de betekenis uitsluitend in de diepte van ’t creëren zelf: ’t moet goed zijn, de rest is onze zaak niet. Dat is iets wat veel beoefenaars niet begrijpen, ze geven de voorkeur aan een praktijk waarin de echte wereld geïmiteerd wordt, zoals ik het al heb beschreven in Over schrijvers en wielrenners. Veelal levert het een kwalijk dilettantisme op, schrijver wordt schrijvelaar, beeldend kunstenaar wordt zondagsschilder. 
Tot zover de uitersten. 
Interessant is wie zich tussen die extremen beweegt, zoals ook auteur Kathelijn Vervarcke. Toen ik naar reacties (°) hengelde op Romanschrijvers en hun pretentie  zei ze: ‘Ik probeer enkel troost en verstrooiing te brengen.’ Reactie die kiemen bevat voor een heftig debat met Joris Note (is verstrooiing datgene wat literatuur beoogt?) Maar Vervarcke zei ook iets anders: ‘Ik heb de pretentie om vergeten figuren, zoals De tekenaar van het Verzet (kunstschilder Emile Fryns) uit de rafelranden van de geschiedenis te vissen, omdat ik hoop dat ze een bron van inspiratie vormen voor wie zich nog inzet voor een wereld waarin iedereen meetelt.’ (°°) Iets anders dan troost en verstrooiing, toch. 
Vervarcke is ’t waard om in haar ontwikkeling gevolgd te worden. Ze werkt nu aan ‘Het alstublieftmeisje’, boek over prostitutie in wat alhier onbeschaamd het negerdorp genoemd werd, plek in Oostende die nu Oosteroever heet. Vanaf de hoogte van mijn vuurtoren roep ik haar toe: ‘Mik hoog Kathelijn!’, ga diep Kathelijn!’, wees compromisloos Kathelijn!, maak er literatuur van!’ En zo kan ik nog wel een wijle doorgaan: ‘Breng het gemeen weer tot leven!, hoed u voor de valstrik van het moralisme!, omzeil het mercantilisme van de uitgever!’ 
Ik overzie al die uitroeptekens en vraag me verschrikt af hoe ik mijn bombarie weer goed kan maken. Simon Carmiggelt helpt. Zijn bovenburen hebben ruzie: ‘Dadelijk schoven wij boeken, couranten, theekoppen en breipennen terzijde en gingen muisstil zitten luisteren, want wij hebben allebei een heel lelijk karakter.’ (°°°)
Flor Vandekerckhove

(°) Reacties kreeg ik ook van Kris Verdonck en Koen Peeters. Er volgt nog.

(°°) Kathelijn Vervarcke. De tekenaar van het verzet.  232 pp. Uitgeverij Lannoo. 2024.  
 
(°°°) S. Carmiggelt. Ik lieg de waarheid. De beste kronkels. Samengesteld en ingeleid door Sylvia Witteman. 224 pp. Uitg. De Arbeiderspers. 2009.

donderdag 20 maart 2025

3 december 2008 - 3 december 2024

Elke derde dag van december herdenken wij op intieme wijze de gebeurtenissen van 3 december 2008. In 2024 is dat al voor de zestiende keer, op de taart staat daarom 16. Nadat we die taart soldaat gemaakt hadden, schreef ik een drabble over de gebeurtenissen op de dag van oorsprong, 3 december 2008.

HESPENROLLETJES IN HET casino van Middelkerke, panoramisch uitzicht, Noordzee. Na ’t noenmaal verlaten we het gebouw en in de regen steken we het Epernayplein over. In de Leopoldlaan stappen we café Tramstatie binnen, West-Vlaamse cafénaam, Aziatische barmeid. Een maffioos gezelschap speelt poker, wat ons niet belet ons rookgerief boven te halen. Het is daar, aan de toog van een smerig café, in aanwezigheid van gangsters, dat we elkaar voor ’t eerst zoenen. Iets wat we elk jaar op 3 december vieren. In 2024 kwam de taart van de bakker van Bredene-Sas en ’s anderendaags viel de Franse regering.
Flor Vandekerckhove


Bovenstaand verhaal is een
drabble, een verhaal van exact honderd woorden. In 2019 bundelde ik er zo 99 en Delphine Lecompte schreef een voorwoord. Zoals alle e-boeken (deze keer uitsluitend pdf) van De Lachende Visch is ook 99 extreem korte verhalen gratis voor elkeen die erom vraagt. Schrijf naar liefkemores@telenet.be⇲ (vermeld de titel) en vind het boek meteen in uw mailbox.

woensdag 19 maart 2025

Is het een brommer?

Marijke Vandekerckhove. 2024. ER IS IETS in mij HET IS een BRommer. Fine Art papier Hahnemühle, print, 70 x 50.

DE BUREN SPREKEN erover. Ook in de Lidl hoor ik dat mensen het erover hebben, daar lijkt het op geroezemoes. Zelfs wanneer ik helemaal alleen langs de laagwaterlijn loop, valt me een vaag gezoem op dat het erover heeft, ik weet niet hoe dat komt. Op den duur ga ik vermoeden dat het er altijd al geweest is en dat men het er altijd al over gehad heeft. Hoe gaan die dingen, weet gij het? Maakt het zich nu plotsklaps aan mij kenbaar doordat Marijke er werk van gemaakt heeft, een print waarop het met zoveel woorden te lezen staat? 'ER IS IETS in mij. HET IS een BRommer'. Is die er altijd al geweest, die brommer? In haar? In mij? Dat geroezemoes, zou ik dat ook in Albert Heijn horen? Hebben de mensen het er ook over in de Colruyt? Hebt u al ergens zoiets gehoord? In Delhaize bijvoorbeeld, tussen de rekken?

Is het een brommer? is een handpalmverhaal op de wip van proza en poëzie, 't is een prozagedicht geïnspireerd door een werk van mijn dochter, Marijke Vandekerckhove, beeldend kunstenaar. 
In 2024 publiceerde ik 129 bladzijden dergelijke verhalende prozagedichten, GESPREKKEN MET POLLEKE. Waarbij het de lezer toekomt te oordelen of en waar ik de grens tussen proza en poëzie oversteek. 
Zoals alle e-boeken (pdf of EPUB naar keuze) van De Lachende Visch is ook GESPREKKEN MET POLLEKE gratis voor elkeen die erom vraagt. Schrijf naar liefkemores@telenet.be (vermeld de titel) en vind het boek meteen in uw mailbox.

dinsdag 18 maart 2025

Onschuld


sinds corona was ik beide handen alleenlijk nog in onschuld

ALOM HERDENKT MEN dat het vijf jaar geleden is dat corona zo sterk in ons leven ingreep, zelfs ik laat dat niet onopgemerkt passeren, zij het op een scheve manier. De illustratie bij deze oneliner heet ‘Handen wassen in onschuld’ (1993) en is van Koen Scherpereel (Brugge °1961 - †1997 Gent), ’t is een schilderijtje op papier. Paul Rigolle schreef in 2022 herinneringen aan die jonggestorven kunstenaar: Want de herinnering is de vrijheid van het verleden. (Flor Vandekerckhove
)

MIJN ONELINERS (altijd 17 lettergrepen, geen kapitalen, geen leestekens) en driezinnenverhalen zijn experimenten in het maken van extreem korte verhalen. In het e-boekje 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS verzamel ik er zo 200. Het boekje heeft als bijkomende plus dat je elke titel kunt aanklikken, de link leidt je dan naar een video waarin het verhaal geïllustreerd wordt en ook te horen/zien valt, 200 YouTube-producties in totaal. EN DAT ALLES IN 1 BOEKJE ! Zoals alle digitale publicaties (pdf en EPUB) van De Lachende Visch is ook 2HONDERD 3ZINNENVERHALEN & 1LINERS gratis. Mail erom en je bestelling wordt meteen aangepakt door de juffrouwen van De Weggeefwinkel. (Vermeld de titel: in dit geval ‘200’, dan begrijp ik het wel.): liefkemores@telenet.be.

maandag 17 maart 2025

't Is beter een stille buur dan een luide vriend


EEN VAN MIJN buren heeft een koekoeksklok. Elk uur hoor ik die klok koekoek zeggen, telkens veertien minuten voor ’t uur, ik kan er mijn klok op gelijk zetten. Over veertien minuten is 't weer zo laat, zeg ik dan. Een andere buur hoor ik plassen en van nog een andere weet ik wanneer daar een bad genomen wordt. Ik hoor dat doordat al de huizen hier aan elkaar vasthangen. Mocht een van onze huizen omvallen, valt de rest van de straat mee, ik denk niet dat ze vandaag nog zo mogen bouwen. Wanneer André, vier huizen ver, een gat in zijn muur boort, hoor ik dat: André is weer aan ’t boren, zeg ik dan. Onlangs zong ik in mijn keuken Jailhouse Rock met de radio mee: The band was jumpin' and the joint began to swing… Buurman Patrick, wiens keuken aan de mijne paalt, viel in met het refrein: Everybody in the whole cell block/ Was dancin' to the Jailhouse Rock.


't Is beter een stille buur… is een eenparagraafverhaal. Ik heb er zo honderd gebundeld in een boekje dat ingeleid wordt door mijn oud-leraar Nederlands Alfons Vandenbussche. Zoals al de e-boeken (pdf of ePub naar keuze) van uitgeverij De Lachende Visch wordt ook Honderd eenparagraafverhalen gratis aangeboden aan wie erom vraagt. Het boek wordt door de even nijvere als imaginaire juffrouwen van De Weggeefwinkel meteen uit de rekken gehaald om het u per e-mail op te sturen. Vraag erom via liefkemores@telenet.be

zondag 16 maart 2025

Bob Dylan, de film


NA DE FILM, op weg naar huis, denk ik aan de memoires van Joe Jackson, A Cure for Gravity. Mensen vragen hem sindsdien wanneer het tweede deel er aankomt. In zijn voorwoord bij Een overwinning op de zwaartekracht, de Nederlandse vertaling van dat boek, zegt hij daarover: ‘Het leek me vrij duidelijk dat dit geen eerste deel van iets was; het moest op zichzelf staan, als het verhaal van een volwassenwording van een muzikant, afgewisseld met een reeks bespiegelingen over de kunst zelf.’ Al wat na die ‘muzikale volwassenwording’ volgt, zegt Jackson, is nauwelijks ’t opschrijven waard. Dat is ook de filosofie die filmmaker James Mangold⇲ huldigt in A complete unknown (°), we zien een jongeman in New York aankomen en vervolgens zien we hoe hij zich ontwikkelt tot wat hij worden zal: the one and only Bob Dylan. 
De regisseur doet dat goed. Ik herken Kronieken, Dylans vroege memoires waarin hij schrijft hoe belangrijk Woody Guthrie voor hem geweest is. In een kort fragment herken ik Dave Van Ronk, mijn chansonnier préféré, en prompt heb ik zin om weer eens Inside Liewyn Davis (2013) te bekijken, gebaseerd op de memoires van Dave Van Ronk, film waarin de Coen brothers de folkscene in de vroege jaren zestig oproepen. Ik herken het boek van schrijver-muzikant Eliah Wald, waarop A Complete Unknown steunt, boek dat ik recenseer in Vadermoord op de man met de bijl. Ik apprecieer de genuanceerde manier waarop de film ons Dylans breuk met de klassieke folkwereld toont. Ik voel mee met Suze Rotolo waarvan ik A Freewheelin' Time gelezen heb, haar memoires, en ik voel mee met Joan Baez die net als Suze Rotolo achtergelaten wordt, vrouwen die Bob Dylan zoveel geleerd hebben. Ik voel mee met Pete Seeger, vaderfiguur die ziet hoe de zoon ervandoor gaat. Ik herken het boegeroep van de folkies omdat hun muzikale boegbeeld voor de rock kiest. Ja, zo heftig waren ze wel, die tijden — wie denkt dat cultuurstrijd iets nieuws is, vergist zich deerlijk. Ik voel nog altijd sympathie voor Alan Lomax die in de film hard tegen Dylans ‘nieuwlichterij’ tekeer gaat, ook omdat ik Mike Marqusees Bob Dylan and the 1960s gelezen heb, waarin een prachtig citaat van die Lomax staat: ‘We hebben nu culturele machinerieën die zo krachtig zijn dat een zanger gemakkelijk iedereen om het even waar in de wereld kan bereiken, en alle andere zangers minderwaardig kan laten klinken omdat ze niet zijn zoals hij. Eens dat vertrekt, wordt hij gesteund door zoveel cash dat hij een monsterlijke indringer uit de ruimte wordt, die het leven uit alle andere menselijke mogelijkheden perst. Mijn leven is gewijd geweest aan het verzet tegen deze tendens.’ Ja, dat verdient respect. En ten slotte doe ik mijn hoed af — in mijn geval een Baskische baret — voor Bob Dylan die alles en iedereen achterlaat om zijn eigen, onnavolgbare weg te gaan, iets wat de allergrootsten inderdaad horen te doen, zoals ik al zei in Wat Bob Dylan en Pablo Picasso met elkaar gemeen hebben
Flor Vandekerckhove

Dit stukje verschijnt ook in Snapshots. Tijdschrift van de Vlaamse Filmpers.

(°) A Complete Unknown. Biografische film van James Mangold. 2024. Indrukwekkende acteursprestaties (en zangpartijen!) van Timothée Chalamet (Bob Dylan), Edward Norton (Pete Seeger), Monica Barbaro (Joan Baez)…

zaterdag 15 maart 2025

Waren we de helende werking van zeelucht vergeten?

De zuidgevel van het 'sanatorium marin' in Bredene, met de kuurgalerij waar patiënten letterlijk in ’t zonnetje gezet werden en in de gezonde zeelucht. Die kuurgalerij bevond zich aan de kant van de Kasteellaan, ze was zichtbaar vanaf het bordes van villa Mon Castel. De pijl wijst naar de kamer van strijkster Aline Hofman en haar dochter. Rechts: sluitzegels met afbeelding van de kuurgalerij.



IN 1934 ARRIVEERT een Gentse alleenstaande moeder met pak en zak in Bredene, in gezelschap van haar elfjarige dochter. Ze nemen hun intrek in het sanatorium marin, op de hoek van Driftweg en Kasteellaan. Aline Hofman gaat er als strijkster aan de slag, dochter Henriette wordt leerling in de wijkschool. De anekdote maakt deel uit van mijn voorgeschiedenis, Henriette wordt later mijn moeder.
In mijn kindertijd wijst moeder me de plek aan waar ze gewoond hebben, een kamer onder de kuurgalerij van ’t sanatorium.
 Boven hen zijn er openluchtgalerijen, daar worden bedlegerige patiënten letterlijk in ’t zonnetje gezet om van gezonde zeelucht te genieten.
Aan dat sanatorium moest ik weer denken toen onlangs wetenschappelijk bewezen werd dat opspattend zeewater inderdaad gezondheidsvoordelen biedt, iets wat ze in Bredene tijdens het interbellum al wisten. Was tuberculosebehandeling in dat sanatorium niet gebaseerd op rust, gezond voedsel en… zeelucht? Moderne meettoestellen leren ons vandaag wat we indertijd 'met de ellebogen' aanvoelden. Maar wat ik me afvraag: waren we de helende werking van zeelucht ook niet gaandeweg 'vergeten'?
Het sanatorium overleeft de Tweede Wereldoorlog niet. Dat het nadien niet heropgebouwd wordt, heeft te maken met het toenemende succes van antibiotica om tuberculose aan te pakken. Komt ’t ook daardoor dat we de helende werking van zeelucht uit het oog verloren? Of heeft het te maken met het stigma dat rond tuberculose hangt — associaties met ondervoeding, armoede en lage sociale klasse — stigma dat het voor patiënten en personeel destijds moeilijk maakte om hun sanatoriumervaringen te verwoorden, laat staan te propageren. Op een site over cultuurgeschiedenis lees ik wat een voormalige tuberculosepatiënt daarover zegt: ‘(…) waar ik moeite mee heb, is dat er zo weinig te achterhalen is. Waarom? Waarom? Waarom is dat, waarom is daar niets van terug te vinden? Het is alsof het niet bestaan heeft.’
Flor Vandekerckhove

Zo’n sanatorium bestond uiteraard niet alleen in Bredene. In De helende werking van de zee had ik ook al over soortgelijk instituut in Berck en over andere initiatieven die met ‘gezonde zeelucht’ te maken hebben. 
Het bekendste voorbeeld van een sanatorium is opgetekend door Thomas Mann in De Toverberg, ontwikkelingsroman waarin het hoofdpersonage, Hans Castorp, door een onverwachtse tuberculosediagnose, vele jaren in een sanatorium in het Zwitserse Davos verblijft. De toverberg houdt de Duitse geestelijke elite een spiegel voor, omdat die, afkerig van de politieke problematiek van haar tijd, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog in de ijle wereld van de cultuur vlucht. Nieuwe Nederlandse vertaling van Hans Driessen, 937 pp. De Arbeiderspers. 2016.